**1.** Het verzoekschrift wordt door aanvrager ondertekend en bevat ten minste:
de naam en de adresgegevens van de inrichting waar verzoeker verblijft;
de dagtekening;
de aanduiding van het onherroepelijke vonnis of arrest, waarbij verzoeker is veroordeeld;
de in artikel 2, eerste lid, bedoelde overwegingen op grond waarvan de overdracht wordt aangezocht;
het land waar tenuitvoerlegging wordt aangezocht;
documentatie waaruit blijkt dat verzoeker zijn hoofdverblijf heeft in het aangezochte land.
**2.** Het verzoekschrift wordt afgewezen indien:
het verzoekschrift kennelijk ongegrond is;
het verzoekschrift niet aan de in artikel 3, eerste lid, genoemde vereisten voldoet;
het vonnis nog niet onherroepelijk is;
de resterende detentietijd minder dan zes maanden bedraagt op het moment van het indienen van het verzoekschrift;
het door verzoeker aangevoerde resocialisatiebelang in redelijkheid niet gediend kan zijn bij de aangezochte overdracht van de tenuitvoerlegging;
strafvorderlijke belangen zich tegen overdracht verzetten;
gronden ontleend aan het algemeen belang overdracht niet toelaten;
voor zover Nederland het aangezochte land is; indien verzoeker niet kan aantonen dat voor een periode van drie jaar of langer sprake is geweest van een hoofdverblijf in Nederland.
**3.** Het verzoek wordt tevens afgewezen indien verzoeker in de 365 dagen voorafgaand aan het verzoek reeds eerder een verzoek tot overdracht heeft ingediend.
Artikel 3
Vereisten verzoekschrift en gronden voor afwijzing
Deze tekst geldt sinds 3 juli 2014