Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Onkostenvergoeding wethouders

Onderdeel van Circulaire (onkosten)vergoedingen burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden per 1 januari 2014· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 december 2013

In artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders is bepaald dat de onkostenvergoeding voor wethouders per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. De consumentenprijsindex voor 2013 is bepaald op 115,46. Voor 2012 was dit indexcijfer 112,70. Een verhoging van 2,4%. Dit betekent dat de bedragen van de ambtstoelage per 1 januari 2014 worden verhoogd met 2,4%. Als uw gemeente wel kiest voor de werkkostenregeling dan luiden de bedragen genoemd in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders met ingang van 1 januari 2014 als volgt, mede gezien artikel 28a, aanhef en onderdeel c, van het Rechtspositiebesluit wethouders: Aantal inwoners gemeente Maximale onkostenvergoeding per maand Tot en met 8.000 € 138,98 8.001 – 14.000 € 228,37 14.001 – 18.000 € 295,43 18.001 – € 322,39 Voor uw informatie meld ik u ook de bedragen van de onkostenvergoeding als uw gemeente nog niet kiest voor de werkkostenregeling. De bedragen genoemd in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, luiden met toepassing van de formule genoemd in artikel 29b, onder b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, met ingang van 1 januari 2014 als volgt: Aantal inwoners gemeente – Maximale onkostenvergoeding per maand Tot en met 8.000 € 289,54 8.001 – 14.000 € 475,77 14.001 – 18.000 € 615,48 18.001 – € 671,65

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel