Deze richtlijn heeft betrekking op het als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling is verklaard of tegen hem een inreisverbod (als bedoeld in artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000, een zogenaamd zwaar inreisverbod) is uitgevaardigd.
Consequente strafrechtelijke handhaving moet leiden tot een grotere kans dat de verdachte het land uit eigen beweging verlaat, dan wel niet terugkeert naar ons land. Deze richtlijn kent een eigen recidiveregeling.
Artikel 1
Beschrijving
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering onwettig verblijf· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2015