Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Basiscasus/delict

Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering onwettig verblijf· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2015

Ongewenst verklaarde vreemdeling of vreemdeling met (zwaar) reisverbod Uitgangspunt* First offender Eis 2 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf 1 x recidive Eis 3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf 2 x recidive Eis 4 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf 3 x recidive Eis 5 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf 4 x recidive of meer Eis 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf (wettelijk maximum) Bijzonderheden – Gezien de ernst van het delict wordt in beginsel in alle gevallen gedagvaard. – In beginsel dient de verdachte -indien mogelijk- te worden voorgeleid. – De status van vreemdeling is een contra-indicatie voor het opleggen van een taakstraf. * De onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt telkens met een maand verhoogd voor elke keer dat de verdachte in een periode van vijf jaar voorafgaande aan de terechtzitting eerder veroordeeld is geweest wegens artikel 197 Sr. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat de verhoging slechts zal worden toegepast indien er na de eerdere veroordeling(en) een redelijke periode is verstreken die de verdachte in staat heeft gesteld actie te ondernemen teneinde zijn/haar verblijf in Nederland te beëindigen. Als redelijke periode kan worden aangenomen een periode van 10 dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel