Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toezichttaak; norm en geadresseerden

Onderdeel van Beleidsregel handhaving toezicht recirculatie munten· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 18 maart 2015

DNB houdt op grond van artikel 10, eerste lid, Muntwet 2002 toezicht op de naleving van de relevante wettelijke artikelen. In deze artikelen is -kort gezegd- opgenomen de verplichting om de munten op echtheid- en geschiktheid te controleren alvorens deze opnieuw in omloop te brengen. De hierboven genoemde controleverplichting geldt voor kredietinstellingen, voor overige betalingsdienstverleners en andere economische operatoren die deelnemen aan de behandeling en verstrekking aan het publiek van munten. Onder andere economische operatoren vallen onder meer wisselinstellingen, geldvervoerders en muntverwerkers. DNB is op grond van artikel 11, eerste en tweede lid, van de Muntwet 2002 bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete van ten hoogste € 50.000 euro3Stb 2014, 30 – Besluit bestuurlijke boetes echtheids- en geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten en -munten. voor een afzonderlijke overtreding ter handhaving van de relevante wettelijke artikelen. DNB heeft in haar ‘Besluit aanwijzing toezichthouders recirculatie munten’ van 16 februari 2015, met kenmerk 2015/106737, medewerkers van DNB en de Koninklijke Nederlandse Munt NV (KNM) aangewezen als ‘Toezichthouder recirculatie munten’, die hierdoor beschikken over de toezichtbevoegdheden van titel 5.2 van de Awb. Deze bevoegdheden kunnen worden ingezet ten behoeve van het toezicht op de naleving en kunnen derhalve worden uitgeoefend zonder dat van de overtreding van een wettelijk voorschrift sprake hoeft te zijn. De Toezichthouders recirculatie munten houden toezicht op de naleving van de relevante wettelijke artikelen voor wat betreft de controleverplichting op munten. Uitgangspunt is dat iedere partij die deelneemt aan de behandeling en verstrekking aan het publiek van munten, zich uit eigen beweging normconform gedraagt. Wanneer door de Toezichthouder recirculatie munten niet-normconform gedrag wordt vastgesteld, kan de inzet van handhavingsinstrumenten nodig zijn. Het hierna beschreven handhavingsbeleid geeft inzicht in de uitgangspunten en factoren die voor DNB richtinggevend zijn bij het bepalen van de inzet van handhavingsinstrumenten (zoals last onder dwangsom en bestuurlijke boete), teneinde naleving van de neergelegde normen te bewerkstelligen. Door beoordeling van de ernst van de overtreding en overige concrete omstandigheden van het geval, komt DNB tot een passende wijze van optreden. Vanuit de eigen taak bij de naleving van de wet- en regelgeving en op grond van de overige relevante omstandigheden en belangen, maakt DNB zelfstandig een afweging bij het bepalen van de inzet van handhavingsinstrumenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel