Naar hoofdinhoud

Artikel III

Frequentie-eisen en doorhaling

Onderdeel van Loodsenregisterverordening· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

1. Op het samenstel van de loodsplichtige scheepvaartwegen waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste zeventig loods- of peilreizen maken. 2. Op andere dan de in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet bedoelde scheepvaartwegen, de Westerschelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen, waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste vier loods- of peilreizen maken. 3. Als bewijs van een loods- of peilreis geldt: Een op naam van de betreffende registerloods geregistreerde en verrichte loods- of peilreis in een door de algemene raad aangewezen geautomatiseerd inzet- en planningssysteem; of een schriftelijke verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, waaruit blijkt dat de registerloods een loods- of peilreis heeft gemaakt, onder vermelding van de betreffende scheepvaartweg en de datum van die loods- of peilreis. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. 1. Indien de registerloods niet kan voldoen aan de in artikel 3, eerste of tweede lid, gestelde eisen, kunnen de registerloods en het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie bij de algemene raad een verzoek tot opschorting van de doorhaling van de inschrijving in het register indienen. 2. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid wordt door de algemene raad gehonoreerd, indien de algemene raad dit in het belang van de doelmatige dienstverlening acht. 3. Aan een besluit als bedoeld in het tweede lid kunnen voorwaarden worden verbonden. 4. Een besluit als bedoeld in het tweede lid kan door de algemene raad op verzoek van de betreffende registerloods en het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie worden verlengd voor een daarbij aan te geven termijn. 5. De algemene raad zendt een afschrift van haar besluit als bedoeld in het tweede lid aan de betreffende registerloods en aan het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. 1. De algemene raad haalt de inschrijving van een registerloods ambtshalve door: indien de verklaringen, bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren door tijdsverloop zijn vervallen en niet binnen vier weken na de datum van het verval nieuwe verklaringen door de algemene raad zijn ontvangen; na ontvangst van een verklaring van blijvende ongeschiktheid voor de zeevaart in de zin van artikel 108, tweede lid, onder b, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart; na ontvangst van de verklaring van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, met bijgevoegd een overzicht uit het geautomatiseerde inzet- en planningssysteem, als bedoeld in artikel 3, derde lid, waaruit blijkt dat de registerloods niet heeft voldaan aan het vereiste van artikel 3, eerste lid; of indien de registerloods de voorwaarden aan een besluit, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, niet naleeft. 2. Het eerste lid, onderdeel c, blijft buiten toepassing ten aanzien van de registerloods, waarvan het verzoek, bedoeld in artikel 4 door de algemene raad is gehonoreerd. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel