**1.** Het college raamt de verzekerdenaantallen 2014 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
**2.** Het college baseert zich bij de raming op de macroverzekerdenraming 2014 en het PKB 2013.
**3.** Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2013 met als peildatum 1 juni 2013, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2013.
**4.** Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.
**5.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2013 met als peildatum 1 juni 2013.
**6.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.
**7.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de leeftijd, op het PKB 2013;
de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2012;
de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2012;
de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 oktober 2012.
**8.** Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid.
**9.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.
**10.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2014 uit bijlage 11 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150659-110091-Z;
de viercijferige postcode, op het PKB 2013.
**11.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming.
**12.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op:
de indeling in FKG GGZ 2014 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2013 met kenmerk 150693-110091-Z;
de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 van de zorgverzekeraars aan het college.
**13.** Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:
middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering;
middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.
**14.** Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in in een klasse FKG GGZ 1 tot en met 7.
**15.** In afwijking van het bepaalde in het veertiende lid hanteert het college voor de FKG psychose depot een drempel van één receptregel, waarbij de FKG psychose depot wordt gedefinieerd door een ATC-code van de FKG psychose en een ZI-artikelnummer met een DDD-factor van ten minste 3.500. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in in de klasse FKG psychose depot.
**16.** In afwijking van het bepaalde in het veertiende lid hanteert het college voor de FKG GGZ bipolair complex een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen voor de FKG GGZ bipolair regulier en ten minste één voorschrift van de indicator bipolair complex. Beneden deze drempel deelt het college een verzekerde niet in in de FKG GGZ bipolair complex.
**17.** Het college koppelt de opgave bedoeld in het twaalfde lid onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempels bedoeld in het veertiende, vijftiende en zestiende lid in welke FKG GGZ klassen de verzekerde wordt ingedeeld. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse.
**18.** Bij samenloop van FKG’s GGZ deelt het college een verzekerde in in alle toepasselijke FKG’s GGZ met inachtneming van de volgende uitzonderingen:
Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG GGZ psychose depot, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG GGZ psychose;
Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG GGZ bipolair complex, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG GGZ bipolair stoornis regulier.
**19.** Het college past per verzekerde per FKG GGZ 2014 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. De toegepaste trendfactoren staan vermeld in de Verantwoording Verzekerdenraming 2014 die het college op zijn website publiceert. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het zeventiende lid, met de prevalentieontwikkeling en herberekent de zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college zet verzekerden die in het PKB 2013 voor het eerst voorkomen per FKG GGZ op de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB.
**20.** Als een verzekerde niet in een FKG GGZ klasse 1 tot en met 7 kan worden ingedeeld, deelt het college deze verzekerde in bij FKG GGZ klasse ‘Geen FKG GGZ psychische aandoeningen’.
**21.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ naar de macroverzekerdenraming.
**22.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de leeftijd, op het PKB 2013;
het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over het jaar 2011;
het inkomen, op gegevens over het jaar 2010 wanneer voor 2011 geen gegevens beschikbaar zijn;
de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst 2012;
de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst ontbreken, op het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2013.
**23.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming.
**24.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ per zorgverzekeraar op:
de indeling in DKG’s GGZ 2014 uit de indelingstabel psychische DKG’s uit het onderzoek;
de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2013 aan het college van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2011 geopend zijn;
declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd.
**25.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b en het PKB 2012 per verzekerde in welke DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 de verzekerde valt en betrekt daarbij de declaraties bedoeld in het vorige lid, onderdeel c. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.
**26.** Het college past op de verzekerden die in het PKB 2012 voor het eerst voorkomen per DKG GGZ de gemiddelde prevalentie naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2012 toe. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2013, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per DKG GGZ constant blijft.
**27.** Als een verzekerde niet in een DKG GGZ klasse 1 tot en met 5 valt, deelt het college deze verzekerde in bij DKG GGZ klasse 0.
**28.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ naar de macroverzekerdenraming.
**29.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst 2012;
de adresgegevens, indien deze in de opgave van de Belastingdienst 2012 ontbreken, op het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2013.
**30.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres naar de macroverzekerdenraming.
**31.** Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties met betrekking tot vereveningsjaar 2011 voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd.
**32.** Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2012 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.
**33.** De verzekerden die in het PKB 2012 voor het eerst voorkomen, worden per GGZ-kosten lage drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2012 gezet. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2013, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten lage drempelklasse constant blijft.
**34.** Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0.
**35.** Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten lage drempel naar de macroverzekerdenraming.
**36.** Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, aard van het inkomen en GGZ-kosten lage drempelklasse. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling risicoverevening 2014 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG GGZ in in de klasse 'Geen FKG GGZ psychische aandoeningen' en voor het criterium DKG GGZ in de klasse ‘DKG GGZ 0’.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Raming van de verzekerdenaantallen 2014 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2014· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 17 oktober 2013