Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Onkostenvergoeding raadsleden

Onderdeel van Circulaire (onkosten)vergoedingen burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden per 1 januari 2014· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 december 2013

In artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor raadsleden per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. De consumentenprijsindex voor 2013 is bepaald op 115,46. Voor 2012 was dit indexcijfer 112,70. Een verhoging van 2,4%. Dit betekent dat de bedragen van de onkostenvergoeding raadsleden per 1 januari 2014 worden verhoogd met 2,4%. Als uw gemeente wel kiest voor de werkkostenregeling dan luiden met ingang van 1 januari 2014 de maximumbedragen per maand voor de onkostenvergoeding voor alle raadsleden (inclusief de raadsleden die hebben gekozen voor een fictieve dienstbetrekking) de bedragen van de tabel genoemd in artikel 2, derde lid, mede gezien artikel 13a, aanhef en onder a, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: Klasse Inwonertal Maximale onkostenvergoeding per maand 1 Tot en met 8.000 € 45,37 2 8.001–14.000 € 60,27 3 14.001–24.000 € 80,01 4 24.001–40.000 € 109,85 5 40.001–60.000 € 142,09 6 60.001–100.000 € 161,79 7 100.001–150.000 € 180,90 8 150.001–375.000 € 215,51 9 375.001– € 258,49 Voor uw informatie meld ik u ook de bedragen van de onkostenvergoeding als uw gemeente nog niet kiest voor de werkkostenregeling. De maximumbedragen per maand voor de onkostenvergoeding genoemd in artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden luiden dan met toepassing van de formule genoemd in artikel 16, onder b, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, met ingang van 1 januari 2014 als volgt. Hierbij wordt in de eerste tabel aangegeven wat het maximumbedrag per maand is voor raadsleden die niet hebben gekozen voor een ‘fictieve dienstbetrekking’, maar die genieten van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. In de tweede tabel zijn de maximumbedragen opgenomen voor raadsleden die wel hebben gekozen voor een ‘fictieve dienstbetrekking’: Klasse Inwonertal Maximum onkostenvergoeding per maand 1 Tot en met 8.000 € 45,37 2 8.001–14.000 € 60,27 3 14.001–24.000 € 80,01 4 24.001–40.000 € 109,85 5 40.001–60.000 € 142,09 6 60.001–100.000 € 161,79 7 100.001–150.000 € 180,90 8 150.001–375.000 € 215,51 9 375.001– € 258,49 Klasse Inwonertal Maximum onkostenvergoeding (bij fictieve dienstbetrekking) per maand 1 Tot en met 8.000 € 94,52 2 8.001–14.000 € 125,56 3 14.001–24.000 € 166,69 4 24.001–40.000 € 228,85 5 40.001–60.000 € 296,02 6 60.001–100.000 € 337,06 7 100.001–150.000 € 376,88 8 150.001–375.000 € 448,98 9 375.001– € 538,52

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel