**1.** De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, eveneens gemandateerd aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst.
**2.** De hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst kan met inachtneming van artikel 12 binnen zijn organisatieonderdeel ten aanzien van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan:
de directeuren;
het hoofd Klant en Services;
project- of programmamanagers van projecten of programma’s met een waarde groter dan € 50.000.000;
de afdelingshoofden;
de senior adviseurs van de afdeling Bestuurlijk Juridische zaken en Vastgoed/Schade, voor zover het schadeafhandeling betreft;
de directeur/kwartiermaker van het onderdeel NOVA;
de directeuren van allianties;
de project- of programmadirecteur, de project-of programmamanager en de projectleider van het onderdeel NOVA;
het afdelingshoofd Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC);
de Manager Nationale Bewegwijzeringsdienst, en
de coördinerend specialistisch adviseur van het onderdeel NOVA aangewezen door de hoofdingenieur-directeur.
**3.** De in het tweede lid, onder c en e, genoemde functionarissen worden geen bevoegdheden verleend in HRM-aangelegenheden.
Artikel 6
Mandatering centrale organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Corporate Dienst
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 4 maart 2020