Bepaalde organisaties1Het gaat om organisaties bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, d, e, f, o onder 1° of t, van de wet. waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld van de heffing van btw zijn op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de wet ook voor fondswerving vrijgesteld. Onder fondswerving wordt verstaan: het verrichten van leveringen en diensten van bijkomstige aard, voor zover die leveringen en diensten voortvloeien uit activiteiten ter verkrijging van financiële steun. Voor de toepassing van de vrijstellingsbepaling gelden de volgende grensbedragen:
voor leveringen mogen de ontvangsten niet méér bedragen dan € 68.067 per jaar;
voor diensten is het maximum aan ontvangsten € 22.689 per jaar. Daarbij geldt voor sportorganisaties een uitzondering: hun fondswervende diensten zijn vrijgesteld tot een bedrag van € 50.000.
De vrijstellingsbepaling is gebaseerd op artikel 132, eerste lid, onderdeel o, van de btw-richtlijn.
De fondswerving door organisaties kan bestaan uit het verrichten van leveringen en het verlenen van diensten. Over de uitleg van het begrip fondswervende diensten blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan. Om dit begrip te verduidelijken volgt hier een aantal voorbeelden van fondswervende diensten:
entreegelden voor uitvoeringen, wedstrijden, toertochten of fancyfairs;
het tegen vergoeding reclame maken voor een boekleverancier en het bieden van ondersteuning bij distributie van de boeken door scholen;
het tegen vergoeding toestaan van plaatsing van een zendmast op het terrein van de organisatie;
het maken van reclame voor ondernemers, veelal als tegenprestatie voor sponsoring. Hierbij maakt het niet uit of de sponsoring bestaat uit geld of goederen (bijvoorbeeld sportkleding);
de verhuur van lig- en bergplaatsen aan passanten van een watersportvereniging2Het gaat dan om een organisatie die is vrijgesteld op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel e, van de wet.. Hieronder is ook begrepen het daarmee samenhangende gelegenheid geven tot parkeren van voertuigen.
Het uitlenen/detacheren van personeel kan niet als een fondswervende dienst worden aangemerkt.
Het HvJ3HvJ 10 maart 2011, nrs. C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09 (Manfred Bog en anderen). heeft bepaald dat de verstrekking van vers bereide spijzen of etenswaren voor onmiddellijke consumptie een levering van goederen vormt als blijkt dat de diensten waarmee de levering van de etenswaren gepaard gaat niet overheersen.
Dit heeft tot gevolg dat leveringen van spijzen en dranken in/vanuit kantines aangemerkt worden als fondswervende leveringen. In kantines is immers in het algemeen geen sprake van een bijzonder dienstbetoon zoals dat bij restaurants wel het geval is.
Tot de hiervoor bedoelde fondswervende leveringen worden alleen die kantineactiviteiten gerekend die als normale nevenactiviteit van de betreffende organisatie worden beschouwd. Van een normale nevenactiviteit is sprake als de kantineactiviteiten worden verricht in samenhang met de primaire activiteiten van de betreffende organisatie. Niet hieronder valt daarom het verstrekken van spijzen en dranken ter gelegenheid van evenementen die in de persoonlijke sfeer van derden of individuele leden liggen, zoals bruiloften, feesten en jubilea4Zie ook artikel 7a uitvoeringsbeschikking (vanaf 1 januari 2014).. Voor kantineactiviteiten bestaat voor bepaalde instellingen overigens ook een bijzondere regeling (zie onderdeel 4 van dit besluit).
Voor sportverenigingen worden ook als normale nevenactiviteit beschouwd de kantineactiviteiten die samenhangen met activiteiten die door derden in de sportaccommodatie worden verricht, in het geval dat:
de sportieve activiteiten van derden overeen komen met de sport die wordt beoefend door de vereniging of de sportaccommodatie voor die sportieve activiteiten is ingericht;
de openstelling rechtstreeks voortvloeit uit de tussen de vereniging en de eigenaar/verhuurder van de accommodatie aangegane verplichtingen;
de openstelling plaatsvindt op ten hoogste 12 dagen per kalenderjaar.
Een voorbeeld van een dergelijke activiteit is het verhuren van een sportaccommodatie door een voetbalvereniging aan een school voor het houden van een sportdag. De kantineverstrekkingen tijdens dat toernooi worden aangemerkt als normale nevenactiviteit.
Het komt voor dat sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld, voor de exploitatie van de kantine in de heffing van btw worden betrokken omdat het grensbedrag van artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de wet wordt overschreden. Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld, over hun kantineontvangsten btw voldoen naar een forfaitair percentage als het grensbedrag van artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de wet wordt overschreden. Dit percentage bedraagt met ingang van 1 januari 2019: 132Van 1 januari 2013 tot 1 januari 2019 bedroeg het percentage 11,5.
Aan toepassing van deze goedkeuring verbind ik de voorwaarde dat de kantine wordt geëxploiteerd als een normale nevenactiviteit als bedoeld in onderdeel 2.1.1.
Deze goedkeuring heeft tot gevolg dat de totale kantineontvangsten dan de grondslag vormen van de heffing (13/100). Dat wil zeggen niet alleen de opbrengst voor het verstrekken van spijzen en dranken, maar ook de opbrengst uit de exploitatie van speelautomaten en dergelijke.
Het verstrekken van bladen ter informatie van de leden of aangeslotenen over de eigen activiteiten van een organisatie zoals bedoeld in de vrijstellingsbepaling wordt niet aangemerkt als fondswerving. Als het verstrekken van de informatie een bijkomstige activiteit is in de totaliteit van de aan de leden verleende diensten gaat de verstrekking van het clubblad op in de primaire vrijgestelde activiteit van de vereniging.
De grensbedragen voor leveringen en diensten gelden onafhankelijk van elkaar. Dit betekent dat als één van de grensbedragen wordt overschreden, slechts de ontvangsten in de categorie waarin de overschrijding plaatsvindt, in de heffing van btw worden betrokken. Met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat een organisatie die één of beide grenzen overschrijdt, in dat jaar in zoverre buiten de heffing van btw blijft.
Voor toepassing van deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
de overschrijding vindt zijn oorzaak in bijzondere eenmalige omstandigheden of;
de overschrijding was redelijkerwijs voor een bepaald jaar niet te voorzien. Als dan echter het volgende jaar zich opnieuw een overschrijding voordoet, moet in dat jaar in elk geval heffing plaatsvinden.
Een organisatie die ten onrechte fondswervende prestaties in de heffing heeft betrokken, kan teruggaaf van btw verzoeken volgens de daarvoor geldende procedure. Dat is het geval als één of beide grensbedragen niet zijn overschreden.
Als een grensbedrag gedurende een boekjaar wordt gewijzigd, moet het grensbedrag voor dat boekjaar worden berekend op basis van beide in het boekjaar geldende bedragen naar tijdsgelang.
Met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule), keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed dat organisaties niet in de heffing van btw worden betrokken voor de wederverkoop van lotto, toto en loten voor de Grote Clubactie, ongeacht de hiermee behaalde opbrengst. De opbrengst van deze (weder)verkoop blijft buiten beschouwing bij de beoordeling of de grensbedragen voor fondswervende prestaties door de desbetreffende vereniging worden overschreden. Ook giften, donaties en contributies (zonder expliciete tegenprestatie) hoeven voor de grensbedragen niet te worden meegerekend.
Voor toepassing van deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat voor de wederverkoop van lotto, toto en loten voor de Grote Clubactie, geen aanspraak wordt gemaakt op aftrek van voorbelasting.
Artikel 2
De wettelijke vrijstelling voor fondswerving
Onderdeel van Omzetbelasting, fondswerving en kantines· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014