Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Administratieve bepalingen

Onderdeel van Loodsenregisterverordening· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

1. De registerloods meldt een wijziging van zijn naam, voornamen of adres onverwijld aan de algemene raad. 2. De in het eerste lid bedoelde melding is voorzien van een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie of uit een gelijkwaardig buitenlands register. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. De algemene raad brengt ambtshalve een wijziging aan in het register, voor zover het de gegevens van de loodsplichtige scheepvaartwegen of de categorieën van schepen betreft, waarvoor de registerloods bevoegd is: indien het een wijziging betreft die als gevolg van tijdsverloop voortvloeit uit de verordening op grond van artikel 4, eerste lid, van de Loodsenwet; en indien het een wijziging betreft die voortvloeit uit de voorwaarden, verbonden aan het besluit, bedoeld in artikel 4, tweede lid. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. 1. De algemene raad tekent in het register na ontvangst de inhoud aan van: de verklaringen, bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepen; een verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, waaruit een wijziging van de bevoegdheid van de registerloods blijkt, die voortvloeit uit de verordening op grond van artikel 4, eerste lid, van de Loodsenwet, anders dan bedoeld in artikel 7, onderdeel a; een verklaring van de registerloods van wijziging van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 6; een verklaring van de besturen van de betreffende regionale loodsencorporaties, waaruit blijkt dat de registerloods tot een andere regionale loodsencorporatie is gaan behoren; een beperking van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onderdelen c of d of 48 van de Loodsenwet, die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; de verklaring van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, en het daarbij gevoegde overzicht uit het geautomatiseerde inzet- en planningssysteem, als bedoeld in artikel 3, derde lid onder a, waaruit blijkt dat de betreffende registerloods niet aan de in artikel 3, tweede lid, gestelde eis heeft voldaan. Alsdan verliest de betrokken registerloods zijn bevoegdheid voor de in dat lid bedoelde scheepvaartwegen. 2. Het eerste lid, onderdeel f, blijft ten aanzien van de registerloods, voor wie het verzoek bedoeld in artikel 4 is gehonoreerd, gedurende de daarvoor geldende termijn, buiten toepassing. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. 1. De algemene raad vermeldt in het register de datum van: afgifte van een ontvangen verklaring als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepen; inschrijvingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid van deze verordening en in artikel 25, van de Loodsenwet; een wijziging als bedoeld in artikel 6 en artikel 8, eerste lid, onderdelen b, c en f, waarbij als datum geldt de dag dat ten aanzien van betrokkene feitelijk een wijziging in het register wordt aangebracht; een wijziging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, waarbij als datum geldt de dag waarop de ten grondslag liggende rechterlijke uitspraak of maatregel voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; inschrijving van de betrokken registerloods in een andere regionale loodsencorporatie, in het geval, bedoeld in artikel 8, onderdeel d; een doorhaling als bedoeld in artikel 24, eerste lid, met uitzondering van onderdeel g, van de Loodsenwet; een doorhaling als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel g, van de Loodsenwet, waarbij als datum geldt de dag waarop de algemene raad uitvoering geeft aan de schorsing van de bevoegdheid op grond van een rechterlijke uitspraak of maatregel welke voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; het besluit, bedoeld in artikel 4, tweede lid, waarbij als datum geldt de dag waarop het besluit definitief is geworden, tenzij in het besluit een andere aanvangsdatum wordt bepaald, in welk geval deze laatste datum geldt; een verlenging van het besluit als bedoeld in artikel 4, vierde lid, waarbij als datum geldt de dag waarop de verlenging definitief is geworden, tenzij in de verlenging een andere aanvangsdatum wordt bepaald, in welk geval deze laatste datum geldt; en de beëindiging van het besluit, bedoeld in artikel 4, tweede lid of een verlenging daarvan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, waarbij als datum geldt de dag waarop in het besluit of de verlenging daarvan de beëindigingsdatum ervan is bepaald. 2. De algemene raad maakt in het register aantekening van iedere maatregel en van ieder rechterlijk vonnis als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onderdelen c en d en 48 van de Loodsenwet. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden. Treedt in werking met ingang van de dag dat de onderdelen I en K van artikel IX van de Aanpassingswet zbo’s IenM aan de Kaderwet zbo’s in werking treden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel