Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 3

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

+18 toegevoegd 15 gewijzigd

Toegevoegde artikelen

Artikel 2.7.10Informatieverplichting aanvraag tot subsidievaststelling

Het eindverslag, bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, omvat:

  • - a. de bereikte output van begeleiding in aantallen deelnemende agrarische ondernemers en gerealiseerde begeleidingsuren;
  • - b. een overzicht van aantallen begeleidingstrajecten per thema als bedoeld in artikel 2.7.8, derde lid.

Via stcrt-2026-32179

Artikel 2.7.11Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2.7.2, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 21 van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.12Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2031, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Via stcrt-2026-29549

Artikel 4.14.1Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • - aangewezen energiebesparende maatregelen: maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik van een kleine of middelgrote onderneming die zijn opgenomen in bijlage 4.14.1;
  • - locatie: de locatie met een eigen factuur betreffende het gebruik van elektriciteit en aardgas;
  • - schema: het schema voor terugbetaling van de subsidie en betaling van de rente.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.2Subsidieverstrekking
  1. 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor het uitvoeren van:
    • - a. aangewezen energiebesparende maatregelen per locatie;
    • - b. andere activiteiten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van aangewezen energiebesparende maatregelen, waaronder in ieder geval:
      • - 1°. transport;
      • - 2°. sloopwerkzaamheden;
      • - 3°. het aanpassen van een gebouw.
  2. 2. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een MKB-ondernemer wiens onderneming jaarlijks ten minste 10.000 KWh elektriciteit of 5.000 m3 aardgas of aardgasequivalent gebruikt. De ondernemer is in Nederland gevestigd en voert daar een substantieel deel van de activiteiten van de onderneming uit.
  3. 3. De subsidie wordt per locatie verstrekt.
  4. 4. De subsidie kan tevens worden verstrekt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
  5. 5. De subsidie aan de MKB-ondernemer wordt verstrekt in de vorm van een subsidie met terugbetalingsverplichting als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van het besluit.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.3Hoogte subsidie
  1. 1. De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten, waarbij subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4.14.2, eerste lid, onderdeel b, ten hoogste 50% van de totale subsidiabele kosten bedraagt.
  2. 2. De subsidie bedraagt ten minste € 10.000.
  3. 3. De subsidie bedraagt ten hoogste € 250.000.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.4Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen tot subsidieverlening.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.5Realisatietermijn

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is achttien maanden na subsidieverlening.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.6Afwijzingsgrond

Onverminderd de artikelen 22 en 23 van het besluit, beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening betreffende aangewezen energiebesparende maatregelen indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieaanvrager de subsidie terug kan betalen binnen zeven jaar na betaling van de subsidie.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.7Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger
  1. 1. De subsidieontvanger voert de activiteiten, bedoeld in artikel 4.14.2, eerste lid, onderdelen a en b, op de desbetreffende locatie in Nederland uit.
  2. 2. In aanvulling op artikel 38, derde lid, van het besluit, geldt dat dit lid ook van toepassing is op subsidies die € 125.000 of meer bedragen en beschikt de subsidieontvanger tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling over die gegevens die nodig zijn om desgevraagd aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.8Borgstelling

Indien de subsidie wordt verleend aan een rechtspersoon, wordt de subsidie uitsluitend verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen vier weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst tot uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening (borgstelling). Het model voor die overeenkomst is opgenomen in bijlage 4.14.2.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.9Schema voor terugbetaling en betaling rente
  1. 1. De subsidieontvanger is verplicht de verstrekte subsidie en de rente volgens een in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd schema terug te betalen aan de minister. Het schema regelt een maandelijkse betaling die bestaat uit:
    • - a. de terugbetaling van de subsidie;
    • - b. een jaarlijkse basisrente van 6,9 procent per jaar over de som van het verschuldigde nog niet afgeloste deel van de hoofdsom van de subsidie, die rentedragend bij het uitstaand saldo aanwast op de laatste dag van het kalenderjaar waarin niet voldaan is aan de bij deze rente horende betalingsverplichting uit de beschikking tot subsidieverlening; en
    • - c. voor zover van toepassing, de bij te late betaling verschuldigde wettelijke rente.
  2. 2. Het schema regelt tevens dat het uitstaande saldo uiterlijk binnen zeven jaar na subsidieverlening aan de minister wordt betaald.
  3. 3. De subsidieontvanger kan in afwijking van het schema de verstrekte subsidie en de verschenen rente boetevrij vervroegd volledig aflossen.
  4. 4. De minister kan in afwijking van het schema besluiten dat de verstrekte subsidie en de verschenen rente versneld of in een keer terugbetaald dienen te worden, indien:
    • - a. de zaken waarvoor de subsidie is verkregen geheel of gedeeltelijk worden vervreemd;
    • - b. de subsidieontvanger de subsidie heeft aangewend voor andere kosten dan de subsidiabele kosten.
  5. 5. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister indien zich een situatie zoals bedoeld in het vierde lid voordoet.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.10Informatieverplichtingen aanvraag

Een aanvraag tot subsidieverlening bevat ten minste:

  • - a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder de naam van de organisatie, tekenbevoegdheid, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres, het bankrekeningnummer van de aanvragende onderneming, de Standaard bedrijfsindelingscode (SBI);
  • - b. gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
  • - c. gegevens over de grootte van de onderneming van de subsidieaanvrager;
  • - d. een plan met daarin de gegevens over het project, waaronder de uit te voeren aangewezen energiebesparingsmaatregelen, de locatie waar de maatregelen worden uitgevoerd, de start- en einddatum, de begrote kosten en de omvang van de gevraagde subsidie;
  • - e. een verklaring waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager nog geen overeenkomst heeft gesloten voor de uitvoering van het project;
  • - f. een offerte voor de kosten voor de aangewezen energiebesparende maatregelen en de eventuele noodzakelijke andere activiteiten;
  • - g. de meest recente jaarlijkse factuur van de leverancier van elektriciteit en, indien van toepassing, gas;
  • - h. de meest recente jaarrekening en de daaraan voorafgaande jaarrekening;
  • - i. indien de aandeelhouder of aandeelhouders van de onderneming een natuurlijk persoon is of natuurlijke personen zijn, een afschrift van de meest recente aangifte inkomstenbelasting van de aandeelhouder of aandeelhouders die direct of indirect 50% of meer van de aandelen vertegenwoordigt of vertegenwoordigen;
  • - j. indien de aanvrager een maatschap of vennootschap onder firma is, de maten of vennoten gezamenlijk bevoegd zijn en deze een maatschaps- of vof-contract hebben afgesloten, een afschrift van dit contract.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.11Ambtshalve vaststelling

In afwijking van artikel 50, eerste lid, van het besluit wordt de subsidie voor aangewezen energiebesparende maatregelen, bedoeld in artikel 4.14.2, ambtshalve vastgesteld.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.12Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 4.14.2, bevat geen staatssteun.

Via stcrt-2026-33420

Artikel 4.14.13Horizonbepaling

Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2030, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Via stcrt-2026-33420

Bijlage 4.14.1behorende bij artikel 4.14.1, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
EBL-code2026OnderdeelCategorieNaam maatregel
1FaciliteitenAandrijvingenBlower voor het schoonblazen in plaats van perslucht
2FaciliteitenAandrijvingenElektrisch aangedreven (accu)handgereedschappen en machines als vervanging voor pneumatische aandrijving
3FaciliteitenAandrijvingenElektromotor (IE4- of IE5-motor) toepassen
4FaciliteitenAandrijvingenFlow-drukregelaar toepassen in het persluchtnet
5FaciliteitenAandrijvingenFrequentieregelaar toepassen op een elektromotor
6FaciliteitenAandrijvingenLuchtkanaal plaatsen zodat de persluchtcompressor (koude) buitenlucht aanzuigt
7FaciliteitenEnergieopwekkingZonneboiler toepassen
8FaciliteitenEnergieopwekkingZonnepanelen toepassen
9FaciliteitenGrootkeukenapparatuurDubbelwandige vaatwasser toepassen in grootkeukens
10FaciliteitenGrootkeukenapparatuurElektrische bakcarrousel met meerdere bakplaten
11FaciliteitenGrootkeukenapparatuurElektrische keukenapparatuur toepassen in plaats van een gasgestookte variant
12FaciliteitenGrootkeukenapparatuurSalamander met automatische pan/bord detectie toepassen ter vervanging van infrarood-salamander
13FaciliteitenIsolatieAfdekking plaatsen op een zwembad
14FaciliteitenIsolatieDag- of nachtafdekking toepassen op een koel- of vriesmeubel
15FaciliteitenIsolatieWanden van een zwembassin isoleren
16FaciliteitenIsolatieKoude en warme leidingen en appendages isoleren
17FaciliteitenProductkoelingCondensordrukregeling op buitenluchttemperatuur toepassen op de koelinstallatie.
18FaciliteitenProductkoelingRestwarmte van de condensors van de koelinstallatie gebruiken
19FaciliteitenProductkoelingVerdamperventilatoren van koel- en vriescellen op basis van meerdere temperatuursensoren regelen
20GebouwenBeheer/regelenBesparingssysteem voor klimaatinstallaties middels (individueel) instelbare ruimteregelaar
21GebouwenBeheer/regelenEnergieregistratie- en bewakingssysteem (ERBS) of gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) gebruiken
22GebouwenEnergieopslagAccu (batterij) voor opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit
23GebouwenIsolatie(Biobased) isolatie voor bestaande constructies
24GebouwenIsolatieAutomatisch sluitmechanisme toepassen bij een overheaddeur
25GebouwenIsolatieDaken van gebouwen isoleren
26GebouwenIsolatieHR++ glas plaatsen in bestaande kozijnen
27GebouwenIsolatieIsolerende beglazing met zonwering voor bedrijfsgebouwen
28GebouwenIsolatieLoopdeur in overheaddeuren plaatsen
29GebouwenIsolatieLuchtdeur voor gekoelde ruimten
30GebouwenIsolatieOpblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking toepassen
31GebouwenIsolatieSnelloopdeur voor koel- of vriescellen met standaard thermisch gescheiden isoleerlamellen
32GebouwenIsolatieSpouwmuren van gebouwen isoleren
33GebouwenIsolatieTriple glas met nieuwe kozijnen plaatsen
34GebouwenIsolatieVacuümglas in bestaande kozijnen plaatsen
35GebouwenIsolatieWanden van koel- en vriescellen isoleren
36Gebouwenland- en tuinbouwAdiabatische luchtkoeling in stallen
37GebouwenLand- en tuinbouwDroog- en verwarmingssysteem met halogeen vrij koudemiddel voor ventilatielucht in bewaarloodsen voor akkerbouwproducten
38GebouwenVentilatieDecentrale boilers plaatsen in plaats van een warm tapwater circulatieleiding.
39GebouwenWarmteElektrische terrasverwarmers vervangen door elektrische verwarmde zitkussens.
40GebouwenVentilatieIndirecte gedreven slakkenhuisventilatoren door directe gedreven ventilatoren vervangen
41GebouwenVentilatieVentilatiesysteem met warmteterugwinning (wtw) installeren
42GebouwenVentilatieVerduurzaming bestaande luchtbehandelingskast door vervanging EC-ventilatoren
43GebouwenVentilatieWarmtepomp of warmtepompboiler toepassen voor gebouwverwarming of de bereiding van warm water
44GebouwenVerlichtingLedarmaturen toepassen
45GebouwenVerlichtingLED-belichtingssysteem voor podium- of theaterbelichting
46GebouwenWarmteGrondwarmtewisselaar
47GebouwenWarmteInfraroodpanelen
48GebouwenWarmteOppervlaktewater warmtewisselaar
49GebouwenWarmteWarmte- of koudeopslag in de bodem (WKO)
50GebouwenWarmteZonnecollectorsysteem voor verwarmen
51ProcessenDrogenEnergiezuinige adsorptiedroger
52ProcessenDrogenEnergiezuinige warmtepomp wasdroger
53ProcessenEnergiehergebruikHergebruik de warmte van de rookgassen uit ovens en drogers
54Processenkoelen/vriezenEnergiezuinige koel- en of vriesinstallatie toepassen
55ProcessenKoelen/vriezenEnergiezuinige rackkoeling (ICT), DX-systeem. Datacenters uitgesloten
56ProcessenKoelen/vriezenVacuümkoeler voor bakkerijen
57Processenland- en tuinbouwBeregeningsboom met lage waterdruk voor het beregenen van gewassen
58Processenland- en tuinbouwElectrisch aangedreven watertoevoersysteem voor het beregenen van gewassen op landbouwgrond
59ProcessenLand- en tuinbouwElektrisch aangedreven autonoomwerkende voeraanschuifrobot
60ProcessenLand- en tuinbouwEnergie-efficiënte melkkoeling; warmtewisselaar die is gemonteerd in de leiding tussen de melkmachine en de melkkoeltank en/of tussen de compressor en condensor van de koelmachine
61Processenland- en tuinbouwHogedrukverneveling in tuinbouwkassen t.b.v. adiabatische koeling
62ProcessenLand- en tuinbouwHoogte temperatuur tapwaterboiler melkveehouderij. Middels geïntegreerde warmtewisselaar aangesloten op een zonnecollector
63ProcessenLand- en tuinbouwInstallatie voor CO2 winning uit buitenlucht
64Processenland- en tuinbouwVervanging belichtingssysteem (dimbaar) voor tuinbouwgewassen
65Processenland- en tuinbouwAgrarische drone voor het zaaien en bemesten van landbouwgrond
66ProcessenOverigElektrische toestellen voor stoomopwekking of verwarming van thermische olie voor processen
67ProcessenOverigModulerende branders in ovens gebruiken
68Transport en energieAandrijvingenBrandstofcel in transportmiddelen, waarbij een brandstof rechtstreeks wordt omgezet in elektrische energie.
69Transport en energieAandrijvingenHybride power take off (PTO) of elektrische power take off (ePTO) aandrijving, voor het aandrijven van apparatuur op voertuigen voor vervoer over de weg
70Transport en energieAandrijvingenMeesturende en intrekbare achteras voor vrachtvoertuigen, achterassen waarvan ten minste 1 achteras actief meestuurt en 1 achteras ingetrokken kan worden.
71Transport en energieAandrijvingenSchroefasgedreven generator op schepen voor het opwekken van elektriciteit door een koppeling met hydropomp op de schroefas, waarbij een hydromotor de generator aandrijft,
72Transport en energieEnergiehergebruikTurbocompound in vrachtwagen, achter de turbo geplaatste additionele turbine
73Transport en energieEnergieopslagElecticiteitsopslag uit een generator op vaartuigen
74Transport en energieEnergieopslagMobiele elektriciteitsvoorziening, verplaatsbare container met daarin een accu (batterij) bestemd voor het bufferen en afgeven van elektrische energie
75Transport en energieEnergieopwekkingZonnepanelen of -folie voor elektriciteitsopwekking op transportmiddelen
76Transport en energieKoelen/vriezenElektrische koeling op geisoleerde koel/vries bestelauto of vrachtwagen wegtransport
77Transport en energieKoelen/vriezenVerplaatsbare schotten bij geconditioneerd transport
78Transport en energieOverigBrandstofcelsysteem voor waterstof bestaande uit: brandstofcel, (eventueel) brandstofreformer
79Transport en energieOverigDolly of tussenoplegger met koppelschotel t.b.v. Lange en zware vrachtwagen (LZV)
80Transport en energieOverigHydrodynamische ankerkluizen en ankers
81Transport en energieOverigLichtgewicht afzetcontainer (minimaal 15m3 inhoud en gewichtsreductie ten minste 20 kg m3 inhoud)
82Transport en energieOverigOplegger of aanhanger met dubbele laadvloer
83Transport en energieOverigVerlenging van een bestaand vaartuig voor de binnenvaart waardoor laadvermogen wordt vergroot
84Transport en energieOverigVervangen of ombouwen van fossiel naar mobiel elektrisch werktuig zonder vaste bestuurdersplaats
85Transport en energieOverigWarmtekrachtinstallatie gestookt op waterstof
86Transport en energieOverigWaterstofbijmenging in aardgas, noodzakelijke aanpassingen, (eventueel) lokale waterstofproductie door middel van elektrolyse, (eventueel) meet- en regelapparatuur
87Transport en energieOverigZijafschermen, panelen ter volledige afsluiting van de open ruimten tussen de wielen of dichte panelen over de wielen van vrachtwagen-bakwagens, aanhangers of opleggers
88Transport en energieWarmteBoiler gestookt met ijzerbrandstof (boilersysteem, ijzerbrandstof- en roestopslagsilo, intern transportsysteem tussen boiler en opslagsilo)
89Transport en energieWarmteWarmtepomp voor bestaande schepen

Via stcrt-2026-33420

Bijlage 4.14.2behorende bij artikel 4.14.7, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van de terugbetaling van subsidie voor het uitvoeren van energiebesparingsactiviteiten (borgstelling)

  • - 1. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Klimaat en Groene Groei; en
  • - 2. [naam aandeelhouder(s) van de rechtspersoon waaraan subsidie is verleend die 50% of meer van de aandelen vertegenwoordigen en hun eventuele gehuwden of geregistreerd partners], woonachtig te [plaats(en)], hierna te noemen: de Borg;

Overwegen:

  • - a. De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft blijkens een beschikking met kenmerk [kenmerk beschikking], hierna te noemen: de beschikking, een subsidie met terugbetalingsverplichting verleend voor het uitvoeren van energiebesparingsactiviteiten.
  • - b. De beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst tot uitvoering van de beschikking (borgstelling).
  • - c. De Minister van Klimaat en Groene Groei beoogt met onderhavige uitvoeringsovereenkomst de terugbetaling van de subsidie en de betaling van de bijbehorende rente te verzekeren.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1

De Borg stelt zich tegenover de Staat borg voor de nakoming van de volledige betalingsverplichting die de subsidieontvanger heeft op grond van artikel 4.14.9, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies.

Artikel 2

  • - 1. De Borg is niet gehouden tot betaling aan de Staat voordat de subsidieontvanger in zijn betalingsverplichting als bedoeld in artikel 1 is tekortgeschoten.
  • - 2. De subsidieontvanger wordt geacht tekort te schieten in de nakoming van zijn betalingsverplichting indien de Staat de subsidieontvanger schriftelijk in gebreke heeft gesteld en – na het verstrijken van de gestelde termijn – nakoming door de subsidieontvanger uit is gebleven.
  • - 3. De Staat is niet verplicht bij ingebrekestelling van de schuldenaar de Borg hiervan mededeling te doen.

Artikel 3

De Borg verbindt zich om op het eerste schriftelijke verzoek van de Staat het bedrag waarvoor hij borg staat onverwijld aan de Staat te voldoen.

Artikel 4

  • - 1. Na ondertekening van deze uitvoeringsovereenkomst door de partijen treedt deze uitvoeringsovereenkomst in werking met ingang van de datum van de beschikking.
  • - 2. Deze uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de volledige terugbetaling van de subsidie en de betaling van de rente.

Artikel 5

  • - 1. De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.
  • - 2. Onverminderd het bepaalde in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.
  • - 3. Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan, blijven zonder rechtsgevolg.
  • - 4. De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Artikel 6

  • - 1. Op deze uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
  • - 2. Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Artikel 7

Deze uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst energiebesparing Staat / [naam aandeelhouder(s) van de rechtspersoon waaraan subsidie is verleend] (borgstelling)’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te [plaats]

Aandeelhouder[s]

te ’s-Gravenhage op [datum]

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

namens deze:

[handtekening]

[naam functionaris]

[functie]

Via stcrt-2026-33420

Gewijzigde artikelen

Artikel 2.7.1Begripsomschrijvingen
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: In deze titel wordt verstaan onder: - agrarisch ondernemer: een persoon met een landbouwonderneming; - begeleidingstraject: een traject van ten minste 20 en ten hoogste 50 uur aan sociaal-economische begeleiding voor één agrarisch ondernemer; - procesbegeleider: een persoon die sociaal-economische begeleiding geeft aan een agrarisch ondernemer en die: - a. overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 is erkend in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem; en - b. beschikt over actuele kennis ten aanzien van de agrarische sector over ten minste één van de volgende onderwerpen: - 1°. persoonlijke ontwikkeling van een ondernemer en zijn bedrijf; - 2°. bedrijfsopvolging; of - 3°. duurzaam verdienvermogen; - regionale agrarische organisatie: een organisatie zonder winstoogmerk, die zich bezighoudt met het organiseren van activiteiten voor agrarisch ondernemers en die leden heeft onder de agrarisch ondernemers in Nederlandse regio’s of waarvan uit de statuten blijkt dat de organisatie actief is in de betreffende provincie; - provinciaal knooppunt: een loket op provinciaal niveau van waaruit procesbegeleiding en groepsbijeenkomsten aan agrarisch ondernemers worden aangeboden met als doel om ervaringen van de sociaal-economische begeleiding uit te wisselen; - gebiedsplannen: plannen van de provincies met betrekking tot natuur, water en klimaat in het landelijk gebied; - sociaal-economische begeleiding: begeleiding van een agrarisch ondernemer, waarbij aandacht is voor zowel economische als sociale aspecten van het duurzaam toekomstperspectief van de landbouwonderneming binnen de kaders van de relevante gebiedsplannen. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.2Subsidieverstrekking
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een samenwerkingsverband van regionale agrarische organisaties dat is gericht op sociaal-economische begeleiding van agrarisch ondernemers, voor de volgende activiteiten: - a. het opzetten van een provinciaal knooppunt dat meerdere jaren actief moet zijn; - b. de uitvoering van een provinciaal knooppunt; - c. de sociaal-economische begeleiding door een procesbegeleider van een agrarisch ondernemer die voor de betreffende begeleiding geen subsidie bedoeld in titel 5.7 van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 heeft ontvangen; - d. het organiseren van groepsbijeenkomsten van ten minste vijf deelnemende agrarisch ondernemers met als doel om ervaringen van de sociaal-economische begeleiding uit te wisselen of andere relevante kennis te delen; en - e. kennisdeling over de eigen werkwijze van de verschillende provinciale knooppunten. 2. Het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste drie regionale agrarische organisaties. 3. De minister verstrekt maximaal aan één samenwerkingsverband per provincie subsidie. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.3Hoogte subsidie
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: 1. De subsidie bedraagt: - a. voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.7.2, eerste lid, onderdelen a, b, d en e: 100 procent - b. voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.7.2, eerste lid, onderdeel c, 100 procent van de subsidiabele kosten van de eerste 50 uur begeleiding per agrarisch ondernemer. 2. De totale hoogte van de subsidie voor de activiteiten genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt ten minste € 1.000.000 en ten hoogste € 2.950.000 per samenwerkingsverband. einde

Via stcrt-2026-32179

Artikel 2.7.4Subsidiabele kosten
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: 1. De subsidiabele kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.7.2, onderdelen a tot en met e, zijn de kosten, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw. 2. Voor subsidie komen niet in aanmerking de kosten voor: - a. het opstellen van bedrijfsplannen; - b. psychische begeleiding. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.5Verdeling subsidieplafond
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: De minister wijst de subsidie toe op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.6Start- en realisatietermijn
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: 1. Met de uitvoering van de op grond van deze paragraaf gesubsidieerde activiteiten wordt gestart binnen acht maanden na de subsidieverlening. 2. De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is vier jaar. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.7Informatieverplichtingen
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: 1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2.7.2 bevat ten minste: - a. gegevens over de aanvragers die deel uitmaken van het samenwerkingsverband, waaronder de nummers waaronder de aanvragers zijn geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, de post- en bezoekadressen en de rekeningnummers; - b. gegevens van de contactpersoon van de penvoerder, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; - c. het projectplan; - d. een projectbegroting; - e. de samenwerkingsovereenkomst. 2. Het projectplan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat in ieder geval een beschrijving van: - a. de geplande activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - b. de doelstellingen van het project; - c. de wijze van uitvoering van het project en de rol en de taken van de bij de uitvoering betrokken partijen; - d. het verwachte aantal agrarisch ondernemers dat deelneemt in een begeleidingstraject; - e. het verwachte aantal in te huren procesbegeleiders; - f. afspraken over de rolverdeling tussen het samenwerkingsverband en andere actoren in het gebied met relevante coachingsinstrumenten; - g. een omschrijving van hoe in de begeleidingstrajecten rekening wordt gehouden met de randvoorwaarden en de kaders van de relevante provinciale gebiedsplannen met betrekking tot de opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat; - h. een communicatiestrategie; - i. een planning. 3. De projectbegroting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bevat ten minste: - a. de omvang van de gevraagde subsidie per deelnemer in het samenwerkingsverband met, indien van toepassing, een overzicht van de uren die de deelnemer gaat besteden aan de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; - b. de totale kosten van het project. 4. De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bevat ten minste een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende regionale agrarische organisaties en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen van de deelnemers, alsmede een bepaling waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband te handelen. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.7.8Verplichtingen subsidieontvanger
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: 1. Het samenwerkingsverband organiseert begeleidingstrajecten voor agrarische ondernemers als bedoeld in artikel 2.7.2, eerste lid, onderdeel c, van ten minste 20 en ten hoogte 50 uur per agrarisch ondernemer. 2. Het aantal trajecten van het samenwerkingsverband in de betreffende provincie bedraagt minimaal: Provincie | Minimum aantal deelnemende agrarisch ondernemers met een traject Drenthe | 250 Flevoland | 200 Friesland | 250 Gelderland | 300 Groningen | 250 Limburg | 300 Noord-Brabant | 300 Noord-Holland | 300 Overijssel | 300 Utrecht | 200 Zeeland | 200 Zuid-Holland | 250 3. De sociaal-economische begeleiding ziet ten minste toe op één van de volgende thema’s: - a. toekomstscenario’s voor het bedrijf; - b. communicatie en samenwerking binnen het bedrijf; - c. verduurzamen van het bedrijf; - d. persoonlijke vraagstukken met betrekking tot het bedrijf; of - e. bedrijfsverbreding. 4. Een tussenrapportage als bedoeld in artikel 39 van het besluit bevat ten minste de volgende gegevens: - a. de voortgang van het project in vergelijking met de voorziene tijdsduur en kosten zoals opgenomen in het projectplan; - b. de bereikte output van begeleiding in aantallen deelnemende agrarische ondernemers en gerealiseerde begeleidingsuren en prognoses voor het vervolg; - c. een overzicht van aantallen begeleidingstrajecten per thema als bedoeld in het derde lid; - d. een overzicht van aantallen begeleidingstrajecten per agrarische sector; - e. een overzicht van de waardering van de ontvangen begeleiding volgend uit het evaluatieformulier als bedoeld in het vijfde lid. 5. Het samenwerkingsverband zorgt ervoor dat iedere deelnemende agrarisch ondernemer het door de minister beschikbaar gestelde evaluatieformulier invult over de ontvangen sociaal-economische begeleiding. einde

Via stcrt-2026-32179

Artikel 2.7.9Afwijzingsgronden
Gewijzigd
verwijderd: Vervallen eindetoegevoegd: De minister besluit afwijzend op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.7.2 indien: - a. de aanvrager niet beschikt over het voor het project noodzakelijke aantal gekwalificeerd personeel als bedoeld in artikel 21, zesde lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw; - b. een deelnemer van het samenwerkingsverband een producentengroepering of -organisatie is die een landbouwonderneming verplicht lid te zijn van de groepering of organisatie om deel te kunnen nemen aan het project als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw; - c. de verlening van subsidie niet in overeenstemming zou zijn met artikel 21 van de groepsvrijstellingsverordening landbouw; - d. de subsidie minder bedraagt dan € 1.000.000 per samenwerkingsverband. - e. niet ten minste 80% van de totale begroting ziet op kosten betreffende de activiteiten bedoeld in artikel 2.7.2, onderdelen c en d; - f. de subsidie wordt verleend aan een grote onderneming. einde

Via stcrt-2026-29549

Artikel 2.23.1Begripsomschrijvingen
Gewijzigd
In deze titel wordt verstaan onder: - aansluiting: het deel van het toegevoegd: energie-efficiënt eindewarmtenet dat koppelt aan de afleverset;- verwijderd: warmtenet: warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet; - eindewarmteopslag: thermische opslagoplossingen als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; - warmteoverdrachtstation: een fysieke locatie waarbinnen de overdracht van warmte plaatsvindt tussen twee efficiënte warmtenetten, twee onderdelen van het energie-efficiënte warmtenet of het energie-efficiënte warmtenet en een ander warmtenet.

Via stcrt-2026-32179

Artikel 2.23.4Subsidiabele kosten
Gewijzigd
1. Voor subsidie komen de investeringskosten, bedoeld in artikel 46, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in aanmerking. 2. Voor zover een energie-efficiënt warmtenet wordt aangelegd of uitgebreid ten behoeve van zowel de aansluiting van glastuinbouwondernemingen als andere aansluitingen worden de subsidiabele kosten per onderdeel van het energie-efficiënte warmtenettoegevoegd: , met uitzondering van een warmteopslag, eindebepaald door de kosten die niet ten behoeve van de aansluiting van de glastuinbouw zijn gemaakt in mindering te brengen op de totale kosten, bedoeld in het eerste lid, voor een onderdeel van het energie-efficiënte warmtenet. 3. Het tweede lid geldt niet voor de berekening van de subsidiabele loonkosten, kosten derden en kosten voor gebouwen en gronden. 4. Voor zover het energie-efficiënte warmtenet, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit de aanleg van een koppelleiding verwijderd: of een warmteopslag eindebedragen de subsidiabele kosten 50 procent van de totale kosten, bedoeld in het eerste lid. 5. De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: - a. kosten ten behoeve van investeringen in: - 1°. de warmtebron;verwijderd: - 2°. de afleverset voor warmte; einde en - verwijderd: 3 eindetoegevoegd: 2 einde°. warmteleidingen of installaties die tussen de afleverset voor warmte en de glastuinbouwonderneming liggen;

Via stcrt-2026-32179

Artikel 3.8.4Steunintensiteit
Gewijzigd
- e. € 1.000.000, indien het een TechBridge-innovatieproject betreft in het kader van de TechBridge-innovatiecall Duitsland, Quantum Technologies in Aerospace; toegevoegd: - f. € 2.000.000, indien het een TechBridge-innovatieproject betreft in het kader van de TechBridge-innovatiecall Duitsland, Next Generation Sustainable Battery Technologies and Battery Manufacturing; einde toegevoegd: - g. € 300.000, indien het een TechBridge-innovatieproject betreft in het kader van de TechBridge-innovatiecall Verenigd Koninkrijk, Commercialising Quantum Technologies; eindewordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

Via stcrt-2026-33874

Artikel 4.2.12Realisatietermijn
Gewijzigd
1. De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is vier jaar. 2. In afwijking van het eerste lid is de termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit twee jaar voor EKOO-projecten die passen binnen Onderdeel D. Circulaire Economie, Innovatiethema 1. Circulaire economietoegevoegd: , einde anders dan circulaire plasticsverwijderd: of eindetoegevoegd: , eindebiobased verwijderd: circular of eindetoegevoegd: circulair en kritieke grondstoffen, eindeInnovatiethema 2. Circulaire Plasticstoegevoegd: of Innovatiethema 4. Kritieke grondstoffen einde, opgenomen in bijlage 4.2.1.

Via stcrt-2026-31380

Bijlage 2.23.1behorende bij artikel 2.23.9, tweede lid, onderdeel d, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Gewijzigd
Voor de berekening worden, in lijn met het subsidiedoel genoemd in artikel 2.23.2, alleen de uitgaven ten behoeve van en opbrengsten vanuit de glastuinbouw in aanmerking genomen. Wanneer een warmtenet wordt aangelegd waarbij er zowel glastuinbouwafnemers als andere afnemers zijn, worden alleen de uitgaven ten behoeve van en opbrengsten vanuit de glastuinbouwafnemers beschouwd. Voor investeringen betekent dit dat enkel de investeringskosten worden meegenomen die uitsluitend ten behoeve van warmtelevering aan glastuinbouwondernemers worden gemaakt. Hiervoor geldt hetgeen vermeld in artikel 2.23.4, tweede lid. toegevoegd: Van de volgende algemene uitgangspunten kan alleen worden afgeweken met een degelijke onderbouwing in het projectplan. eindeAlgemene uitgangspunten

Via stcrt-2026-32179

Bijlage 4.2.1behorende bij artikel 4.2.9 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO))
Gewijzigd
verwijderd: Onderdeel A Elektriciteit 1 Doelstelling De doelstelling van het onderdeel ‘Elektriciteit’ binnen de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te stimuleren op de hierna in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame en veilige energievoorziening. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving door de innovatie toe te passen in een deel van een zonne- of windstroomsysteem. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn. 2 Innovatiethema’s 1 MMIP1: Hernieuwbare energie op zee Innovatiethema 1 sluit aan op het Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP)1MMIP 1: Hernieuwbare energie op zee. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties die leiden tot concrete oplossingen die de opschaling van hernieuwbare energieproductie op zee mogelijk maken, waarbij de (systeem)kosten aanvaardbaar zijn en aan randvoorwaarden met betrekking tot ecologie, circulariteit en ruimtelijke inpassing wordt voldaan. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s. 1.1 Kostenverlaging en waarde-optimalisatie Dit subthema betreft innovatieprojecten die leiden tot structurele verbetering van de business case van windparken op zee door middel van kostenreductie, opbrengst- of waardeverhoging. Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • het efficiënter en beter plannen van onderhoud en mogelijk maken van inspectie. Dit door minder of geen inzet van mensen op locatie met behulp van sterk vernieuwende technologieën, die de kans op falen of defecten aanzienlijk verkleinen en daardoor de beschikbaarheid van het energiepark vergroten. De innovatieve oplossingen zijn veilig en robuust, zowel voor het personeel als het energiesysteem zelf; - • het efficiënter en sneller maken van het transport, de installatie en decommissioning van ondersteuningsconstructies en elektrische infrastructuur binnen de energieparken. Hierin passen ook industrialisatie en standaardisatie door de leveringsketen; - • het optimaliseren van het ontwerp van energieparken op zee, zoals door verhoging van de capaciteitsfactor en het minimaliseren van zogeffecten. 1.2 Integratie in het energiesysteem Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de verbetering van de integratie van grote hoeveelheden windenergie op zee in het energiesysteem en het balanceren van dat systeem door bijvoorbeeld flexibilisering van de aanbod- en vraagkant en grootschalige energieopslag en -conversie; - • de verlaging van kosten die nodig zijn om windparken op zee aan te sluiten op het elektriciteitsnet en de energie te integreren in het energiesysteem. Deze kosten zijn niet beperkt tot de productiekosten (Levelized Cost Of Energy). 1.3 Ruimtelijke, milieu- en maatschappelijke integratie Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de versterking van de natuur in en rondom energieparken door mitigerende en compenserende maatregelen, inclusief maatregelen die meervoudig ruimtegebruik mogelijk maken waarbij er directe betrokkenheid is van het offshore energiepark; - • de versterking van circulariteit en vermindering van materiaalgebruik en milieubelasting. Onder circulariteit wordt verstaan alles wat ertoe bijdraagt dat er minder gebruik wordt gemaakt van nieuwe grondstoffen, componenten van windparken langer gebruikt worden en vrijkomende materialen na decommissioning weer opnieuw kunnen worden gebruikt; - • het aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker maken om te werken in de offshore energiesector. 2 MMIP 2: Hernieuwbare elektriciteit op land en in de gebouwde omgeving Innovatiethema 2 sluit aan op MMIP 22MMIP 2: Hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land en in de gebouwde omgeving. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties voor hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land en in de gebouwde omgeving. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s van MMIP 2. 2.1 Technologieontwikkeling zonnestroom Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de verbetering van de technologie voor de productie van licht absorberende lagen en contactlagen van zonnecellen; - • de verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het zonnestroomsysteem door de ontwikkeling van nieuwe systeemcomponenten; - • het realiseren van omvormers die elektriciteitsnet-ondersteunende diensten mogelijk maken; - • de verbetering van circulariteitsaspecten van zonnestroomsystemen. 2.2 Toepassingsontwikkeling zonnestroom Projecten binnen dit subthema betreffen de ontwikkeling van innovaties die bijdragen aan het technisch, economisch en maatschappelijk mogelijk maken van zonnestroomsystemen in de gebouwde omgeving, op land en (groot)binnenwater. 2.3 Technologie en toepassingsontwikkeling windenergie Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de kostenreductie en verbetering van de business case van windenergie op land en de verbetering van de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van windenergie op land; - • het vergroten en faciliteren van de implementatie van windenergie in het buitengebied; - • de verbetering van de ruimtelijke en ecologische inpassingen van windenergie, zoals door het detecteren van vogels en vleermuizen in de omgeving van de turbine, met als doel het verminderen van het aantal aanvaringsslachtoffers en het reduceren van geluidshinder. Onderdeel B Gebouwde Omgeving 1 Doelstelling De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten, diensten of processen die binnen vijf jaar (uiterlijk in 2029) na de start van het project) tot een eerste toepassing in Nederland leiden en daarmee bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit onderdeel van de EKOO is aanvullend op de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI), opgenomen in paragraaf 4.2.7 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies. Dit onderdeel betreft innovatieve ontwikkelingen van ondernemingen die niet of nog niet in een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt. De projecten van deze subsidiemodule dragen bij aan de deelprogramma’s van de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP's) 33MMIP 3: Versnelling van energierenovaties in de gebouwde omgeving., 44MMIP 4: Duurzame warmte en koude in de gebouwde omgeving. en 55MMIP 5: Elektrificatie van het energiesysteem in de gebouwde omgeving.. 2 Innovatiethema’s 1 Verduurzamingsarrangementen voor woningen en utiliteitsgebouwen Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP3. Het thema is gericht op innovaties die leiden tot verbeterde verduurzamingsarrangementen voor de volgende gebouwtypen: - − Grondgebonden en gestapelde woningen - − Utiliteitsgebouwen: kantoren, niet-industriële bedrijfshallen, winkels, onderwijsvastgoed, gebouwen in de gezondheidszorg en sportaccommodaties. Projecten die binnen één of meer van de volgende deelthema’s vallen, komen in aanmerking voor subsidie. 1.1 Verduurzamingsarrangementen en het verminderen van de milieu-impact van die arrangementen Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van een marktrijpe propositie voor het seriematig naad- en kierdicht maken van woningen in combinatie met de realisatie van een gezond binnenmilieu, dat aansluit bij de wensen, behoefte en gedrag van bewoners; - • ontwikkelen van een concurrerende propositie voor de latere stappen in een stapsgewijze aanpak voor het aardgasvrij maken van woningen waar de eerste stappen (zoals spouwmuur-, vloer- en dakisolatie, glasvervanging, en installatie van warmtepompen en afgifte-, tapwater- en ventilatiesystemen) zijn gezet; - • verlagen van de milieu-impact van bestaande verduurzamingsarrangementen; - • toepassen van biobased of hergebruikte materialen in verduurzamingsarrangementen in plaats van primaire grondstoffen; - • het aanpassen van bestaande verduurzamingsarrangementen aan het veranderende klimaat, waardoor ook energiezuinige en installatie-arme koeling in de zomer wordt gerealiseerd; - • ontwikkelen van nature-based verduurzamingsarrangementen waarbij natuur wordt ingezet voor een energiezuinige en installatie-arme gebouwen en ruimte wordt geboden aan de natuur, zodat deze geen knellende randvoorwaarde wordt voor het verduurzamen van gebouwen (natuur-inclusief). 1.2 Industrialisatie en digitalisering van het verduurzamingsproces Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • minimalisatie van overlast bij de realisatie van het verduurzamingsarrangement, zowel logistiek als bij de ingreep in de gebouwen of woningen; - • het verlagen van de milieu-impact bij de uitvoering van het verduurzamingsarrangement, bijvoorbeeld door het verbeteren van de efficiency of het energieverbruik in de fabriek; - • oplossingen om de flexibiliteit van fabrieken voor de productie van verduurzamingsarrangementen te vergroten zodat beter kan worden ingespeeld op de fluctuerende vraag en behoefte in de markt, inclusief het geschikt maken van fabrieken die zijn gerealiseerd voor de productie van verduurzamingsarrangementen voor nieuwbouw; - • arbeidsbesparende innovaties, zoals robotisering, voor specifieke handelingen op de bouwplaats of in de fabrieksmatige productie van componenten die toegepast worden in verduurzamingsarrangementen; - • ontwikkelen van oplossingen voor het ontzorgen van de uitvoeringsketen op het gebied van customer relation management (crm), planning en logistiek, inkoop en administratie door adviserende partijen zoals energieloketten en energieadviesbureaus en oplossingen die helpen de uitvoering van verduurzamingsarrangementen te stroomlijnen in efficiënte uitvoeringstromen; - • ontwikkelen van oplossingen die helpen de financierbaarheid van verduurzamingsarrangementen te verbeteren. Bijvoorbeeld door de voorspelbaarheid van de besparing op de energiekosten te vergroten en de kwaliteit van het uitvoeringsproces te borgen; - • ontwikkelen van oplossingen die helpen bij het inrichten van een effectieve aanpak voor het benutten van het mutatiemoment van particuliere woningen als aanleiding voor de verduurzaming van de nieuwe woning met partijen zoals een makelaar, taxateur, hypotheekadviseur, hypotheekverstrekker, notaris, aannemer en een architect; - • ontwikkelen van oplossingen die het ontsluiten van de verschillende expertises ondersteunen die nodig zijn voor het uitbrengen van integraal (bouwkundig en isolatie technisch) maatwerkadvies voor woningen die in een energiearmoede-aanpak worden verduurzaamd in een efficiënte uitvoeringstroom. 2 Oplossingen voor de verduurzaming van de collectieve warmte- en koudevoorziening Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP4. Dit thema richt zich op realiseren van een aantrekkelijk aanbod van warmte- en koudevoorzieningen voor huis- en gebouweigenaren voor het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Projecten die binnen een of meer van de volgende deelthema’s passen, komen in aanmerking voor subsidie. 2.1 Warmtepompen en afgifte-, tapwater- en ventilatiesystemen Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van een compressiewarmtepomp die gebruikt maakt van natuurlijke koudemiddelen met oog voor circulariteit, prijs, energieverbruik, geluid, ruimtegebruik, inpassing en stuurbaarheid; - • ontwikkelen van compactere, plug-n-play of gebouw geïntegreerde (hybride) warmtepompen, zodat ze eenvoudig en met minder menskracht te installeren en onderhouden zijn; - • ontwikkelen van technologische opvolgers van conventionele compressiewarmtepompsystemen die in potentie kunnen concurreren met compressietechniek, zoals bijvoorbeeld thermo-akoestische, Stirling, magneto-calorische en ad-/absorptie warmtepompen met oog voor circulariteit, efficiëntie, prijs, geluid, ruimtegebruik, inpassing en stuurbaarheid; - • ontwikkelen van goedkopere, energetisch geoptimaliseerde lage temperatuurafgiftesystemen voor ruimteverwarming en -koeling, compacte warmtapwatersystemen (met warmteterugwinning of in combinatie met (zeer) lage temperatuur warmtenetten) en (kook)ventilatiesystemen (met warmteterugwinning en zomernachtventilatie) met extra aandacht voor eenvoudige installatie en (ontwerp voor) de integratie in gebouwdelen of met andere functies voor een stil en esthetisch eindresultaat met efficiënt ruimtegebruik; - • ontwikkelen van mini-warmtenetten als opschalingsstrategie voor collectieve warmte en koude, zoals het efficiënter ontsluiten van bestaande bronnen, technische oplossingen om om te gaan met woningen die nog niet worden aangesloten, ontwikkelen van quickscan tools, innovatieve contractvormen (in combinatie met technische configuratie) en bijvoorbeeld de interferentie van benodigde bodemsystemen. 2.2 Kleinschalige warmteopslagsystemen en duurzame warmte- en koudenetten Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van compactere voelbare warmte- en (latente) ‘phase change material’ (PCM) opslag in de losstaande opslagsystemen en geïntegreerd in gebouwdelen zoals vloeren, plafonds en plafondplaten met aandacht voor betaalbaarheid, eenvoud van installatie en onderhoud; - • ontwikkelen van (de stabiliteit van) thermochemische materialen voor ‘thermo chemical materials’ (TCM) opslag ten behoeve van een hogere vermogensdichtheid, langere levensduur en inpassing; - • ontwikkelen van effectieve regelstrategieën van kleinschalige warmteopslag (in verschillende configuraties) voor duurzame, betrouwbare en betaalbare inzet in het (lokale) energiesysteem; - • ontwikkelen van goedkopere, snellere en minder overlast gevende huisaansluitingsmethoden inclusief innovatieve afleversets voor (zeer) lage temperatuur warmte- en koudenetten. 2.3 Oplossingen voor een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP5. Het thema is gericht op innovaties die nodig zijn om een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening in de gebouwde omgeving waar te borgen, terwijl het gebruik van elektriciteit en productie uit (decentrale) hernieuwbare energiebronnen toeneemt. Het gaat om elektrificatie van gebouwen, wijken en bedrijventerreinen en elektrische infrastructuur in de gebouwde omgeving. Dit thema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van standaarden en protocollen om apparaten uit te lezen en aan te sturen (interoperabiliteit). Voor onder andere warmtepompen, elektrische boilers, laadpunten, opslagsystemen, en zon-PV inverters. - • ontwikkelen van oplossingen voor het realiseren van de slimme en netbewuste woning van de toekomst. - • ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie in relatie tot de nieuwbouwopgave. - • verbeteren power quality met vermogenselektronica als oplossingsrichting voor efficiënter benutten stroomnet. Onderdeel C Industrie 1 Doelstelling De doelstelling van het onderdeel ‘Industrie’ binnen de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op de hierna in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s te stimuleren. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare transitie naar een klimaatneutrale en circulaire industrie die geïntegreerd is in het energiesysteem. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn, maar gaat om het implementeren van de innovatie binnen een gedeelte van een industrieel proces waarbij ook expliciet rekening wordt gehouden met de inpassing van de innovatie in het energiesysteem. Onder het begrip ‘industrie’ wordt verstaan het geheel van ondernemingen die materiële goederen produceren, waarbij grondstoffen worden verwerkt en waarbij sprake is van een hoge graad van mechanisering en automatisering, genoemd in de Standaardbedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek, hoofdgroep B, C, D (alleen energiedistributie) of E. 2 Innovatiethema’s 1 MMIP 6: Grondstoffen en producten voor circulariteit van koolstof Innovatiethema 1 sluit aan op het Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) 63MMIP 6: Grondstoffen en producten voor circulariteit van koolstof. Projecten binnen dit thema betreffen technologieën die de koolstofketen sluiten en het gebruik van virgin fossiele grondstoffen vermijden door het gebruik van CO of CO2 als grondstof voor koolstofchemie. De CO kan afkomstig zijn uit restgassen of vergassing van diverse grondstoffen. CO2 kan afkomstig zijn uit geconcentreerde stromen (restgassen en rookgassen), rechtstreeks uit de atmosfeer of uit zeewater. Dit thema betreft het deelprogramma Carbon capture and Utilisation (CCU) van MMIP 6. 2 MMIP 7: CO2-vrije industriële energiehuishouding Innovatiethema 2 sluit aan op MMIP 74MMIP 7: CO2-vrije industriële energiehuishouding. Projecten binnen dit thema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - 1. reduce: vermindering van energieverbruik door efficiëntere processen. Hieronder vallen in elk geval efficiënte procestechnologie en digitale productie- en ketenondersteuning; - 2. reuse: hergebruik van energie (met name warmte) binnen en buiten de fabriek. Hieronder vallen in elk geval technologieën en systemen voor warmteopwaardering, -opslag, en -hergebruik; - 3. replace: vervanging van fossiele energiedragers door met name elektriciteit. Hieronder vallen in elk geval elektrisch gedreven processen en ondersteunende (digitale) technieken; - 4. produce: productie van duurzame energiedragers (waterstof, waterstofdragers) via elektrochemische processen. 3 MMIP 8: Keten- en systeemaspecten – Digitalisering Innovatiethema 3 sluit aan op MMIP 85MMIP 8: Keten- en systeemaspecten. Projecten binnen dit thema betreffen digitale innovaties en technieken op het gebied van producten en diensten die keten- en systeemverandering en elektrificatie ondersteunen. 4 MMIP 13: Systeemintegratie – energieflexibiliteit in de industrie Innovatiethema 4 sluit aan op MMIP 136MMIP 13: Een robuust en maatschappelijk gedragen energiesysteem. Projecten binnen dit thema betreffen nieuwe duurzame oplossingen voor de industrie die zorgen voor substantieel meer flexibiliteit in de industriële energievraag en deze energieflexibiliteit kunnen inzetten met aantoonbare systeemvoordelen. Onderdeel D Circulaire Economie 1 Doelstelling De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot innovatieve en circulaire producten, processen en diensten die binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing in Nederland leiden en die niet of nog niet door een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Hierbij hoeft het nog niet te gaan om grootschalige uitrol van de innovatie. Daarnaast kan het, bij de beoordeling van de bijdrage van het project aan de doelstelling, positief meewegen als innovaties eerder tot een eerste toepassing leiden. Binnen dit onderdeel gaat het om projecten met betrekking tot circulaire producten, processen of diensten die bij een eerste toepassing leiden tot: - 1. verhoging van de grondstoffenefficiëntie, zodat er minder grondstoffen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid producten te produceren. Dit kan door: - a. per product minder grondstoffen te gebruiken, met behoud van functionaliteit; - b. de levensduur van producten te verlengen door ze herbruikbaar, onderhoudbaar of repareerbaar te maken of door nieuwe methoden voor hergebruik, onderhoud of reparatie te ontwikkelen; - c. ontwikkeling van diensten ter vervanging van de verkoop van producten, zoals een huur- of deelconcept; - d. vervanging van fossiele grondstoffen door recyclaat; - e. vervanging van fossiele grondstoffen door biogrondstoffen. - 2. vermindering van de ecologische voetafdruk, blijkend uit de verbetering van de biodiversiteit of vermindering van vervuiling van de natuur; - 3. vermindering van de CO2-uitstoot of andere broeikasgasemissies in Nederland als gevolg van het gebruik van minder of andere grondstoffen; of - 4. verbetering van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen9Kritieke grondstoffen zijn grondstoffen die van cruciaal economisch belang zijn, maar niet op betrouwbare wijze binnen de EU kunnen worden gewonnen en dus grotendeels moeten worden ingevoerd. Voor deze subsidiemodule betreft het de kritieke grondstoffen die zijn opgenomen in de meest recent gepubliceerde lijst van kritieke grondstoffen door de Europese Commissie. door terugwinning en hergebruik mogelijk te maken of een niet-kritiek substituut in te zetten. 2 Innovatiethema’s 1 Circulaire economie anders dan circulaire plastics en biobased circular Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op een toepassing binnen één of meer van de productgroepen10Dit zijn productgroepen van de Kennis- en innovatieagenda Circulaire Economie https://kia-ce.nl/wp-content/uploads/2021/02/KIA-Circulaire-Economie-versie-2.0-def-15-oktober-2019.pdf. in onderstaande tabel. Prioritaire waardeketen1 | Productgroepen Maakindustrie (inclusief productgroepen in het kader van de Nationale Grondstoffenstrategie)2 | Kapitaalgoederen (zoals (hijs-, hef- en transport) werktuigen; machinebouw; medische apparaten en productie-apparatuur); elektromotoren, generatoren en transformatoren; computers en randapparatuur; communicatie en meetapparatuur) Zonnepaneelsystemen (alleen levensduurverlenging en recycling) en windturbines Elektrolysers Batterijen voor licht elektrisch vervoer (zoals fietsen, scooters, steps, rolstoelen) Gebouwgebonden klimaatinstallaties (zoals warmtepompen en koelsystemen) Bouw en Infrastructuur | Woningen en kantoren (uitgezonderd prefab en biobased bouwen) Betonnen bruggen en viaducten Wegverhardingen Consumptiegoederen | Elektrische en elektronische apparaten Meubels Textiel Verpakkingen en wegwerpproducten 1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030 2 Kamerstukken II 2022/23, 32 852, nr. 224 (Nationale Grondstoffenstrategie) en Kamerstukken II 2023/24, 32 852, nr. 291 (Voortgang Nationale Grondstoffenstrategie). De volgende typen projecten komen in aanmerking voor subsidie: - • technologisch onderzoek en ontwikkeling gericht op het ontwikkelen van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst ten opzichte van bestaande circulaire producten, processen of diensten; - • onderzoek naar consumentengedrag, bedrijfs- of verdienmodellen, of een combinatie hiervan, voor zover dit onderzoek gericht is op de daadwerkelijke ontwikkeling van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst (het onderzoek is een voorbereiding op deze ontwikkeling). Het nieuw te ontwikkelen of aanmerkelijk te verbeteren product, proces of dienst moet voldoende concreet beschreven kunnen worden, zodat duidelijk is wat de innovatie is en kan worden getoetst of dit voldoende vernieuwend is om te kwalificeren als industrieel onderzoek. De ontwikkelaar van het product, proces of de dienst is als deelnemer in het project betrokken. Daarbij wordt aangegeven hoe de resultaten door deze ontwikkelaar gebruikt gaan worden bij de ontwikkeling of verdere ontwikkeling van het product, proces of de dienst. In het onderzoek staat de input op de ontwikkeling of verdere ontwikkeling centraal, niet het op de markt brengen of het daarvoor gereed maken van het product, proces of de dienst; - • een combinatie van 1 en 2. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen: - • projecten gericht op de toepassing van biobased grondstoffen ter vervanging van een of meerdere grondstoffen in producten uit de genoemde productgroepen, omdat via andere instrumenten hier reeds ondersteuning voor is; - • projecten die hoofdzakelijk gericht zijn op recycling of terugwinning (tenzij het terugwinning van kritieke grondstoffen betreft), met uitzondering van zonnepaneelsystemen en windturbines, blijkend uit de verdeling van de kosten, omdat via andere instrumenten hier reeds voldoende ondersteuning voor is. 2 Circulaire Plastics Dit innovatiethema betreft projecten die zijn gericht op onderzoek naar en ontwikkeling van producten waarin minimaal 25% van de fossiele grondstoffen worden vervangen door biopolymeren op basis van biogrondstoffen of door minimaal 25% recyclaat uit mechanische recycling, chemische depolymerisatie of dissolutie. Dit innovatiethema omvat ook onderzoek en ontwikkeling aan productieprocessen in alle stappen van sortering tot en met recycling van plastic afval. Het gaat om projecten die betrekking hebben op toepassing van polymeren in plastic deel- en eindproducten. Projecten kunnen betrekking hebben op de volgende subthema's: - • ontwerp voor circulariteit: ontwikkeling van producten met minimaal 25% recyclaat (mechanisch, chemisch of dissolutie) of biogebaseerde polymeren, die zelf ook goed recyclebaar zijn en veilig kunnen worden toegepast (safe and circular by design), inclusief het maken van een werkbaar prototype; - • circulaire grondstoffen en processen: innovaties gericht op verbeterde inzameling, scheiding, sortering, voorbehandeling of recycling. Buiten de reikwijdte van dit thema vallen projecten gericht op: - • het gebruik van recyclaat uit thermochemische recycling, zoals pyrolyse of vergassing; - • onderzoek en ontwikkeling op het gebied van biopolyesters (innovatiethema 3; - • het gebruik van biogebaseerde polymeren die chemisch identiek zijn aan reeds bestaande en toegepaste polymeren op basis van fossiele grondstoffen; - • het toepassen van polymeren in vezels, coatings, harsen en composieten; - • ontwikkeling van biologische recyclingprocessen voor biodegradeerbare polymeren, zoals compostering en fermentatie. 3 Biobased Circular Innovatiethema 3 geeft invulling aan het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular7www.biobasedcircular.com. Het thema betreft onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten om te komen tot circulaire waardeketens voor polyesters op basis van koolhydraatrijke biogrondstoffen (biogebaseerd). De biogebaseerde polyesters vinden hun toepassing in kunststoffen (nieuw of reeds in ontwikkeling, zoals PEF, bio-PET, PLA en PHA), harsen, coatings of composieten. Het gaat om toepassingsgebieden met potentiële afzetmarkten waar een gewichtsvolume in tonnen nodig is en die dus zowel economisch als wat betreft CO2-reductie en circulariteit voor Nederland van betekenis zijn. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s. 3.1 Circulair ontwerpen van halffabricaten en producten8Programmalijn 2 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het opnieuw ontwerpen van bestaande halffabricaten en producten en het ontwikkelen van nieuwe halffabricaten en producten met circulaire ontwerpprincipes. Het gaat om de ontwikkeling en validatie op multi-kg schaal in industriële productieprocessen van biogebaseerde polyesters en de applicatie daarvan. 3.2 Bouwstenen en polyesters 9Programmalijn 3 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters. Dit omvat tevens projecten gericht op het ontwikkelen van bouwstenen of polymeren met een verbeterde functionaliteit en recycleerbaarheid of biodegradeerbaarheid. De ontwikkeling van deze nieuwe bouwstenen en polyesters worden tijdens het project ontwikkeld en gevalideerd. 3.3 Productieprocessen Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe of verbeteren van productieprocessen voor biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van een geheel nieuwe technologie of het op een innovatieve manier combineren van bestaande technologieën. Het nieuwe productieproces draagt bij eerste toepassing bij aan de in hoofdstuk 1 van deze bijlage genoemde klimaatdoelstellingen. 3.4 Duurzame biogrondstoffen10Programmalijn 6 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen of opschalen van biogrondstofroutes op basis van koolhydraatrijke stromen. Onder biogrondstofroute wordt verstaan de combinatie van productie van biogrondstoffen met de verwerking van biogrondstoffen tot een suiker, bouwsteen of polyester (innovatiethema 3.2). In het geval van suiker dient deze weer als grondstof voor de productie van de in innovatiethema 3.2 genoemde bouwstenen en polymeren. Projecten maken gebruik van de volgende biogrondstoffen: - • biogrondstoffen uit eerste generatie bestaande gewassen (ook wel primaire gewassen genoemd), zoals suikerbiet, mais, en granen, maar ook gewassen als sorghum en hennep; - • tweede generatie biogrondstoffen uit: - ○ reststromen uit de landbouw, landschapsbeheer en bosbeheer; - ○ bijproducten uit de verwerking van landbouwproducten, of uit de voedingsindustrie, diervoeder papier- en karton of andere industrie (agri-food processing); of - ○ heterogene reststromen in de vorm van organisch afval, zoals GFE/GFT, waterzuiveringsslib en mest. Projecten omvatten in ieder geval de verwerking van de ruwe biogrondstof naar: - • een kwaliteit suikergrondstof die geschikt is voor verwerking tot een biopolyester; of - • een bouwsteen of biogebaseerde polyester. Projecten kunnen onderzoek bevatten naar de productie van de biogrondstoffen, mits dit leidt tot betere of meer grondstof voor de raffinage. Ook kunnen projecten zich deels richten op onderzoek naar de logistiek en opslag van biogrondstoffen. Voor de jaarrond productie van een biogrondstoffenverwerker is de logistieke aanvoer van biogrondstoffen en de opslag van belang, omdat biogrondstoffen snel kunnen bederven. 3.5 Recycling van biogebaseerde polyester producten en materialen11Programmalijn 7 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe of verbeteren van een bestaande einde levensduur-verwerkingmethode van biogebaseerde producten en materialen. Projecten betreffen het ontwikkelen en valideren van recyclingprocessen voor biogebaseerde polyesters. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling. 3.6 Ontwikkelen closed-loop gebruikssysteem Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe diensten om biopolyester applicaties te gebruiken in closed loops. Projecten betreffen het ontwikkelen en valideren van nieuwe gebruikssystemen van biogebaseerde polyesters ter bevordering van de marktcreatie en het hergebruik ervan. Het ontwikkelde systeem omvat de volgende stappen ten minste één keer: het gebruik, de inzameling of sortering en vervolgens het hergebruik of de recycling van de biogebaseerde polyester applicaties. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling. eindetoegevoegd: Onderdeel A Elektriciteit 1 Doelstelling De doelstelling van het onderdeel ‘Elektriciteit’ binnen de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te stimuleren op de hierna in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame en veilige energievoorziening. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving door de innovatie toe te passen in een deel van een zonne- of windstroomsysteem. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn. 2 Innovatiethema’s 1 MMIP1: Hernieuwbare energie op zee Innovatiethema 1 sluit aan op het Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP)1MMIP 1: Hernieuwbare energie op zee. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties die leiden tot concrete oplossingen die de opschaling van hernieuwbare energieproductie op zee mogelijk maken, waarbij de (systeem)kosten aanvaardbaar zijn en aan randvoorwaarden met betrekking tot ecologie, circulariteit en ruimtelijke inpassing wordt voldaan. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s. 1.1 Kostenverlaging en waarde-optimalisatie Dit subthema betreft innovatieprojecten die leiden tot structurele verbetering van de business case van windparken op zee door middel van kostenreductie, opbrengst- of waardeverhoging. Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • het efficiënter en beter plannen van onderhoud en mogelijk maken van inspectie. Dit door minder of geen inzet van mensen op locatie met behulp van sterk vernieuwende technologieën, die de kans op falen of defecten aanzienlijk verkleinen en daardoor de beschikbaarheid van het energiepark vergroten. De innovatieve oplossingen zijn veilig en robuust, zowel voor het personeel als het energiesysteem zelf; - • het efficiënter en sneller maken van het transport, de installatie en decommissioning van ondersteuningsconstructies en elektrische infrastructuur binnen de energieparken. Hierin passen ook industrialisatie en standaardisatie door de leveringsketen; - • het optimaliseren van het ontwerp van energieparken op zee, zoals door verhoging van de capaciteitsfactor en het minimaliseren van zogeffecten. 1.2 Integratie in het energiesysteem Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de verbetering van de integratie van grote hoeveelheden windenergie op zee in het energiesysteem en het balanceren van dat systeem door bijvoorbeeld flexibilisering van de aanbod- en vraagkant en grootschalige energieopslag en -conversie; - • de verlaging van kosten die nodig zijn om windparken op zee aan te sluiten op het elektriciteitsnet en de energie te integreren in het energiesysteem. Deze kosten zijn niet beperkt tot de productiekosten (Levelized Cost Of Energy). 1.3 Ruimtelijke, milieu- en maatschappelijke integratie Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de versterking van de natuur in en rondom energieparken door mitigerende en compenserende maatregelen, inclusief maatregelen die meervoudig ruimtegebruik mogelijk maken waarbij er directe betrokkenheid is van het offshore energiepark; - • de versterking van circulariteit en vermindering van materiaalgebruik en milieubelasting. Onder circulariteit wordt verstaan alles wat ertoe bijdraagt dat er minder gebruik wordt gemaakt van nieuwe grondstoffen, componenten van windparken langer gebruikt worden en vrijkomende materialen na decommissioning weer opnieuw kunnen worden gebruikt; - • het aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker maken om te werken in de offshore energiesector. 2 MMIP 2: Hernieuwbare elektriciteit op land en in de gebouwde omgeving Innovatiethema 2 sluit aan op MMIP 22MMIP 2: Hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land en in de gebouwde omgeving. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties voor hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land en in de gebouwde omgeving. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s van MMIP 2. 2.1 Technologieontwikkeling zonnestroom Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de verbetering van de technologie voor de productie van licht absorberende lagen en contactlagen van zonnecellen; - • de verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het zonnestroomsysteem door de ontwikkeling van nieuwe systeemcomponenten; - • het realiseren van omvormers die elektriciteitsnet-ondersteunende diensten mogelijk maken; - • de verbetering van circulariteitsaspecten van zonnestroomsystemen. 2.2 Toepassingsontwikkeling zonnestroom Projecten binnen dit subthema betreffen de ontwikkeling van innovaties die bijdragen aan het technisch, economisch en maatschappelijk mogelijk maken van zonnestroomsystemen in de gebouwde omgeving, op land en (groot)binnenwater. 2.3 Technologie en toepassingsontwikkeling windenergie Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - • de kostenreductie en verbetering van de business case van windenergie op land en de verbetering van de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van windenergie op land; - • het vergroten en faciliteren van de implementatie van windenergie in het buitengebied; - • de verbetering van de ruimtelijke en ecologische inpassingen van windenergie, zoals door het detecteren van vogels en vleermuizen in de omgeving van de turbine, met als doel het verminderen van het aantal aanvaringsslachtoffers en het reduceren van geluidshinder. Onderdeel B Gebouwde Omgeving 1 Doelstelling De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten, diensten of processen die binnen vijf jaar (uiterlijk in 2029) na de start van het project) tot een eerste toepassing in Nederland leiden en daarmee bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit onderdeel van de EKOO is aanvullend op de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI), opgenomen in paragraaf 4.2.7 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies. Dit onderdeel betreft innovatieve ontwikkelingen van ondernemingen die niet of nog niet in een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt. De projecten van deze subsidiemodule dragen bij aan de deelprogramma’s van de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP's) 33MMIP 3: Versnelling van energierenovaties in de gebouwde omgeving., 44MMIP 4: Duurzame warmte en koude in de gebouwde omgeving. en 55MMIP 5: Elektrificatie van het energiesysteem in de gebouwde omgeving.. 2 Innovatiethema’s 1 Verduurzamingsarrangementen voor woningen en utiliteitsgebouwen Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP3. Het thema is gericht op innovaties die leiden tot verbeterde verduurzamingsarrangementen voor de volgende gebouwtypen: - − Grondgebonden en gestapelde woningen - − Utiliteitsgebouwen: kantoren, niet-industriële bedrijfshallen, winkels, onderwijsvastgoed, gebouwen in de gezondheidszorg en sportaccommodaties. Projecten die binnen één of meer van de volgende deelthema’s vallen, komen in aanmerking voor subsidie. 1.1 Verduurzamingsarrangementen en het verminderen van de milieu-impact van die arrangementen Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van een marktrijpe propositie voor het seriematig naad- en kierdicht maken van woningen in combinatie met de realisatie van een gezond binnenmilieu, dat aansluit bij de wensen, behoefte en gedrag van bewoners; - • ontwikkelen van een concurrerende propositie voor de latere stappen in een stapsgewijze aanpak voor het aardgasvrij maken van woningen waar de eerste stappen (zoals spouwmuur-, vloer- en dakisolatie, glasvervanging, en installatie van warmtepompen en afgifte-, tapwater- en ventilatiesystemen) zijn gezet; - • verlagen van de milieu-impact van bestaande verduurzamingsarrangementen; - • toepassen van biobased of hergebruikte materialen in verduurzamingsarrangementen in plaats van primaire grondstoffen; - • het aanpassen van bestaande verduurzamingsarrangementen aan het veranderende klimaat, waardoor ook energiezuinige en installatie-arme koeling in de zomer wordt gerealiseerd; - • ontwikkelen van nature-based verduurzamingsarrangementen waarbij natuur wordt ingezet voor een energiezuinige en installatie-arme gebouwen en ruimte wordt geboden aan de natuur, zodat deze geen knellende randvoorwaarde wordt voor het verduurzamen van gebouwen (natuur-inclusief). 1.2 Industrialisatie en digitalisering van het verduurzamingsproces Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • minimalisatie van overlast bij de realisatie van het verduurzamingsarrangement, zowel logistiek als bij de ingreep in de gebouwen of woningen; - • het verlagen van de milieu-impact bij de uitvoering van het verduurzamingsarrangement, bijvoorbeeld door het verbeteren van de efficiency of het energieverbruik in de fabriek; - • oplossingen om de flexibiliteit van fabrieken voor de productie van verduurzamingsarrangementen te vergroten zodat beter kan worden ingespeeld op de fluctuerende vraag en behoefte in de markt, inclusief het geschikt maken van fabrieken die zijn gerealiseerd voor de productie van verduurzamingsarrangementen voor nieuwbouw; - • arbeidsbesparende innovaties, zoals robotisering, voor specifieke handelingen op de bouwplaats of in de fabrieksmatige productie van componenten die toegepast worden in verduurzamingsarrangementen; - • ontwikkelen van oplossingen voor het ontzorgen van de uitvoeringsketen op het gebied van customer relation management (crm), planning en logistiek, inkoop en administratie door adviserende partijen zoals energieloketten en energieadviesbureaus en oplossingen die helpen de uitvoering van verduurzamingsarrangementen te stroomlijnen in efficiënte uitvoeringstromen; - • ontwikkelen van oplossingen die helpen de financierbaarheid van verduurzamingsarrangementen te verbeteren. Bijvoorbeeld door de voorspelbaarheid van de besparing op de energiekosten te vergroten en de kwaliteit van het uitvoeringsproces te borgen; - • ontwikkelen van oplossingen die helpen bij het inrichten van een effectieve aanpak voor het benutten van het mutatiemoment van particuliere woningen als aanleiding voor de verduurzaming van de nieuwe woning met partijen zoals een makelaar, taxateur, hypotheekadviseur, hypotheekverstrekker, notaris, aannemer en een architect; - • ontwikkelen van oplossingen die het ontsluiten van de verschillende expertises ondersteunen die nodig zijn voor het uitbrengen van integraal (bouwkundig en isolatie technisch) maatwerkadvies voor woningen die in een energiearmoede-aanpak worden verduurzaamd in een efficiënte uitvoeringstroom. 2 Oplossingen voor de verduurzaming van de collectieve warmte- en koudevoorziening Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP4. Dit thema richt zich op realiseren van een aantrekkelijk aanbod van warmte- en koudevoorzieningen voor huis- en gebouweigenaren voor het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Projecten die binnen een of meer van de volgende deelthema’s passen, komen in aanmerking voor subsidie. 2.1 Warmtepompen en afgifte-, tapwater- en ventilatiesystemen Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van een compressiewarmtepomp die gebruikt maakt van natuurlijke koudemiddelen met oog voor circulariteit, prijs, energieverbruik, geluid, ruimtegebruik, inpassing en stuurbaarheid; - • ontwikkelen van compactere, plug-n-play of gebouw geïntegreerde (hybride) warmtepompen, zodat ze eenvoudig en met minder menskracht te installeren en onderhouden zijn; - • ontwikkelen van technologische opvolgers van conventionele compressiewarmtepompsystemen die in potentie kunnen concurreren met compressietechniek, zoals bijvoorbeeld thermo-akoestische, Stirling, magneto-calorische en ad-/absorptie warmtepompen met oog voor circulariteit, efficiëntie, prijs, geluid, ruimtegebruik, inpassing en stuurbaarheid; - • ontwikkelen van goedkopere, energetisch geoptimaliseerde lage temperatuurafgiftesystemen voor ruimteverwarming en -koeling, compacte warmtapwatersystemen (met warmteterugwinning of in combinatie met (zeer) lage temperatuur warmtenetten) en (kook)ventilatiesystemen (met warmteterugwinning en zomernachtventilatie) met extra aandacht voor eenvoudige installatie en (ontwerp voor) de integratie in gebouwdelen of met andere functies voor een stil en esthetisch eindresultaat met efficiënt ruimtegebruik; - • ontwikkelen van mini-warmtenetten als opschalingsstrategie voor collectieve warmte en koude, zoals het efficiënter ontsluiten van bestaande bronnen, technische oplossingen om om te gaan met woningen die nog niet worden aangesloten, ontwikkelen van quickscan tools, innovatieve contractvormen (in combinatie met technische configuratie) en bijvoorbeeld de interferentie van benodigde bodemsystemen. 2.2 Kleinschalige warmteopslagsystemen en duurzame warmte- en koudenetten Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van compactere voelbare warmte- en (latente) ‘phase change material’ (PCM) opslag in de losstaande opslagsystemen en geïntegreerd in gebouwdelen zoals vloeren, plafonds en plafondplaten met aandacht voor betaalbaarheid, eenvoud van installatie en onderhoud; - • ontwikkelen van (de stabiliteit van) thermochemische materialen voor ‘thermo chemical materials’ (TCM) opslag ten behoeve van een hogere vermogensdichtheid, langere levensduur en inpassing; - • ontwikkelen van effectieve regelstrategieën van kleinschalige warmteopslag (in verschillende configuraties) voor duurzame, betrouwbare en betaalbare inzet in het (lokale) energiesysteem; - • ontwikkelen van goedkopere, snellere en minder overlast gevende huisaansluitingsmethoden inclusief innovatieve afleversets voor (zeer) lage temperatuur warmte- en koudenetten. 2.3 Oplossingen voor een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP5. Het thema is gericht op innovaties die nodig zijn om een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening in de gebouwde omgeving waar te borgen, terwijl het gebruik van elektriciteit en productie uit (decentrale) hernieuwbare energiebronnen toeneemt. Het gaat om elektrificatie van gebouwen, wijken en bedrijventerreinen en elektrische infrastructuur in de gebouwde omgeving. Dit thema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: - • ontwikkelen van standaarden en protocollen om apparaten uit te lezen en aan te sturen (interoperabiliteit). Voor onder andere warmtepompen, elektrische boilers, laadpunten, opslagsystemen, en zon-PV inverters. - • ontwikkelen van oplossingen voor het realiseren van de slimme en netbewuste woning van de toekomst. - • ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie in relatie tot de nieuwbouwopgave. - • verbeteren power quality met vermogenselektronica als oplossingsrichting voor efficiënter benutten stroomnet. Onderdeel C Industrie 1 Doelstelling De doelstelling van het onderdeel ‘Industrie’ binnen de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op de hierna in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s te stimuleren. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare transitie naar een klimaatneutrale en circulaire industrie die geïntegreerd is in het energiesysteem. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn, maar gaat om het implementeren van de innovatie binnen een gedeelte van een industrieel proces waarbij ook expliciet rekening wordt gehouden met de inpassing van de innovatie in het energiesysteem. Onder het begrip ‘industrie’ wordt verstaan het geheel van ondernemingen die materiële goederen produceren, waarbij grondstoffen worden verwerkt en waarbij sprake is van een hoge graad van mechanisering en automatisering, genoemd in de Standaardbedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek, hoofdgroep B, C, D (alleen energiedistributie) of E. 2 Innovatiethema’s 1 MMIP 6: Grondstoffen en producten voor circulariteit van koolstof Innovatiethema 1 sluit aan op het Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) 63MMIP 6: Grondstoffen en producten voor circulariteit van koolstof. Projecten binnen dit thema betreffen technologieën die de koolstofketen sluiten en het gebruik van virgin fossiele grondstoffen vermijden door het gebruik van CO of CO2 als grondstof voor koolstofchemie. De CO kan afkomstig zijn uit restgassen of vergassing van diverse grondstoffen. CO2 kan afkomstig zijn uit geconcentreerde stromen (restgassen en rookgassen), rechtstreeks uit de atmosfeer of uit zeewater. Dit thema betreft het deelprogramma Carbon capture and Utilisation (CCU) van MMIP 6. 2 MMIP 7: CO2-vrije industriële energiehuishouding Innovatiethema 2 sluit aan op MMIP 74MMIP 7: CO2-vrije industriële energiehuishouding. Projecten binnen dit thema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: - 1. reduce: vermindering van energieverbruik door efficiëntere processen. Hieronder vallen in elk geval efficiënte procestechnologie en digitale productie- en ketenondersteuning; - 2. reuse: hergebruik van energie (met name warmte) binnen en buiten de fabriek. Hieronder vallen in elk geval technologieën en systemen voor warmteopwaardering, -opslag, en -hergebruik; - 3. replace: vervanging van fossiele energiedragers door met name elektriciteit. Hieronder vallen in elk geval elektrisch gedreven processen en ondersteunende (digitale) technieken; - 4. produce: productie van duurzame energiedragers (waterstof, waterstofdragers) via elektrochemische processen. 3 MMIP 8: Keten- en systeemaspecten – Digitalisering Innovatiethema 3 sluit aan op MMIP 85MMIP 8: Keten- en systeemaspecten. Projecten binnen dit thema betreffen digitale innovaties en technieken op het gebied van producten en diensten die keten- en systeemverandering en elektrificatie ondersteunen. 4 MMIP 13: Systeemintegratie – energieflexibiliteit in de industrie Innovatiethema 4 sluit aan op MMIP 136MMIP 13: Een robuust en maatschappelijk gedragen energiesysteem. Projecten binnen dit thema betreffen nieuwe duurzame oplossingen voor de industrie die zorgen voor substantieel meer flexibiliteit in de industriële energievraag en deze energieflexibiliteit kunnen inzetten met aantoonbare systeemvoordelen. Onderdeel D Circulaire Economie 1 Doelstelling De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot innovatieve en circulaire producten, processen en diensten die binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing in Nederland leiden en die niet of nog niet door een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Hierbij hoeft het nog niet te gaan om grootschalige uitrol van de innovatie. 2 Innovatiethema’s 1 Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op een toepassing binnen één of meer van de productgroepen1Dit zijn productgroepen van de Kennis- en innovatieagenda Circulaire Economie (https://kia-ce.nl/wp-content/uploads/2021/02/KIA-Circulaire-Economie-versie-2.0-def-15-oktober-2019.pdf). in onderstaande tabel en leiden tot één of meer van onderstaande punten: - 1. verhoging van de grondstoffenefficiëntie, zodat er minder grondstoffen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid producten te produceren. Dit kan door: - a. per product minder grondstoffen te gebruiken, met behoud van functionaliteit; - b. de levensduur van producten te verlengen door ze herbruikbaar, onderhoudbaar of repareerbaar te maken of door nieuwe methoden voor hergebruik, onderhoud of reparatie te ontwikkelen; - c. ontwikkeling van diensten ter vervanging van de verkoop van producten, zoals een huur- of deelconcept; - d. vervanging van fossiele grondstoffen door recyclaat; - e. vervanging van fossiele grondstoffen door biopolymeren geproduceerd in biologische processen, uitsluitend gericht op productontwikkeling; - 2. vermindering van de ecologische voetafdruk, blijkend uit de verbetering van de biodiversiteit of vermindering van vervuiling van de natuur. Prioritaire waardeketen1 | Productgroepen Maakindustrie | Kapitaalgoederen (zoals (hijs-, hef- en transport) werktuigen; machinebouw; medische apparaten en productie-apparatuur); elektromotoren, generatoren en transformatoren; computers en randapparatuur; communicatie en meetapparatuur) Energie-technologieën (in combinatie met circulaire strategieën anders dan gericht op kritieke grondstoffen) | Zonnepaneelsystemen en windturbines Elektrolysers Batterijen voor licht elektrisch vervoer (zoals fietsen, scooters, steps, rolstoelen) Gebouwgebonden klimaatinstallaties (zoals warmtepompen en koelsystemen) Bouw en Infrastructuur | Woningen en kantoren (uitgezonderd biobased bouwontwikkeling op basis van vlas, hennep, miscanthus en stro) Betonnen bruggen en viaducten Wegverhardingen Consumptiegoederen | Elektrische en elektronische apparaten Meubels Textiel Verpakkingen (met uitzondering van plastic verpakkingen) en wegwerpproducten: medische wegwerpinstrumenten, bescherm- en toedieningsproducten 1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030. De volgende typen projecten komen in aanmerking voor subsidie: - • technologisch onderzoek en ontwikkeling gericht op het ontwikkelen van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst ten opzichte van bestaande (circulaire) producten, processen of diensten. Het nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst moet een alternatief bieden op de niet-circulaire economie; - • onderzoek naar consumentengedrag, bedrijfs- of verdienmodellen of een combinatie hiervan, voor zover dit onderzoek gericht is op de daadwerkelijke ontwikkeling van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst (het onderzoek is een voorbereiding op deze ontwikkeling). Het nieuw te ontwikkelen of aanmerkelijk te verbeteren product, proces of dienst moet voldoende concreet beschreven kunnen worden, zodat duidelijk is wat de innovatie is en kan worden getoetst of dit voldoende vernieuwend is om te kwalificeren als industrieel onderzoek. De ontwikkelaar van het product, proces of de dienst is als deelnemer in het project betrokken. Daarbij wordt aangegeven hoe de resultaten door deze ontwikkelaar gebruikt gaan worden bij de ontwikkeling of verdere ontwikkeling van het product, proces of de dienst. In het onderzoek staat de input op de ontwikkeling of verdere ontwikkeling centraal, niet het op de markt brengen of het daarvoor gereed maken van het product, proces of de dienst; - • een combinatie van de voorgaande twee punten. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen: - • projecten die passen onder innovatiethema 2. Circulaire plastics; - • projecten die passen onder innovatiethema 3. Biobased Circular; - • projecten die, blijkend uit de verdeling van de kosten, hoofdzakelijk gericht zijn op recycling of terugwinning; - • projecten die primair gericht zijn op kritieke grondstoffen en passen onder innovatiethema 4. Kritieke grondstoffen. 2 Circulaire Plastics Dit innovatiethema betreft projecten die zijn gericht op onderzoek naar en ontwikkeling van producten waarin minimaal 25% van de fossiele grondstoffen worden vervangen door biopolymeren op basis van biogrondstoffen of door minimaal 25% recyclaat uit mechanische recycling, chemische depolymerisatie of dissolutie. Dit innovatiethema omvat ook onderzoek en ontwikkeling aan productieprocessen in alle stappen van sortering tot en met recycling van plastic afval. Het gaat om projecten die betrekking hebben op toepassing van polymeren in plastic deel- en eindproducten. Projecten kunnen betrekking hebben op de volgende subthema's: - • ontwerp voor circulariteit: ontwikkeling van producten met minimaal 25% recyclaat (mechanisch, chemisch of dissolutie) of biogebaseerde polymeren, die zelf ook goed recyclebaar zijn en veilig kunnen worden toegepast (safe and circular by design), inclusief het maken van een werkbaar prototype; - • circulaire grondstoffen en processen: innovaties gericht op verbeterde inzameling, scheiding, sortering, voorbehandeling of recycling. Buiten de reikwijdte van dit thema vallen projecten gericht op: - • het gebruik van recyclaat uit thermochemische recycling, zoals pyrolyse of vergassing; - • onderzoek en ontwikkeling op het gebied van biopolyesters (innovatiethema 3; - • het gebruik van biogebaseerde polymeren die chemisch identiek zijn aan reeds bestaande en toegepaste polymeren op basis van fossiele grondstoffen; - • het toepassen van polymeren in vezels, coatings, harsen en composieten; - • ontwikkeling van biologische recyclingprocessen voor biodegradeerbare polymeren, zoals compostering en fermentatie. 3 Biobased Circular Innovatiethema 3 geeft invulling aan het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular7www.biobasedcircular.com. Het thema betreft onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten om te komen tot circulaire waardeketens voor polyesters op basis van koolhydraatrijke biogrondstoffen (biogebaseerd). De biogebaseerde polyesters vinden hun toepassing in kunststoffen (nieuw of reeds in ontwikkeling, zoals PEF, bio-PET, PLA en PHA), harsen, coatings of composieten. Het gaat om toepassingsgebieden met potentiële afzetmarkten waar een gewichtsvolume in tonnen nodig is en die dus zowel economisch als wat betreft CO2-reductie en circulariteit voor Nederland van betekenis zijn. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s. 3.1 Circulair ontwerpen van halffabricaten en producten8Programmalijn 2 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het opnieuw ontwerpen van bestaande halffabricaten en producten en het ontwikkelen van nieuwe halffabricaten en producten met circulaire ontwerpprincipes. Het gaat om de ontwikkeling en validatie op multi-kg schaal in industriële productieprocessen van biogebaseerde polyesters en de applicatie daarvan. 3.2 Bouwstenen en polyesters 9Programmalijn 3 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters. Dit omvat tevens projecten gericht op het ontwikkelen van bouwstenen of polymeren met een verbeterde functionaliteit en recycleerbaarheid of biodegradeerbaarheid. De ontwikkeling van deze nieuwe bouwstenen en polyesters worden tijdens het project ontwikkeld en gevalideerd. 3.3 Productieprocessen Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe of verbeteren van productieprocessen voor biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van een geheel nieuwe technologie of het op een innovatieve manier combineren van bestaande technologieën. Het nieuwe productieproces draagt bij eerste toepassing bij aan de in hoofdstuk 1 van deze bijlage genoemde klimaatdoelstellingen. 3.4 Duurzame biogrondstoffen10Programmalijn 6 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen of opschalen van biogrondstofroutes op basis van koolhydraatrijke stromen. Onder biogrondstofroute wordt verstaan de combinatie van productie van biogrondstoffen met de verwerking van biogrondstoffen tot een suiker, bouwsteen of polyester (innovatiethema 3.2). In het geval van suiker dient deze weer als grondstof voor de productie van de in innovatiethema 3.2 genoemde bouwstenen en polymeren. Projecten maken gebruik van de volgende biogrondstoffen: - • biogrondstoffen uit eerste generatie bestaande gewassen (ook wel primaire gewassen genoemd), zoals suikerbiet, mais, en granen, maar ook gewassen als sorghum en hennep; - • tweede generatie biogrondstoffen uit: - ○ reststromen uit de landbouw, landschapsbeheer en bosbeheer; - ○ bijproducten uit de verwerking van landbouwproducten, of uit de voedingsindustrie, diervoeder papier- en karton of andere industrie (agri-food processing); of - ○ heterogene reststromen in de vorm van organisch afval, zoals GFE/GFT, waterzuiveringsslib en mest. Projecten omvatten in ieder geval de verwerking van de ruwe biogrondstof naar: - • een kwaliteit suikergrondstof die geschikt is voor verwerking tot een biopolyester; of - • een bouwsteen of biogebaseerde polyester. Projecten kunnen onderzoek bevatten naar de productie van de biogrondstoffen, mits dit leidt tot betere of meer grondstof voor de raffinage. Ook kunnen projecten zich deels richten op onderzoek naar de logistiek en opslag van biogrondstoffen. Voor de jaarrond productie van een biogrondstoffenverwerker is de logistieke aanvoer van biogrondstoffen en de opslag van belang, omdat biogrondstoffen snel kunnen bederven. 3.5 Recycling van biogebaseerde polyester producten en materialen11Programmalijn 7 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular. Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe of verbeteren van een bestaande einde levensduur-verwerkingmethode van biogebaseerde producten en materialen. Projecten betreffen het ontwikkelen en valideren van recyclingprocessen voor biogebaseerde polyesters. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling. 3.6 Ontwikkelen closed-loop gebruikssysteem Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe diensten om biopolyester applicaties te gebruiken in closed loops. Projecten betreffen het ontwikkelen en valideren van nieuwe gebruikssystemen van biogebaseerde polyesters ter bevordering van de marktcreatie en het hergebruik ervan. Het ontwikkelde systeem omvat de volgende stappen ten minste één keer: het gebruik, de inzameling of sortering en vervolgens het hergebruik of de recycling van de biogebaseerde polyester applicaties. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling. 4 Kritieke grondstoffen Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op de vergroting van de leveringszekerheid van strategische en kritieke grondstoffen. De leveringszekerheid wordt vergroot door: - • het mogelijk maken van de verwerking, terugwinning of hergebruik als bedoeld in artikel 2, punt 8, 35 respectievelijk 36, van de Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Critical Raw Materials Act; hierna: CRMA) van strategische of kritieke grondstoffen; of - • het inzetten van een substituut dat bijdraagt aan de circulariteit van een product, proces of dienst. Onder het begrip strategische en kritieke grondstoffen wordt verstaan grondstoffen als bedoeld in Bijlage I en II van de CRMA. De resultaten van het project of de daarmee beoogde innovaties moeten aantoonbaar van toepassing zijn binnen één van de volgende transities: - • de energietransitie of digitale transitie; - • de defensie- of high-tech sector. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen: - • projecten die niet primair gericht zijn op kritieke grondstoffen en passen onder innovatiethema 1. Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen; - • primaire extractie van kritieke grondstoffen; - • verwerkingstechnieken die alleen toepasbaar zijn op primaire kritieke grondstoffen verkregen via primaire extractie. einde

Via stcrt-2026-31380