Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Chartaal toezicht en handhaving

Onderdeel van Beleidsregel handhaving chartaal toezicht eurobankbiljetten· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 15 mei 2014

In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop het chartaal toezicht de naleving van bepalingen van de wet- en regelgeving bewerkstelligt. Het chartaal toezicht op eurobankbiljetten bestaat onder meer uit het geven van voorlichting en ‘guidance’ door de chartaal toezichthouder over de neergelegde normen, het verzamelen van gegevens en het doen van onderzoek naar de mate van naleving van de normen. Chartaal toezicht hanteert een risicogebaseerde aanpak. De chartaal toezichtcapaciteit wordt vooral ingezet op risico’s die DNB als hoogste kwalificeert. Niet elke overtreding van de wet- en regelgeving leidt tot de inzet van een wettelijk handhavingsinstrument. Een normoverdragend gesprek of een waarschuwingsbrief kan een belangrijke rol spelen in de handhaving. In veel gevallen zal een gesprek of brief reeds het gewenste effect hebben, namelijk normconform gedrag. Dit betekent overigens niet dat in alle gevallen waarin een overtreding wordt geconstateerd, in eerste instantie een normoverdragend gesprek zal worden gevoerd of een waarschuwingsbrief zal worden verzonden. Of DNB daartoe overgaat, zal altijd afhangen van de omstandigheden van het geval en de weging van de factoren, zoals hierna is uitgewerkt in paragraaf 5.

Rechtspraak bij dit artikel