**1.** Aan de hoofdingenieur-directeuren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, tevens de aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden gemandateerd voor zover zij een door de directeur-generaal Rijkswaterstaat aangewezen corporate taak uitoefenen die het eigen organisatieonderdeel overstijgt.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verlening van bevoegdheden in mandaat aan directeuren of project- of programmadirecteuren als bedoeld in de artikelen 5 en 6, steeds tweede lid.
**3.** De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen:
de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat-programma Duurzaamheid en Leefomgeving;
de directeur Vervanging en Renovatie Rijkswaterstaat;
de project- of programmamanager portefeuillehouder bedrijfsvoering project Schiphol – Amsterdam – Almere;
de programmamanager Veranderopgave Omgevingswet RWS, en
het Hoofd secretariaat Vlaams Nederlands Schelde Commissie (VNSC) bij het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Zee en Delta.
Artikel 7
Mandatering Corporate Taken en overige mandatering
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 4 maart 2020