Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening op de Raad voor Geschillen· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014

1. Het is aan de leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de Raad verboden: hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen direct of indirect bekend te maken; op enigerlei wijze de gevoelens te openbaren die in de Raad over aanhangige geschillen zijn geuit; om met betrekking tot een voor hen aanhangig geschil of een geschil dat naar hun weten of vermoeden voor hen aanhangig gemaakt zal worden, buiten de behandeling van het geschil door de Raad, deel te nemen aan enig onderhoud, gesprek of samenkomst met belanghebbenden of van hen enige inlichting of schriftelijk stuk betreffende het geschil aan te nemen. 2. Indien een lid, de secretaris of de plaatsvervangend secretaris het verbod overtreedt, kan hij op verzoek van één of meer leden of van één of beide partijen worden uitgesloten van deelneming aan de behandeling van het geschil. 3. Over een verzoek tot uitsluiting als bedoeld in het vorige lid, beslist de voorzitter. Betreft het verzoek tot uitsluiting de voorzitter, dan beslist de plaatsvervangend voorzitter. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel