Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 2.3

Artikel 2.3.6

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De kosten, genoemd in deel II, paragraaf 1.1.1.1, onderdeel 153, onder a en b, van het landbouwsteunkader, komen in aanmerking voor de subsidie. 2. Onverminderd het eerste lid komen de kosten voor de fysieke aansluiting, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdelen b en c, voor subsidie in aanmerking, voor zover deze kosten bestaan uit de werkelijke kosten voor materialen en aanleg van deze aansluiting, zoals de kosten voor buizen, verdeelstukken, pomp- en leidingenwerk, graafwerkzaamheden en overige toebehoren. 3. Bij de kosten voor de verwerving van onroerende zaken zijn inbegrepen de daaraan verbonden kosten van overdrachtsbelasting, notariële kosten en de kosten van inschrijving bij het kadaster. 4. Voor de subsidie komen niet in aanmerking kosten voor de verwerving van onroerende zaken met uitzondering van grond, ten behoeve waarvan subsidie door een bestuursorgaan is verleend in de periode van tien jaar voorafgaand aan de ontvangstdatum van de aanvraag tot subsidieverlening. 5. Voor de subsidie komen niet in aanmerking de kosten, genoemd in deel II, paragraaf 1.1.1.1, onderdeel 154 van het landbouwsteunkader. 6. De maximale subsidiabele kosten per vierkante meter geïnstalleerd kasoppervlak bedragen voor: een tweede energiescherm bij bestaande bouw of een derde energiescherm als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel a: € 7; € 8, voor zover het totaal aantal vierkante meters geïnstalleerd kasoppervlak minder dan 2 hectare bedraagt; een luchtbehandelingssysteem als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel d: € 16,50 voor onderdeel 1°; € 35,00 voor onderdeel 2°; € 15,00 voor onderdeel 3°; € 40,00 voor onderdeel 4°; € 65,00 voor onderdeel 5°; een vernevelingsinstallatie als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel e, € 4; het ophogen van een bestaande kas € 30; vervanging van alle aanwezige gloeilampen door LED-belichting als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel h, € 2,50; nieuwbouw met of vervanging van glas op het kasdek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel i, € 20 meerkosten ten opzichte van standaard glas; uitbreiding van het verwarmend oppervlak als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel j, € 10. 7. De maximale subsidiabele kosten voor vervanging van alle aanwezige SON-T belichting door LED-belichting of installatie van LED-belichting in nieuwbouwkassen en onbelichte bestaande kassen als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel g, bedragen € 0,35 per micromol per seconde per vierkante meter geïnstalleerd kasoppervlak. 8. De maximale subsidiabele kosten voor een fysieke aansluiting op een extern warmtenet als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel b, bedragen € 285 per kW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel