Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Raming van de verzekerdenaantallen 2014 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 17 oktober 2013

1. Het college raamt de verzekerdenaantallen 2014 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2014 en het PKB 2013. 3. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum 1 juni 2013, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2013. 4. Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. 5. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2013 met als peildatum 1 juni 2013. 6. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming. 7. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd op het PKB 2013; de zelfstandigen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2012; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2012; de studenten op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 oktober 2012. 8. Voor de indeling in een klasse van het criterium aard van het inkomen deelt het college een verzekerde, die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde: als eerste: 0 tot en met 17 jaar of 65 jaar en ouder; als tweede: arbeidsongeschikten; als derde: bijstandsgerechtigden; als vierde: studenten; als vijfde: zelfstandigen, voor zover zij geen inkomsten uit dienstbetrekking of werkloosheidsuitkering hebben; ten slotte: referentiegroep, alle verzekerden omvattend die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 5. 9. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming. 10. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2014 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150693-110091-Z; de viercijferige postcode, op het PKB 2013. 11. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming. 12. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: de indeling in FKG somatische zorg 2014 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-10091-Z; de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. 13. Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. 14. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in bij een FKG. 15. In afwijking van het bepaalde in het veertiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in bij FKG Kanker. 16. Het college koppelt de opgave bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2013 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het veertiende en vijftiende lid in welke FKG klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse. 17. Bij samenloop van FKG’s wijst het college alle toepasselijke FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen: In geval van samenloop bij FKG’s Diabetes I, Diabetes II met hypertensie en Diabetes II zonder hypertensie deelt het college aan de hand van de tabel in bijlage 2 van deze beleidsregels een verzekerde in bij een klasse van het criterium FKG’s; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Diabetes I, FKG Diabetes II met hypertensie of FKG Diabetes II zonder hypertensie, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Hoog cholesterol; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Hartaandoeningen, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Hoog cholesterol; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Psychose, Alzheimer en Verslaving deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Depressie; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG COPD / Zware astma deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Astma; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG Kanker, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG Hormoongevoelige tumoren. 18. Het college past per verzekerde per FKG 2014 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. De toegepaste trendfactoren staan vermeld in de Verantwoording Verzekerdenraming 2014 die het college op zijn website publiceert. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het zestiende lid, met de prevalentieontwikkeling en berekent de uiteindelijke zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college past op verzekerden die in het PKB 2013 voor het eerst voorkomen per FKG de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 19. Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 tot en met 23 2014 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG klasse ‘Geen FKG’. 20. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s naar de macroverzekerdenraming. 21. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG’s 2014 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-110091-Z; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2013 aan het college van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2011 geopend zijn. 22. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b en het PKB 2012 per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 15 de verzekerde valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 23. Het college past op de verzekerden die in het PKB 2012 voor het eerst voorkomen per DKG de gemiddelde prevalentie naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2012 toe. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2013, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per DKG constant blijft. 24. Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 15 2014 valt, deelt het college deze verzekerde in bij DKG klasse ‘0’. 25. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s naar de macroverzekerdenraming. 26. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op: de indeling in HKG somatische zorg 2014 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-110091-Z; het onderzoeksbestand met de hulpmiddelendeclaraties 2011 van zorgverzekeraars per gepseudonimiseerd burgerservicenummer. 27. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b en het PKB 2012 per verzekerde in welke HKG klasse 1 tot en met 4 de verzekerde valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 28. Het college past op de verzekerden die in het PKB 2012 voor het eerst voorkomen per HKG de gemiddelde prevalentie naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2012 toe. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2013, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per HKG constant blijft. 29. Als een verzekerde niet in een HKG klasse 1 tot en met 4 2014 valt, deelt het college deze verzekerde in bij HKG klasse ‘Geen HKG’. 30. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG’s naar de macroverzekerdenraming. 31. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2013; het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over het jaar 2011; het inkomen wanneer voor 2011 geen gegevens beschikbaar zijn, op gegevens over het jaar 2010; de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over het jaar 2012; de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst ontbreken, op het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2013. 32. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming. 33. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2011, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd; declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd. declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-dbc’s en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd. 34. Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2009, 2010 respectievelijk 2011 tot drempelbedragen MHK 2009, 2010 respectievelijk 2011. 35. Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het PKB 2012 in welke MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 36. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2013, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie per MHK klasse 1 tot en met 6 constant blijft. 37. Als een verzekerde niet in een MHK klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college de verzekerde in bij MHK klasse ‘Geen MHK’. 38. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie af op de Overall Toets 2014. De toegepaste prevalentiefactoren staan vermeld in de Verantwoording Verzekerdenraming 2014 die het college op zijn website publiceert. 39. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG, DKG, HKG, aard van het inkomen en MHK. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling risicoverevening 2014 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG in in de klasse 'Geen FKG', voor het criterium DKG in de klasse 'DKG 0’ en voor het criterium HKG in de klasse ‘Geen HKG’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel