Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Aanbieders

Onderdeel van Beleidsregels informatieplicht voor aanbieders over internetveiligheid (artikel 11.3 tweede lid van de Telecommunicatiewet)· Mededingingsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 januari 2009

De Autoriteit Consument en Markt wil de markt duidelijk maken op welke aanbieders hij zijn focus zal leggen bij het toezicht op de naleving van de informatieplicht. Artikel 11.3, Tw spreekt over zowel aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten als over aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken. De Richtlijn daarentegen legt uitsluitend een verplichting op aan aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten. De reden voor dit verschil ligt in de constatering van de wetgever dat een dienstaanbieder voor de veiligheid en de beveiliging van zijn dienst mede afhankelijk is van de inspanningen van de netwerkaanbieder en dat deze laatste daarmee dus eveneens verantwoordelijk is voor de veiligheid en de beveiliging van de aangeboden diensten en netwerken.14Kamerstukken II 1996/1997, 25 533, nr. 3, p.119. Omdat deze dienstaanbieders, in tegenstelling tot de netwerkaanbieders, een direct klantcontact hebben, zal de Autoriteit Consument en Markt zich bij het toezicht op de naleving concentreren op de dienstaanbieders. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt in werking treedt. Overweging 6 van de Richtlijn stelt het volgende: Het internet vervangt traditionele marktstructuren door te voorzien in een gemeenschappelijke, wereldwijde infrastructuur voor de levering van een breed scala van elektronische-communicatiediensten. Algemeen beschikbare elektronische-communicatiediensten via het internet bieden de gebruikers nieuwe mogelijkheden, maar houden ook nieuwe gevaren in voor de bescherming van hun persoonsgegevens en persoonlijke levenssfeer. Ook de Autoriteit Consument en Markt is van mening dat de grootste veiligheids- en beveiligingsrisico’s bij abonnees zich voordoen bij diensten die te maken hebben met het internet. Door de technische complexiteit van die diensten lopen de persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van abonnees meer gevaar dan bijvoorbeeld bij klassieke vaste of mobiele telefoondiensten. Daarom zal de Autoriteit Consument en Markt zich bij het toezicht concentreren op aanbieders van diensten die te maken hebben met internet en niet op andere aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten en -netwerken, zoals klassieke telefoonaanbieders. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen vast en mobiel internet. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt in werking treedt. Het is verder van belang om aandacht te schenken aan het onderscheid tussen aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten en aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij.15 Een dienst van de informatiemaatschappij is elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van de afnemer van de dienst wordt verricht zonder dat partijen gelijktijdig op dezelfde plaats aanwezig zijn (artikel 3:15d lid 3 BW). In die laatste categorie valt bijvoorbeeld de dienst elektronisch bankieren. Aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten zijn op grond van artikel 11.3, tweede lid, Tw, uitsluitend verantwoordelijk voor generieke informatievoorziening over veiligheid die te maken heeft met het gebruik van internet, maar zijn niet verantwoordelijk voor gerichte informatievoorziening bij specifieke risico’s voor specifieke diensten van de informatiemaatschappij. Bij het in Tabel 1 genoemde risico van phishing bijvoorbeeld, ziet de Autoriteit Consument en Markt er op toe dat aanbieders van internettoegang hun abonnees hierover generiek informeren, maar de Autoriteit Consument en Markt is van mening dat de verantwoordelijkheid voor het informeren over specifieke phishing acties niet bij de aanbieder van internettoegang ligt, maar bij de aanbieder van de dienst elektronisch bankieren. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel