Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Verordening op de Raad voor Geschillen· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

1. Een ieder kan een burgerrechtelijk geschil ter zake van de beroepsuitoefening van een lid van de NBA aan de Raad voorleggen. 2. De eis wordt ingesteld door middel van een gemotiveerd verzoekschrift. De secretaris bevestigt de ontvangst aan de partijen bij het geschil en stelt de verweerder in de gelegenheid schriftelijk en gemotiveerd op het verzoekschrift te antwoorden. 3. Een tegenvordering wordt uiterlijk ingesteld bij het verweerschrift. De eiser wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk op de tegenvordering te antwoorden. 4. De uitspraken van de Raad hebben kracht van bindend advies. 5. Leden van de NBA zijn gehouden zich aan de uitspraak van de Raad te onderwerpen. 6. Indien verweerder lid is van de NBA kan hij het geschil, met voorbijgaan van de Raad, aanhangig maken bij de volgens de wet bevoegde rechter. Verweerder maakt in dat geval het geschil uiterlijk twee weken na ontvangst van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, aanhangig en stelt de Raad daarvan, gelijktijdig, bij aangetekende brief in kennis. 7. Op verzoek kan uitstel worden verleend van de in het vorige lid genoemde termijn. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel