**1.** Een aanvraag om subsidie bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.
**2.** Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
gegevens over de contactpersoon bij de penvoerder, waaronder de naam, het telefoonnummer, het e-mailadres en het postadres;
een projectplan voor de volledige projectduur tot maximaal drie jaren, gerekend vanaf de startdatum;
een begroting voor de gehele projectperiode gerekend vanaf de startdatum;
een beschrijving van de geplande activiteiten en hoe deze activiteiten bijdragen aan doelstellingen van titel 2.29.2, tweede lid, van deze regeling;
een intekening door de aanvrager op een omgevingskaart met daarin aangegeven het werkgebied waar het samenwerkingsverband de activiteiten wil uitvoeren;
onverminderd artikel 1.9, een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers;
indien de deelnemer aan het samenwerkingsverband een onderneming betreft:
een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel 59, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw verkeert;
een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voldoet aan de in artikel 2, eerste lid van bijlage I bij de groepsvrijstellingsverordening landbouw vastgestelde criteria;
indien van toepassing, een verklaring van de subsidieaanvrager over de subsidiabele kosten die bestaan uit omzetbelasting die de subsidieontvanger niet in aftrek kan brengen.
**3.** Het projectplan bevat in ieder geval een beschrijving van:
indien het een project als bedoeld in artikel 2.29.2, tweede lid, onderdeel a, betreft, de visie en gebiedsgerichte benadering van het project, een uiteenzetting van de gebiedskenmerken, de in het betreffende gebied voorkomende uitdagingen op het gebied van water, bodem, klimaat, biodiversiteit en natuur, en de wijze waarop het project via het experimenteren met verschillende maatregelen en instrumenten kan bijdragen aan het behalen van de overheidsdoelstellingen op het gebied van water, bodem, klimaat, biodiversiteit en natuur;
indien het een project als bedoeld in artikel 2.29.2, tweede lid, onderdeel b, betreft, een uiteenzetting van de probleemstelling en de wijze waarop de experimentele maatregel of het bestaande of te ontwikkelen instrument bij kan dragen aan het oplossen van de uitdagingen op het gebied van water, bodem, klimaat, biodiversiteit en natuur;
de geplande activiteiten voor de gehele projectperiode en hoe deze activiteiten bijdragen aan het realiseren van de overheidsdoelstellingen op het gebied van water, bodem, klimaat, biodiversiteit en natuur;
de wijze waarop de effecten van de geplande activiteiten voor de gehele projectperiode op doelbereik gemonitord zullen worden;
de wijze waarop resultaten uit de proefprojecten worden verspreid;
de kansen en mogelijke risico’s van deelname aan proefprojecten door leden van het samenwerkingsverband en derden en de wijze waarop deze risico’s gemitigeerd worden.
**4.** De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, bevat ten minste een omschrijving van de wijze waarop ten aanzien van de deelnemers in het samenwerkingsverband wordt omgegaan met de bijdrage in de kosten, het delen in de risico’s en uitkomsten, de verspreiding van de resultaten en de toegang tot en de regels voor de toewijzing van intellectuele eigendomsrechten.
**5.** Bij een aanvraag om subsidie wordt mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft wordt gefinancierd.