**1.** De daartoe aangewezen ambtenaar stelt zich tenminste eenmaal per uur door persoonlijke waarneming op de hoogte van de toestand van de gedetineerde op wie een vrijheidsbeperkend middel wordt toegepast, bedoeld in artikel 1, sub f, onder 3° tot en met 9°, en maakt daarvan verslag op.
**2.** Indien de toepassing van het vrijheidsbeperkend middel bedoeld in artikel 1, sub f, onder 3° tot en met 9°, het risico van verstikking of verwonding met zich mee zou kunnen brengen is er een vorm van permanent toezicht.
**3.** De aan de inrichting verbonden arts of diens plaatsvervanger stelt zich tenminste twee maal per dag op de hoogte van de toestand van de gedetineerde op wie een vrijheidsbeperkend middel wordt toegepast, bedoeld in artikel 1, sub f, onder 3° tot en met 9°.
**4.** Indien het verslag van de ambtenaar of de bevindingen van de arts of diens plaatsvervanger daartoe aanleiding geven, doch in elk geval twee maal per etmaal, overweegt de directeur na overleg met de aan de inrichting verbonden arts of diens vervanger, of de toestand van de gedetineerde zodanig is gewijzigd dat kan worden volstaan met de bevestiging van vrijheidsbeperkende middelen die de gedetineerde minder vergaand in zijn vrijheid beperken, dan wel de bevestiging van vrijheidsbeperkende middelen kan worden beeïndigd.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Geweldsinstructie BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014