Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 16

Bepaling van de verzekerdenaantallen 2014 voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 17 oktober 2013

1. Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2014 voor het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2. Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2014, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2015. 3. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2014 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. 4. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: het PKB 2014, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2014; het VPPKB 2014 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2014. 5. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2014; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2014, op het VPPKB 2014; de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2014, met peildatum 30 juni 2014; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2014, met peildatum 30 juni 2014; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2013, met peildatum 30 juni 2013, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 oktober 2014. 6. Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. 7. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2014 uit bijlage 11 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-110091-Z; de viercijferige postcode, op het PKB 2014; de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2014, op het VPPKB 2014. 8. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG-GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in FKG GGZ 2014 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-110091-Z; de opgave per 1 juni 2014 van declaraties farmaceutische hulp 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. 9. Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. 10. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in bij FKG GGZ. 11. In afwijking van het bepaalde in het elfde lid hanteert het college voor de FKG psychose depot een drempel van één receptregel waarbij de FKG psychose depot wordt gedefinieerd door een ATC-code van de FKG psychose en een ZI-artikelnummer met een DDD-factor van ten minste 3.500. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in bij FKG psychose depot. 12. In afwijking van het bepaalde in het elfde lid hanteert het college voor de FKG bipolair complex een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen voor de FKG bipolair en ten minste één voorschrift van de indicator bipolair complex. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in bij FKG bipolair complex. 13. Het college koppelt de opgave bedoeld in het achtste lid, onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2014 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempels bedoeld in het tiende, elfde en twaalfde lid in welke FKG GGZ klassen 1 tot en met 7 de verzekerde wordt ingedeeld. 14. Bij samenloop van FKG’s GGZ deelt het college de verzekerde bij alle toepasselijke FKG’s GGZ in met inachtneming van de volgende uitzonderingen: Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG GGZ psychose depot, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG GGZ psychose; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG GGZ bipolair complex, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG GGZ bipolair regulier. 15. Als een verzekerde niet in een FKG GGZ klasse 1 tot en met 7 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG GGZ klasse ‘Geen FKG GGZ psychische aandoeningen’. 16. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG’s GGZ uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-110091-Z; de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2015 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s GGZ die in 2013 geopend zijn; declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het college hebben aangeleverd. 17. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het zestiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 de verzekerde valt en betrekt daarbij de opgave bedoeld in het vorige lid onderdeel c. 18. Als een verzekerde niet in een DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 is ingedeeld, deelt het college deze verzekerde in bij DKG GGZ klasse 0. 19. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2014; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2014, op het VPPKB 2014; het inkomen, op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over 2013; het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2013, op de opgave over 2012 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in de opgave over 2012, op de opgave over 2011; de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2014; de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst over 2014, op het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2014 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2014, op het VPPKB 2014. 20. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot: de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2014; de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst, op gepseudonimiseerde adres in het het PKB 2014 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2014, op het VPPKB 2014. 21. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het college hebben aangeleverd. 22. Het college bepaalt door middel van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave uit het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. 23. Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0. 24. Het college deelt verzekerden van achttien jaar en ouder zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio. 25. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, aard van het inkomen en GGZ-kosten lage drempelklasse. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling risicoverevening 2014 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG GGZ in in de klasse 'Geen FKG GGZ psychische aandoeningen' en voor het criterium DKG GGZ in de klasse ‘DKG GGZ 0’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel