Voor de toepassing van de Wet IB geef ik in dit onderdeel een overzicht van de belastbaarheid van bepaalde Duitse, Belgische en Luxemburgse socialeverzekeringsuitkeringen. Achtereenvolgens ga ik in op:
Uitkeringen uit de Duitse Rentenversicherungen;
Belgische socialeverzekeringsuitkeringen;
Luxemburgse socialeverzekeringsuitkeringen;
Belgische gezinsbijslag;
Belgisch tijdskrediet;
Duits Kindergeld;
Duits Erziehungsgeld;
Duits Elterngeld;
Duitse Altersteilzeitregelung.
De uitkeringen uit de Duitse Rentenversicherungen, de Belgische socialeverzekeringsuitkeringen ingevolge de 'sociale zekerheid voor werknemers' en de Luxemburgse socialeverzekeringsuitkeringen (wegens arbeid in dienstverband) zijn door de relatie met de (tegenwoordige of vroegere) dienstbetrekking (van belastingplichtige zelf dan wel van een ander) te bestempelen als inkomsten uit arbeid. Deze Rentenversicherungen en socialeverzekeringsuitkeringen zijn, afgezien van vrijwillige voortzetting na de dienstbetrekking, inherent aan het (hebben) bestaan van de dienstbetrekking. Gelet op het vorenstaande kan er in de praktijk zoveel mogelijk van worden uitgegaan dat de uitkeringen bij de uitkeringsgerechtigde zelf zijn belast, en wel in de regel als loon in de zin van de artikelen 3.81 en 3.82 van de Wet IB. Dat neemt niet weg dat in bepaalde gevallen een zelfstandige toetsing aan de feitelijke situatie een ander standpunt rechtvaardigt, hetwelk dan ook moet worden gevolgd. Hiermee heb ik geen oordeel gegeven omtrent de behandeling van de uitkeringen voor de toepassing van de belastingverdragen met België, Duitsland en Luxemburg. Dat zal steeds afzonderlijk moeten worden getoetst.
De Belgische kinderbijslag en het Duitse Kindergeld behoren met ingang van 1 januari 2001 ingevolge artikel 3.104, onderdeel q, van de Wet IB niet tot de te belasten inkomsten. Aangezien het Belgische kraamgeld, alsmede de Belgische adoptiepremie, en de Belgische kinderbijslag (tezamen aangeduid als gezinsbijslag) in onderling verband staan en als zodanig een bepaald geheel vormen, geldt de onbelastbaarheid ook ten aanzien van het kraamgeld en de adoptiepremie. Gevolg van de onbelastbaarheid is dat op grond van artikel 6.14, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IB geen recht bestaat op aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen waarvoor Belgische gezinsbijslag of Duits Kindergeld wordt ontvangen.
Het tijdskrediet biedt de mogelijkheid tijdelijk de beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Gedurende de periode van onderbreking geniet de betrokkene een uitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Deze uitkering is ingevolge artikel 3.81 van de Wet IB bij de genieter belast als loon. Op grond van artikel 15, paragraaf 1, juncto artikel 18, paragraaf 6, van het Verdrag met België is het heffingsrecht over deze RVA-uitkering die wordt betaald aan een inwoner van Nederland toegewezen aan België. Dit standpunt is eerder bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer van 13 januari 2003, nr. IFZ2003/21, V-N 2003/6.11.
Het Duitse Erziehungsgeld is een betaling die gedurende maximaal 24 maanden wordt verstrekt als een ouder zelf voor zijn kind zorgt. De hoogte van de betaling is afhankelijk van het inkomen en wordt alleen verstrekt als de ouder niet meer dan een vastgesteld aantal uur per week werkt. Wie Arbeitslosengeld ontvangt heeft geen recht op Erziehungsgeld. Op grond van deze kenmerken kan het Duitse Erziehungsgeld niet worden aangemerkt als een buitenlandse uitkering die ingevolge artikel 3.104, onderdeel q, van de Wet IB naar aard en strekking overeenkomt met uitkeringen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. Ingevolge artikel 3.100, eerste lid, onderdeel a, en artikel 3.101, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IB is het Duitse Erziehungsgeld bij de genieter belast als belastbare publiekrechtelijke periodieke uitkering.
Het Duitse Elterngeld is een betaling aan ouders die hun kinderen zelf opvoeden. Het Elterngeld wordt gedurende maximaal 12 maanden betaald in de eerste 14 maanden van het leven van het kind. De ouders mogen niet meer dan 30 uur per week werkzaam zijn en het Elterngeld is inkomensafhankelijk. Op grond van deze kenmerken kan het Duitse Elterngeld niet worden aangemerkt als een buitenlandse uitkering die ingevolge artikel 3.104, onderdeel q, van de Wet IB naar aard en strekking overeenkomt met uitkeringen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet. Ingevolge artikel 3.100, eerste lid, onderdeel a, en artikel 3.101, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IB is het Duitse Elterngeld bij de genieter belast als belastbare publiekrechtelijke periodieke uitkering.
De Duitse Altersteilzeitregeling is een regeling uit het Duitse Sozialgesetzbuch welke tot doel heeft om oudere werknemers voorafgaand aan pensionering in de gelegenheid te stellen gedurende een vastgestelde periode deeltijdwerk (50%) te verrichten en zodoende de herintreding van werkloze werknemers mogelijk te maken of de plaats in te laten nemen door een schoolverlater. De werknemer ontvangt ten minste 70% van het laatste verdiende loon en de werkgever vult de premie voor de Rentenversicherung tot ten minste 90% aan. De werkgever ontvangt voor deze extra loonkosten een vergoeding van het Arbeitsamt. Toepassing van de regeling is ook mogelijk door in de eerste helft van de periode een volledige dagtaak te verrichten en in de tweede helft van de periode van werk te zijn vrijgesteld. De uitkering op grond van de Altersteilzeitregeling is ingevolge artikel 3.81 van de Wet IB bij de genieter belast als loon. Dit loon wordt, evenals andere loonbestanddelen, voor de toepassing van het Verdrag met Duitsland aangemerkt als inkomsten waarvoor het artikel inzake niet-zelfstandige arbeid geldt. In de situatie dat werkgever en werknemer de regeling toepassen door in de eerste helft van de periode een volledige dagtaak te verrichten en in de tweede helft van de periode van werk te zijn vrijgesteld, geldt dat het heffingsrecht ter zake van het in de tweede periode uitbetaalde loon wordt bepaald door het causaal verband tussen het in de tweede periode uitbetaalde loon en de in de eerste periode extra gewerkte uren. Met andere woorden: het heffingsrecht over het in de tweede periode uitbetaalde loon volgt in dezelfde mate het heffingsrecht ter zake van de in de eerste periode extra gewerkte uren. Als de Altersteilzeitregeling wordt toegepast voor Duitse ambtenaren die in Nederland wonen dan geldt hiervoor dat het heffingsrecht over het loon is toegewezen aan Duitsland als kasstaat.
Artikel 5
Belastbaarheid bepaalde Duitse, Belgische en Luxemburgse socialeverzekeringsuitkeringen
Onderdeel van Buitenlandse sociale verzekeringen, Duitse, Belgische en Luxemburgse sociale zekerheid, aftrek premie en belastbaarheid uitkeringen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 8 april 2014