Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Chartaal toezichttaak; norm en geadresseerden

Onderdeel van Beleidsregel handhaving chartaal toezicht eurobankbiljetten· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 15 mei 2014

DNB houdt op grond van artikel 9b Bankwet 1998 toezicht op de naleving van: artikel 9a, eerste tot en met derde lid Bankwet 1998, en artikel 6, eerste lid, van de Vo. Valsemunterij voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten. In beide artikelen is opgenomen -kort gezegd- de verplichting om de eurobankbiljetten op echtheid- en geschiktheid te controleren alvorens deze opnieuw in omloop te brengen. De voorschriften ter zake van de controleprocedures op echtheid en geschiktheid zijn voor eurobankbiljetten nader vastgelegd in ECB-Besluit 2010/14, alsook de verplichting hierover te rapporteren aan DNB.2Besluit ECB/2010/14 inzake echtheids- en geschiktheidscontroles en het opnieuw in omloop brengen van eurobankbiljetten De hierboven genoemde controleverplichting geldt voor kredietinstellingen, voor overige betalingsdienstverleners en andere economische operatoren die deelnemen aan de behandeling en verstrekking aan het publiek van eurobankbiljetten. Hieronder vallen wisselinstellingen, geldvervoerders en overige economische operatoren, zoals winkeliers en casino’s, die van publiek ontvangen eurobankbiljetten recirculeren via een (geld)automaat. DNB is op grond van artikel 9c, eerste en tweede lid, Bankwet 1998 bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete van ten hoogste € 50.000 euro3Stb 2014, 30 – Besluit bestuurlijke boetes echtheids- en geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten en euromunten, voor een afzonderlijke overtreding ter handhaving van: artikel 9a, eerste tot en met derde lid Bankwet 1998, artikel 6, eerste lid, van de Vo. Valsemunterij, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, en artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). DNB heeft in haar ‘Besluit aanwijzing toezichthouders recirculatie eurobankbiljetten’ van 11 januari 2012 medewerkers aangewezen als ‘chartaal toezichthouder’, die hierdoor beschikken over de inlichtingen- en onderzoeksbevoegdheden van titel 5.2 van de Awb. Deze bevoegdheden kunnen worden ingezet ten behoeve van het toezicht op de naleving en kunnen worden uitgeoefend zonder dat van de overtreding van een wettelijk voorschrift sprake hoeft te zijn. De chartaal toezichthouders houden toezicht op de naleving van artikel 6, eerste lid Vo. Valsmunterij, de Bankwet 1998 en het ECB-Besluit 2010/14 voor wat betreft de controleverplichting op eurobankbiljetten. Uitgangspunt is dat iedere partij die deelneemt aan de behandeling en verstrekking aan het publiek van eurobankbiljetten en/of eurobankbiljetten recirculeert via een (geld-) automaat, zich uit eigen beweging normconform gedraagt. Wanneer door de chartaal toezichthouder niet-normconform gedrag wordt vastgesteld, kan de inzet van handhavingsinstrumenten nodig zijn. Het hierna beschreven handhavingsbeleid geeft inzicht in de uitgangspunten en factoren die voor DNB richtinggevend zijn bij het bepalen van de inzet van handhavingsinstrumenten (zoals last onder dwangsom en bestuurlijke boete), teneinde naleving van de neergelegde normen te bewerkstelligen. Door beoordeling van de ernst van de overtreding en overige concrete omstandigheden van het geval, komen de chartaal toezichthouders/DNB tot een passende wijze van optreden. Vanuit de eigen taak bij de naleving van de wet- en regelgeving en op grond van de overige relevante omstandigheden en belangen, maakt DNB zelfstandig een afweging bij het bepalen van de inzet van handhavingsinstrumenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel