Een buitenlandse wederverkoper kan in Nederland aan een Nederlandse wederverkoper margegoederen leveren met toepassing van de margeregeling (zie ook onderdeel 3.9). Hij is dan over zijn winstmarge belasting verschuldigd. Zonder nadere voorziening wordt deze belasting geheven van de afnemer op grond van de verleggingsregeling (artikel 12, derde lid, van de wet). Dit betekent dat de buitenlandse wederverkoper de afnemer op de hoogte moet stellen van zijn winstmarge. Vanuit commercieel oogpunt is dit over het algemeen onwenselijk. Daarbij komt dat de afnemer de te verleggen belasting niet kan vaststellen als de buitenlandse wederverkoper de globalisatieregeling toepast. De wederverkoper bepaalt de winstmarge dan immers niet per transactie maar per tijdvak. Om deze problemen te voorkomen, bepaalt de wet dat de verleggingsregeling niet van toepassing is bij leveringen onder de margeregeling door een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en hier ook geen vaste inrichting heeft (artikel 28g van de wet). De buitenlandse wederverkoper moet de belasting over de winstmarge zelf op aangifte voldoen.
De wederverkoper kan de margeregeling toepassen op gebruikte goederen die hij gekocht heeft van niet-aftrekgerechtigde leveranciers. Dit geldt in beginsel ook voor gebruikte vervoermiddelen die voldoen aan de wettelijke definitie van nieuw vervoermiddel (artikel 2a, eerste lid, onderdeel f, van de wet). In het binnenlandse handelsverkeer kan de wederverkoper deze vervoermiddelen leveren onder de margeregeling.
Toepassing van de margeregeling bij intracommunautaire levering van deze vervoermiddelen, zou inhouden dat belasting geheven wordt volgens het oorspronglandbeginsel. Dat is in strijd met de bedoeling van de richtlijngever. Nieuwe maar beperkt gebruikte vervoermiddelen die intracommunautair geleverd worden, worden om die reden dan ook niet aangemerkt als gebruikt goed (artikel 2a, eerste lid, onderdeel l, van de wet). De belasting wordt daardoor geheven volgens het bestemmingslandbeginsel. De Nederlandse wederverkoper verricht dus een (intracommunautaire) levering tegen het nultarief, terwijl de afnemer een belaste intracommunautaire verwerving verricht. Om cumulatie van belasting bij deze leveringen te voorkomen, heeft de wetgever een bijzondere regeling getroffen (artikel 15, eerste lid, onderdeel d, onder 2, van de wet). De wederverkoper kan de belasting in de aankoopprijs van dat vervoermiddel in aftrek brengen. Niet van belang is dat deze belasting niet op de voorgeschreven wijze is gefactureerd. Het aftrekrecht ontstaat op het tijdstip waarop de wederverkoper het vervoermiddel intracommunautair levert. De belasting is het laagste van de volgende twee bedragen:
de belasting in de aankoopprijs; deze bedraagt 21/121 deel van de aankoopprijs, nadat deze is verminderd met het daarin begrepen bedrag aan BPM (artikel 10 van de wet BPM); en
de belasting, die de wederverkoper verschuldigd zou zijn als hij het nultarief niet zou toepassen; de belasting bedraagt dan 21% over de vergoeding, nadat deze is verminderd met het daarin begrepen bedrag aan BPM (artikel 10 van de Wet BPM).
De wederverkoper moet de belasting in de aankoopprijs aantonen. Hij kan dit doen met bescheiden als een originele factuur, een inkoopverklaring of een betalingsbewijs.
Een afnemer moet in beginsel voldoen aan de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit een koopovereenkomst. Doet hij dit niet dan kan de leverancier/crediteur in bepaalde gevallen de door hem geleverde goederen terugnemen. Als de afnemer geen ondernemer is, leidt de teruglevering niet tot heffing van btw. Hetzelfde geldt als de afnemer wel een ondernemer is maar hij voor de teruglevering geen btw verschuldigd is. Op de daaropvolgende levering kan een crediteur/wederverkoper vervolgens de margeregeling toepassen. De winstmarge bestaat dan uit het verschil tussen de verkoopprijs van dat doorgeleverde goed en de som van het alsnog verrekende deel van de oorspronkelijke verkoopprijs en het bedrag dat de leverancier/crediteur feitelijk betaalt aan de schuldenaar voor dat teruggenomen goed.
Als de wederverkoper het factuurstelsel toepast, kan hij een verzoek om teruggaaf doen voor het gedeelte van de oorspronkelijke verkoopprijs dat na verrekening van de opbrengst van de verkoop van het goed onbetaald is gebleven (artikel 29, eerste lid, onderdeel a, van de wet). Voert de wederverkoper het kasstelsel, dan heeft hij geen recht op teruggaaf van de btw in het niet ontvangen deel van de vergoeding. Over dat deel heeft de leverancier ook geen btw voldaan.
Ondernemer A levert een goed aan een particulier voor 1.000 + 210 btw.
De particulier heeft 736 betaald en blijft het restant van 474 schuldig.
A neemt het goed terug en verkoopt dit voor 300 aan een derde.
Hij verrekent met de schuld van de eerste afnemer (474) een bedrag van 200 waardoor de schuld nog 274 bedraagt.
Winstmarge
A kan op de verkoop van het teruggenomen goed de margeregeling toepassen. Daarbij bepaalt hij de winstmarge als volgt:
Verkoopopbrengst:
300
Af:
Alsnog verrekende deel van de oorspronkelijke verkoopprijs:
200
Feitelijk aan de schuldenaar terugbetaalde bedrag voor het teruggenomen goed:
0
Winstmarge:
100
Btw-berekening
Factuurstelsel
Als A het factuurstelsel toepast, heeft hij recht op teruggaaf van btw in het niet betaalde deel van de oorspronkelijke verkoopprijs.
A heeft over de eerste levering 210 btw voldaan:
210
A heeft recht op teruggaaf van btw in het niet betaalde deel van de oorspronkelijke verkoopprijs.
Dit is 21/121 x 274 (474 -/- 200)
– 48
Totaal:
162
Over de margelevering voldoet hij 21/121 x 100. Dit is een btw-bedrag van 17.
Kasstelsel
Als A het kasstelsel toepast, heeft hij geen btw voldaan over het niet ontvangen deel van de vergoeding. Hij heeft dan ook geen recht op teruggaaf.
A heeft over de ontvangst van 736 21/121 aan btw voldaan:
127
A moet over het deel van de verrekende schuld btw voldoen.
Dit is 21/121 x 200:
34
Totaal:
161
Over de margelevering voldoet hij 21/121 x 100. Dit is een btw-bedrag van 17.
Als voorbeeld 1 maar nu verkoopt A het goed door voor 700. Hij boekt de schuld geheel af en betaalt de particulier 100 terug.
Winstmarge
A kan op de verkoop van het teruggenomen goed de margeregeling toepassen. Daarbij bepaalt hij de winstmarge als volgt:
Verkoopopbrengst:
700
Af: Alsnog verrekende deel van de oorspronkelijke verkoopprijs:
474
Feitelijk aan de schuldenaar terugbetaalde bedrag voor het teruggenomen goed:
100
Winstmarge:
126
Btw-berekening
Factuurstelsel
A heeft over de eerste levering 210 btw voldaan.
Over de margelevering voldoet hij 21/121 x 126. Dit is een btw-bedrag van 21.
Kasstelsel
Als A het kasstelsel toepast, moet hij btw voldoen over zijn ontvangsten.
A heeft over de ontvangst van 736 21/121 aan btw voldaan:
127
A moet over het deel van de feitelijk verrekende schuld btw voldoen. Dit is 21/121 x 474:
82
Totaal:
209
Over de margelevering voldoet hij 21/121 x 126. Dit is een btw-bedrag van 21.
De wederverkoper kan bovengenoemde regeling ook toepassen als de afnemer niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen uit huurkoopovereenkomst of overeenkomst uit financial lease. In deze gevallen hoeft de leverancier bij toepassing van het factuurstelsel geen btw te voldoen over de in de termijnen begrepen financieringstoeslag. Heeft hij zo gehandeld, dan maakt de financieringstoeslag geen deel uit van de ‘inkoopprijs’ van het teruggenomen goed.
Op grond van een redelijke wetstoepassing mag de ondernemer waarvan de afnemer niet voldoet aan zijn verplichtingen uit een huurkoopovereenkomst of een overeenkomst uit financial lease en die het factuurstelsel toepast, bij het verzoek om teruggaaf op grond van artikel 29, eerste lid, onderdeel a, van de wet, de financieringstoeslag naar evenredigheid toerekenen aan de betaalde en de niet betaalde termijnen.
Ondernemer A levert in huurkoop een goed aan particulier B, tegen betaling van 10 termijnen van 1.100 inclusief btw. In de termijnen is een financieringstoeslag van 10% begrepen.
B betaalt 4 termijnen en blijft daarna in gebreke.
A neemt het goed terug en verkoopt het voor 7.785.
B wordt gecrediteerd voor de onbetaald gebleven termijnen (6.600).
Winstmarge
Factuurstelsel
A kan op de verkoop van het teruggenomen goed de margeregeling toepassen. Daarbij bepaalt hij de winstmarge als volgt:
Verkoopopbrengst:
7.785
Af: Alsnog verrekende deel van de oorspronkelijke verkoopprijs exclusief financieringstoeslag:
6.000
Feitelijk betaalde bedrag voor het teruggenomen goed:
0
Bruto winstmarge:
1.785
Kasstelsel
Verkoopopbrengst:
7.785
Af: Alsnog verrekende deel van de oorspronkelijke verkoopprijs inclusief financieringstoeslag:6.600
Feitelijk betaalde bedrag voor het teruggenomen goed:0
Bruto winstmarge:1.185
Btw-berekening
Factuurstelsel
A heeft over de eerste levering aan btw voldaan 21/121 x de vergoeding exclusief financieringstoeslag van per saldo 10.000:
1.735
Over de margelevering voldoet hij 21/121 x 1.785:
309
Totaal:
2.044
Kasstelsel
A moet btw voldoen over zijn ontvangsten van 4.400 + 6.600.
Dit is 21/121 x 11.000:
1.909
Over de margelevering voldoet hij 21/121 x 1.185:
205
Totaal:
2.114
Bij een schadeverzekeringsovereenkomst vergoedt een verzekeringsmaatschappij aan de verzekerde onder meer de schade die ontstaat door diefstal van eigendommen. Voorwaarde voor de uitkering is dat de verzekeringsmaatschappij de eigendom van het gestolen goed verkrijgt als dat wordt teruggevonden. De verzekeringsmaatschappij verricht bij doorverkoop van het teruggevonden goed een belaste levering. Als de goederen afkomstig zijn van een verzekerde die geen ondernemer is, kan de verzekeringsmaatschappij op de doorverkoop de margeregeling toepassen. Hetzelfde geldt als de verzekerde een ondernemer is die over de (terug)levering geen btw verschuldigd is. De verzekeringsmaatschappij stelt in die gevallen de winstmarge vast op het verschil tussen de vergoeding bij doorverkoop en de door haar gedane verzekeringsuitkering. De omstandigheid dat de verzekeringsmaatschappij de schade ‘inclusief btw’ vergoedt, vormt een aanwijzing voor het van toepassing zijn van de margeregeling.
Veilinghouders kunnen op de veilingverkopen van margegoederen de margeregeling toepassen. Voorwaarde daarbij is dat de veilinghouder aannemelijk maakt dat hij de goederen verkregen heeft van niet-aftrekgerechtigde leveranciers. Dit geldt ook bij een executoriale verkoop in opdracht van bijvoorbeeld een pandhouder. Vaak is dan niet duidelijk of de pandgever voor dat goed al dan niet aftrekgerechtigd was. De veilinghouder kan dan in beginsel de margeregeling niet toepassen. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarden goed dat veilinghouders bij executoriale verkoop de margeregeling toepassen.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
het aangebrachte goed verkeert kennelijk in gebruikte staat;
voor de levering aan de veilinghouder wordt geen factuur uitgereikt waarop afzonderlijk btw is vermeld; en
het is de veilinghouder niet bekend en kan hem niet bekend zijn dat de pandgever aftrekgerechtigd is en de btw ook daadwerkelijk heeft afgetrokken.
De veilinghouder die gebruik maakt van deze goedkeuring, mag eventueel nagefactureerde btw niet in aftrek brengen. Daarnaast moet hij voldoen aan alle verplichtingen die zijn verbonden aan toepassing van de margeregeling. Dit houdt onder andere in dat hij bij de verkoop geen factuur mag uitreiken waarop hij afzonderlijk btw in rekening brengt.
Als het geveilde goed afkomstig is van een ander dan een ondernemer, zal de veilinghouder een inkoopverklaring moeten opmaken en bewaren (artikel 4a, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking). De inkoopverklaring hoeft in dit geval niet de verklaring te bevatten van de leverancier dat hij voor dat goed geen belasting in aftrek heeft gebracht. Voldoende is dat de opdrachtgever van de executoriale verkoop de inkoopverklaring heeft ondertekend.
Koninklijke PostNL BV (PostNL) levert postzegels die in Nederland kunnen worden gebruikt voor het frankeren van poststukken. Deze leveringen zijn vrijgesteld van btw (artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van de wet). Als handelaar in verzamelvoorwerpen kan een wederverkoper die postzegels koopt van PostNL (rechtstreeks of via een postagentschap) op de wederverkoop van die zegels de margeregeling toepassen.
De levering tegen de nominale waarde van Nederlandse circulatiemunten door de Staat aan de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) is niet aan heffing van btw onderworpen. Verzamelmunten zijn munten die weliswaar de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bezitten, maar worden geslagen in verzamelkwaliteit (‘proof’ of ‘fleur de coin’). KNM verkrijgt de verzamelmunten van een niet-aftrekgerechtigde leverancier. Als handelaar in verzamelvoorwerpen kan KNM deze munten onder de margeregeling doorleveren.
Op de verkoop van postzegels, munten en bankbiljetten die een wederverkoper heeft verkregen van aftrekgerechtigde leveranciers, kan hij de margeregeling in beginsel niet toepassen. De wederverkoper zou deze postzegels, munten en bankbiljetten dus administratief moeten scheiden van de postzegels, munten en bankbiljetten die hij met toepassing van de margeregeling kan verkopen. Om dat te voorkomen keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarden goed dat een wederverkoper de margeregeling toepast op de levering van postzegels, munten en bankbiljetten die hij heeft verkregen van aftrekgerechtigde leveranciers.
Voor toepassing van deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
de wederverkoper brengt geen btw op een factuur in rekening; en
de wederverkoper ziet af van aftrek van de hem in rekening gebrachte btw of btw die hij anderszins verschuldigd is.
Bij postzegels gaat het om alle goederen die genoemd zijn in onderdeel a van post 2 van de bij de uitvoeringsbeschikking behorende bijlage J.
Van deze goedkeuring is uitgesloten de aankoop van postzegels, munten en bankbiljetten door een wederverkoper in niet-EU-landen, die hij vervolgens in Nederland invoert. In die situatie kan de wederverkoper op grond van de wet een verzoek doen om toepassing van de margeregeling (artikel 28c, eerste lid, van de wet; de kav-vergunning).
Autoriteiten of diensten uit andere lidstaten verkopen ook postzegels, munten en bankbiljetten voor officieel gebruik. Lidstaten kunnen deze leveringen vrijstellen van de heffing van btw. In de onderdelen 7.6.4.1 en 7.6.4.2 wordt ingegaan op de vrijgestelde respectievelijk belaste leveringen van postzegels, munten en bankbiljetten in andere lidstaten, gevolgd door de verwerving van die goederen in Nederland.
De autoriteiten of diensten uit andere lidstaten leveren postzegels, munten en bankbiljetten in beginsel vrijgesteld van btw. De wederverkoper die de postzegels, munten en bankbiljetten na de aankoop meeneemt naar Nederland, verricht een met een levering gelijkgestelde overbrenging van goederen (zie artikel 3a van de wet). Hij kan hierop de margeregeling toepassen. De marge op deze levering is uiteraard nihil. De op die levering volgende intracommunautaire verwerving door de wederverkoper is niet aan heffing van Nederlandse btw onderworpen (artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, van de wet).
De autoriteiten of diensten uit andere lidstaten kunnen de postzegels, munten en bankbiljetten ook toezenden aan een in Nederland gevestigde wederverkoper. De autoriteit of dienst verricht dan een intracommunautaire levering. De daarop volgende intracommunautaire verwerving door de wederverkoper is aan heffing van Nederlandse btw onderworpen. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarde goed dat de intracommunautaire verwerving door wederverkopers van postzegels, munten en bankbiljetten buiten de heffing van btw blijft.
de levering van de postzegels, munten en bankbiljetten door de autoriteit of dienst in de andere lidstaat zou in die lidstaat zijn vrijgesteld van btw.
Het komt voor dat autoriteiten en diensten uit andere lidstaten postzegels, munten en bankbiljetten leveren met berekening van btw. De wederverkoper die deze goederen na de aankoop meeneemt naar Nederland, verricht een met een levering gelijkgestelde overbrenging van goederen (artikel 3a van de wet). De wederverkoper verricht dan een intracommunautaire levering tegen het nultarief in die lidstaat en een belaste intracommunautaire verwerving in Nederland. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule)
Ik keur onder voorwaarde goed dat de wederverkoper de margeregeling toepast op postzegels, munten en bankbiljetten die hij in een andere lidstaat met berekening van btw aankoopt van de autoriteiten of dienst in die lidstaat en die hij na de aankoop overbrengt naar Nederland.
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
de wederverkoper vraagt de in rekening gebrachte buitenlandse btw niet terug.
De marge op deze levering is uiteraard nihil. De op die levering volgende intracommunautaire verwerving door de wederverkoper leidt hierdoor niet tot verschuldigdheid van Nederlandse btw.
De postzegels, munten en bankbiljetten kunnen ook vanuit de andere lidstaat worden toegezonden aan een in Nederland gevestigde wederverkoper. De autoriteit of dienst uit de andere lidstaat verricht dan een intracommunautaire levering tegen het nultarief. De daarop volgende intracommunautaire verwerving door de wederverkoper is aan heffing van Nederlandse btw onderworpen. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarde goed dat de wederverkoper de margeregeling toepast op de doorlevering van postzegels, munten en bankbiljetten die hij met berekening van btw aankoopt van een in een andere lidstaat gevestigde autoriteit of dienst.
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
de wederverkoper brengt de btw die hij is verschuldigd over de intracommunautaire verwerving niet in aftrek.
Galeriehouders treden in de praktijk regelmatig op als bemiddelaar tussen kunstenaar en koper bij de verkoop van een kunstvoorwerp. De kunstenaar levert het kunstvoorwerp dan rechtstreeks aan de koper. Deze levering is tot 1 januari 20268In verband met de afschaffing van post a-29 van Tabel I is overgangsrecht opgenomen (artikel LXII van het Belastingplan 2025). Op basis van dat overgangsrecht is btw die is verschuldigd over betalingen in 2025 die zien op leveringen die plaatsvinden in 2026 of later, verschuldigd tegen het algemene tarief. Goedgekeurd is dat het overgangsrecht buiten toepassing blijft tot 1 juli 2025. Zie Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting, besluit van 13 december 2024, nr. 2024-33245 (Stcrt. 2024, 40471). onderworpen aan het verlaagde tarief (post a-29 van Tabel I). De galeriehouder is over zijn bemiddelingsvergoeding btw verschuldigd naar het algemene tarief.
Van bemiddeling door een galeriehouder is sprake als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Galeriehouder en kunstenaar sluiten in beginsel per kunstvoorwerp een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst. In deze overeenkomst vermelden ze de volgende gegevens:
naam en adres van de kunstenaar en van de galeriehouder;
een registratienummer dat verwijst naar het kunstvoorwerp;
een omschrijving van het voorwerp, zoals titel, materiaal, maten en de verkoop- of vraagprijs;
een aanduiding dat de galeriehouder handelt op naam, op order en voor rekening van de kunstenaar;
de vermelding dat de kunstenaar tot het tijdstip van verkoop en aflevering door de galeriehouder eigenaar van het voorwerp blijft.
Galeriehouder en kunstenaar kunnen ook een doorlopende (kader)overeenkomst van bemiddeling aangaan. De galeriehouder maakt bij de afgifte van een kunstvoorwerp telkens een document op waarin hij verwijst naar de overeenkomst.
De galeriehouder maakt de koper duidelijk dat de (ver)kooptransactie tot stand komt tussen de kunstenaar en de koper, bijvoorbeeld door uitdrukkelijke vermelding daarvan in de catalogus en prijslijst bij een tentoonstelling.
De definitieve uitbetaling van het aan de kunstenaar (nog) toekomende deel van de verkoopprijs geschiedt nadat het kunstvoorwerp is verkocht. Het eventueel betalen van een voorschot doet hieraan geen afbreuk.
De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) namens de kunstenaar een rekening op voor de koper onder vermelding van de tekst ‘Op naam en voor rekening van kunstenaar X aan u verkocht en geleverd’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder hoeft het adres van de kunstenaar niet te vermelden. De galeriehouder moet het adres wel hebben geregistreerd en moet het direct kunnen overleggen. De verplichting tot het opmaken van een factuur geldt niet als de kunstenaar de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25a van de wet).
De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) een afrekening op voor de kunstenaar, onder vermelding van de tekst ‘Voor u verkocht op grond van de met u aangegane bemiddelingsovereenkomst d.d. ....’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder splitst op de afrekening het van de koper ontvangen bedrag in een netto (ver)koopprijs en het btw-bedrag (verlaagd tarief). Om misverstanden te voorkomen mag de galeriehouder daarbij vermelden dat deze btw door de kunstenaar moet worden aangegeven en afgedragen. De galeriehouder verstrekt de kunstenaar ook een kopie van de aan de koper uitgereikte rekening. De kunstenaar moet deze bescheiden in zijn administratie bewaren.
De detailhandel verkoopt diamanten sieraden via een zogenaamd groeisysteem. Zo’n sieraad wordt ook wel groeibriljant genoemd. Binnen een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden kan de koper zo’n groeibriljant voor een gegarandeerde innameprijs inruilen tegen een grotere groeibriljant of een met meer groeibriljanten gezet sieraad. Na inname verkoopt de ondernemer de groeibriljant in de regel aan de groothandel. De groothandel sloopt het sieraad, plaatst de diamant opnieuw in een sieraad en levert dat sieraad weer aan de detailhandel. Bij verkoop is de detailhandel opnieuw over de gehele verkoopprijs btw verschuldigd. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarden goed dat ondernemers die groeibriljanten verkopen via een systeem waarbij een groothandel betrokken is, als volgt handelen:
De ondernemer die groeibriljanten levert, voldoet btw over de gehele vergoeding. Als hij op de levering een andere groeibriljant inneemt, mag hij de innameprijs voor het ingenomen sieraad niet op de vergoeding in mindering brengen.
Op de aangifte kan de bij 1 bedoelde ondernemer als voorbelasting ook in aftrek brengen de naar het algemene tarief te berekenen btw in de innameprijzen.
De ondernemer brengt voor de doorlevering van een ingenomen groeibriljant aan de groothandelaar btw in rekening over het door de groothandelaar betaalde bedrag.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
de ondernemer heeft de groeibriljanten ingenomen van anderen dan ondernemers; en
de ondernemer levert de ingenomen groeibriljanten binnen twee weken na de inname door aan een groothandelaar;
de ondernemer en de groothandelaar zijn niet aan elkaar gelieerd.
Ticketbureau’s kopen toegangsbewijzen in voor bijvoorbeeld popconcerten en voetbalwedstrijden. Zij kopen deze zowel in bij particulieren als bij ondernemers. De doorverkoop van de toegangsbewijzen is in feite een met provisie doorverkochte dienst. De margeregeling ziet alleen op de verkoop van goederen en is daarom niet van toepassing op de verkoop van de toegangsbewijzen. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarden goed dat een ticketbureau dat van particulieren ingekochte toegangsbewijzen verkoopt, de verschuldigde btw berekent met toepassing van de margeregeling.
Als de kaarten voor een bepaald evenement zowel van particulieren als van ondernemers zijn ingekocht, kan de margeregeling op alle kaarten worden toegepast.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
Het ticketbureau voldoet aan alle voorwaarden en verplichtingen van de margeregeling; en
Het ticketbureau brengt de door ondernemers in rekening gebrachte btw niet in aftrek.
Artikel 7
Bijzondere regelingen
Onderdeel van Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 26 juli 2014