Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Mandatering centrale organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Corporate Dienst

Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 4 maart 2020

1. De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, eveneens gemandateerd aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst. 2. De hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst kan met inachtneming van artikel 12 binnen zijn organisatieonderdeel ten aanzien van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan: de directeuren; het hoofd Klant en Services; project- of programmamanagers van projecten of programma’s met een waarde groter dan € 50.000.000; de afdelingshoofden; de senior adviseurs van de afdeling Bestuurlijk Juridische zaken en Vastgoed/Schade, voor zover het schadeafhandeling betreft; de directeur/kwartiermaker van het onderdeel NOVA; de directeuren van allianties; de project- of programmadirecteur, de project-of programmamanager en de projectleider van het onderdeel NOVA; het afdelingshoofd Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC); de Manager Nationale Bewegwijzeringsdienst, en de coördinerend specialistisch adviseur van het onderdeel NOVA aangewezen door de hoofdingenieur-directeur. 3. De in het tweede lid, onder c en e, genoemde functionarissen worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel