Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1b › § 1b.2

Artikel 1b:6

Financiële zekerheidsstelling

Onderdeel van Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027

1. De aanvrager stelt de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 12p, tweede lid, van de wet, in de vorm van een waarborgsom. 2. De verplichting, bedoeld in artikel 12p, eerste lid, van de wet, komt te vervallen zodra gedurende vier jaar, te rekenen vanaf de datum van bekendmaking van het besluit op de aanvraag tot verlening van een toelating, bedoeld in artikel 12i, eerste lid, van de wet: de toegelaten uitlener onafgebroken heeft beschikt over een toelating als bedoeld in artikel 12i, eerste lid, van de wet; aantoonbaar arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld; en arbeidskrachten, de Nederlandse Arbeidsinspectie of de Belastingdienst geen aanvraag, als bedoeld in artikel 1b:7, eerste lid, voor het nemen van verhaal op de financiële zekerheid hebben ingediend. 3. Indien de toegelaten uitlener binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, het ter beschikking stellen van arbeidskrachten rechtmatig beëindigt, kan Onze Minister de waarborgsom vanaf 26 weken na die beëindiging op aanvraag restitueren, met dien verstande dat, indien een aanvraag tot het nemen van verhaal op de financiële zekerheid is ontvangen, de termijn, bedoeld in artikel 1b:7, negende lid, is verstreken. 4. De bedragen, genoemd in artikel 12p, tweede lid, van de wet, worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats op 1 januari 2028. 5. Indien de waarborgsom wordt gestort na de datum van indiening van de aanvraag, is het bedrag dat gold op het moment van indiening van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel