**1.** Onze Minister beslist op aanvragen voor het nemen van verhaal op de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 12p, eerste lid, van de wet.
**2.** Een vordering tot verhaal op de financiële zekerheid is mogelijk door arbeidskrachten, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst voor de financiële verplichtingen van de toegelaten uitlener, bedoeld in artikel 12p, derde lid, onderdelen a, b, onderscheidenlijk c, van de wet.
**3.** Een aanvraag voor het nemen van verhaal op de financiële zekerheid kan slechts worden toegewezen indien het te ontvangen bedrag ten minste € 50,– bedraagt en de toegelaten uitlener:
failliet is verklaard;
is beëindigd; of
onvindbaar is en er naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs geen andere mogelijkheden zijn voor verhaal van die vorderingen.
**4.** Een vordering, bedoeld in het tweede lid, gaat geheel of ten dele over op Onze Minister, voor zover de vordering geheel of ten dele uit de waarborgsom is betaald.
**5.** Onder de financiële verplichtingen, bedoeld in artikel 12p, derde lid, onderdeel a, van de wet, worden verstaan de wettelijke en contractuele verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsverhouding met een arbeidskracht met uitzondering van een billijke vergoeding waar de arbeidskracht op grond van Afdeling 9 van Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in voorkomende gevallen aanspraak op kan maken.
**6.** Een vordering van een arbeidskracht heeft voorrang op vorderingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst. Een vordering van de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft voorrang op een vordering van de Belastingdienst.
**7.** Indien de vorderingen van arbeidskrachten gezamenlijk meer bedragen dan het bedrag waarvoor de toegelaten uitlener financiële zekerheid heeft gesteld, wordt ten behoeve van het verhaal op de financiële zekerheid de hoogte van elk van die vorderingen gemaximeerd op een zodanig bedrag dat alle arbeidskrachten hetzelfde percentage van hun vordering ontvangen.
**8.** In het geval van faillissement van een toegelaten uitlener, is het bepaalde in het zesde en zevende lid van toepassing op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, die uiterlijk 26 weken na het faillissement door Onze Minister zijn ontvangen.
**9.** In het geval van beëindiging, anders dan faillissement, is het bepaalde in het zesde en zevende lid van toepassing op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, die uiterlijk 26 weken nadat Onze Minister de eerste aanvraag voor het nemen van verhaal op de financiële zekerheid in behandeling heeft genomen zijn ontvangen.
**10.** Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats op 1 januari 2028.
Hoofdstuk 1b › § 1b.2
Artikel 1b:7
Verhaal op financiële zekerheid
Onderdeel van Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2027