1. 1. De Koninklijke Bibliotheek ontvangt voor de vervulling van haar taken, bedoeld in artikel 9, een aanvulling op haar rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.6a van de WHW.
  2. 2. Op de aanvulling is artikel 2.6a van de WHW van overeenkomstige toepassing.
  3. 3. De Koninklijke Bibliotheek geeft invulling aan en legt beleidsmatig en financieel verantwoording af over de vervulling van haar taken, bedoeld in artikel 9, in een daartoe apart opgenomen onderdeel van:
  4. 4. De hoofdstukken 2, 3, 4, 13, 14 en 15 van de WHW, zijn voor zover zij betrekking hebben op de Koninklijke Bibliotheek, van overeenkomstige toepassing op haar taakvervulling op grond van deze wet.