**1.** De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten.
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor apparatuur, installaties of machines als bedoel in artikel 2.3.2, eerste lid, onderdelen d, f, i, j en k, 30% van de subsidiabele kosten.
**3.** De subsidie bedraagt per glastuinbouwonderneming of per glastuinbouwonderneming die deelneemt aan een samenwerkingsverband ten minste € 2.500 per aanvraag en voor de apparatuur, installaties of machines, bedoeld in:
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel a, ten hoogste € 35.000 bij 0,1 tot en met 2,0 hectare en ten hoogste € 210.000 vanaf 2,0 hectare;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel b, ten hoogste € 250.000 voor een fysieke aansluiting op een extern warmtenet en ten hoogste € 150.000 voor een fysieke aansluiting op een doorkoppeling van warmte tussen twee verwarmingsinstallaties van een of meerdere kassen;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel c, ten hoogste:
€ 100.000 voor onderdeel 1°;
€ 50.000 voor onderdeel 2°;
€ 75.000 voor onderdeel 3°;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel d, ten hoogste:
€ 250.000 voor onderdeel 1°;
€ 525.000 voor onderdeel 2°;
€ 225.000 voor onderdeel 3°;
€ 600.000 voor onderdeel 4°;
€ 600.000 voor onderdeel 5°;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel e, ten hoogste € 100.000;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel f, ten hoogste € 600.000;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel g, ten hoogste € 500.000;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel h, ten hoogste € 75.000;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel i, ten hoogste € 600.000;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel j, ten hoogste € 350.000;
artikel 2.3.2, eerste lid, onderdeel k, ten hoogste € 450.000.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.3
Artikel 2.3.7
Hoogte subsidie
Onderdeel van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2026