Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregels informatieplicht voor aanbieders over internetveiligheid (artikel 11.3 tweede lid van de Telecommunicatiewet)· Mededingingsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 januari 2009

In de Privacy Richtlijn10Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002, L 201/37. (hierna: de Richtlijn) wordt gesteld dat geavanceerde digitale technologieën specifieke eisen stellen aan de bescherming van de persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker. In de overwegingen bij deze Richtlijn wordt uitgelegd dat aanbieders van diensten de nodige maatregelen moeten treffen om de beveiliging van hun diensten te garanderen en dat zij de abonnees moeten informeren over eventuele bijzondere risico’s inzake het doorbreken van de beveiliging van de dienst of het netwerk. Artikel 4 van de Richtlijn legt deze verplichting vast. De wetgever heeft dit artikel geïmplementeerd in artikel 11.3 van de Tw. Artikel 4 van de Richtlijn luidt: Beveiliging De aanbieder van een openbare elektronische-communicatiedienst treft passende technische en organisatorische maatregelen om de veiligheid van zijn diensten te garanderen, indien nodig in overleg met de aanbieder van het openbare communicatienetwerk wat de veiligheid van het netwerk betreft. Die maatregelen waarborgen een beveiligingsniveau dat in verhouding staat tot het betrokken risico, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van uitvoering ervan. Indien een bijzonder risico bestaat van inbreuken op de beveiliging van het netwerk, stelt de aanbieder van een openbare elektronische-communicatiedienst de abonnees in kennis van dat risico en, indien het risico tot andere maatregelen noopt dan die waartoe de dienstenaanbieder verplicht is, van de eventuele middelen om dat risico tegen te gaan, met inbegrip van een indicatie van de verwachte kosten. Artikel 11.3, Tw luidt: De in artikel 11.2 bedoelde aanbieders11Bedoeld worden de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst. treffen in het belang van de bescherming van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van abonnees en gebruikers passende technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van de veiligheid en beveiliging van de door hen aangeboden netwerken en diensten. De maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau dat in verhouding staat tot het desbetreffende risico. De in artikel 11.2 bedoelde aanbieders dragen er zorg voor dat de abonnees worden geïnformeerd over: bijzondere risico's voor de doorbreking van de veiligheid of de beveiliging van het aangeboden netwerk of de aangeboden dienst; de eventuele middelen waarmee de onder a bedoelde risico's kunnen worden tegengegaan, voor zover het andere maatregelen betreft dan die welke de aanbieder op grond van het eerste lid gehouden is te treffen, alsmede een indicatie van de verwachte kosten. Op grond van artikel 15.1, Tw is de Autoriteit Consument en Markt aangewezen als toezichthouder op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 11.3, Tw. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel