Toepassing van de margeregeling houdt voor de wederverkoper in, dat hij enkele bijzondere administratieve verplichtingen heeft. Deze verplichtingen zien met name op de inrichting van de administratie, het uitreiken van inkoopverklaringen en de manier van factureren. De inrichtingseisen van de administratie zijn voor de wederverkoper die de globalisatieregeling toepast anders dan voor de wederverkoper die de individuele methode toepast.
Ondernemers moeten hun administratie op een duidelijke en overzichtelijke wijze voeren, zodat zij in staat zijn de verschuldigde belasting over een bepaald tijdvak op eenvoudige wijze vast te stellen. Voor wederverkopers die de margeregeling toepassen geldt als bijzondere eis, dat zij de in- en verkopen van margegoederen afzonderlijk bijhouden (artikel 31, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking). Dit houdt overigens niet in dat zij twee volledig gescheiden administraties moeten voeren. Het is voldoende als de Belastingdienst de toepassing van de margeregeling op eenvoudige wijze kan controleren. De wederverkoper moet zijn administratie zo inrichten, dat de winstmarge per margegoed (individuele regeling) of per belastingtijdvak (globalisatie) op eenvoudige wijze is vast te stellen.
Een wederverkoper is verplicht bij de aankoop van een margegoed een inkoopverklaring uit te reiken aan zijn leverancier (artikel 4a van de uitvoeringsbeschikking). De leverancier moet deze inkoopverklaring ondertekenen. Een dubbel van die verklaring moet de wederverkoper in zijn administratie bewaren. Op de inkoopverklaring moet de wederverkoper op duidelijke en overzichtelijke wijze de volgende gegevens vermelden:
de dag waarop de leverancier de levering heeft verricht;
naam en adres van de wederverkoper;
naam en adres van de leverancier;
een duidelijke omschrijving van het geleverde goed en bij een motorrijtuig tevens het kenteken;
de hoeveelheid van de geleverde goederen;
het bedrag dat hij aan de leverancier voor de levering heeft voldaan of moet voldoen;
een verklaring van de leverancier dat hij voor het goed in het geheel geen belasting in aftrek heeft gebracht.
De leverancier die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25a van de wet), kan het goed verkregen hebben voordat hij van die vrijstelling gebruik maakte dan wel van zijn administratieve verplichtingen was ontheven3Van zijn administratieve verplichtingen ontheven als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet zoals dit luidde tot 1 januari 2020In dat geval heeft hij wel btw in aftrek gebracht. Hij voldoet dan niet aan voorwaarde g. De wederverkoper kan daardoor dat goed niet onder de margeregeling leveren. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur goed dat de wederverkoper voorwaarde g vervangt door een verklaring van de leverancier dat hij de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25a van de wet). De wederverkoper mag op dit goed dan de margeregeling toepassen.
De verplichting tot het uitreiken van een inkoopverklaring geldt niet in de volgende situaties:
de leverancier is verplicht een factuur uit te reiken. Dat is bijvoorbeeld het geval als de leverancier het goed levert met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet.
de wederverkoper reikt een factuur uit bij een inruiltransactie tussen ondernemers. De inkoop van het goed door de wederverkoper vindt dan gelijktijdig plaats met de levering door hem van een ander goed aan de leverancier. De factuur moet dan ook de gegevens bevatten van de inkoopverklaring.
de wederverkoper met een kav-vergunning verkrijgt kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die aan hem zijn geleverd, door hem zijn verworven of door hem zijn ingevoerd met berekening van btw, zonder dat het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I van toepassing was.
de wederverkoper is voor de aankoop van een margegoed minder dan € 500 verschuldigd. Bij de aankoop van twee of meer goederen tegelijk past hij de € 500-grens toe op het totale bedrag dat hij aan de leverancier moet voldoen, ook als de prijs per goed is geïndividualiseerd.
Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarde goed dat als de leverancier een forfaitair belaste landbouwer of veehandelaar is, de landbouwverklaring de plaats inneemt van de inkoopverklaring.
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
de landbouwverklaring vermeldt alle gegevens die op de inkoopverklaring behoren te worden vermeld.
Het uitreiken van een inkoopverklaring is geen voorwaarde voor toepassing van de margeregeling. De inkoopverklaring dient alleen om de bewijslast voor de wederverkoper te verlichten. Het niet uitreiken van een inkoopverklaring betekent niet dat de margeregeling niet van toepassing is. Hetzelfde geldt voor het niet ondertekenen van de inkoopverklaring door de leverancier en het niet bewaren van een dubbel van de inkoopverklaring. Aan het ontbreken van een inkoopverklaring kan echter wel het vermoeden worden ontleend dat het goed niet voor toepassing van de margeregeling in aanmerking komt. De wederverkoper zal dan aan de hand van boeken en (andere) bescheiden moeten aantonen dat hij het goed onder de margeregeling kan leveren. Ook zal uit die boeken en bescheiden moeten blijken voor welke prijs hij het goed verkregen heeft.
Wederverkopers die de margeregeling toepassen moeten hier op de factuur een aanduiding van opnemen (artikel 35a, lid 1, onderdeel p, van de wet). Afhankelijk van de regeling die wordt toegepast, moet op de factuur vermeld worden:
‘bijzondere regeling – gebruikte goederen’; of
‘bijzondere regeling – kunstvoorwerpen’; of
‘bijzondere regeling – voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten’.
Wederverkopers mogen op de door hen uit te reiken facturen de btw niet afzonderlijk vermelden. De eventueel door hen verschuldigde belasting moet begrepen zijn in het bedrag van de vergoeding (artikel 28h van de wet). Het verbod op het afzonderlijk vermelden van btw is ruim: het treft elk geval waarin de wederverkoper een stuk uitreikt dat de functie van een factuur vervult. Het afzonderlijk vermelden van btw heeft tot gevolg dat de wederverkoper de margeregeling niet mag toepassen, ongeacht of de afnemer de belasting in aftrek kan brengen. Hetzelfde geldt voor de wederverkoper die uitdrukkelijk het nultarief vermeldt.
Veilingen kunnen in hun veilingvoorwaarden opnemen dat zij goederen leveren tegen prijzen ‘inclusief btw’ of ‘inclusief omzetbelasting’. De veiling kan strikt genomen deze goederen dan niet leveren onder de margeregeling. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarde goed dat een veiling de margeregeling toepast als zij facturen uitreikt en daarop vermeldt dat de prijzen ‘inclusief btw’ of ‘inclusief omzetbelasting’ zijn.
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
de veiling vermeldt op de facturen geen bedrag aan btw en evenmin een btw-percentage. Aan deze handelwijze kan het vermoeden worden ontleend dat de veiling de margeregeling wil toepassen, tenzij het tegendeel blijkt uit de administratie van de veilinghouder.
Artikel 6
Administratieve verplichtingen
Onderdeel van Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 26 juli 2014