Artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de Wet op de omzetbelasting 1968 regelt een vrijstelling voor fondswervende activiteiten door organisaties die voor hun primaire activiteiten zijn vrijgesteld van de heffing van btw. Hiermee wordt voorkomen dat deze organisaties voor hun fondswervende prestaties wel in de heffing van btw worden betrokken. Om ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen te voorkomen is de vrijstelling beperkt tot bepaalde maxima aan ontvangsten.
In dit besluit is een toelichting op de wettelijke vrijstelling opgenomen. Ook zijn er enkele goedkeuringen opgenomen op het gebied van de fondswerving. Verder is in dit besluit een aparte regeling voor kantineactiviteiten opgenomen die geldt voor specifiek aangewezen ondernemers.
wet:Wet op de omzetbelasting 1968
btw: omzetbelasting
vrijstellingsbepaling:artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de wet
uitvoeringsbesluit:Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
uitvoeringsbeschikking:Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
btw-richtlijn:Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
AWR:Algemene wet inzake rijksbelastingen
HvJ: Hof van Justitie van de Europese Unie
Dit besluit bevat de volgende (beleidsmatige) wijzigingen ten opzichte van het besluit van 20 december 2012, nr. BLKB 2012/1982M:
paragraaf 2: het grensbedrag voor fondswervende diensten door sportorganisaties is verhoogd van € 31.765 naar € 50.000 (wijziging van artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de wet per 1 januari 2014, zie Artikel XI, onderdeel H, van de Fiscale verzamelwet 2013);
paragraaf 3: deze paragraaf is verduidelijkt;
paragraaf 4: de kantineregeling geldt vanaf 1 januari 2014 niet langer voor sportorganisaties (daartegenover is het grensbedrag voor fondswervende diensten voor deze organisaties verhoogd naar € 50.000, zie wijziging paragraaf 2 hiervoor).
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Omzetbelasting, fondswerving en kantines· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014