**1.** Het Zorginstituut bepaalt de verzekerdenaantallen 2015 voor het deelbedrag variabele zorgkosten en voor het deelbedrag kosten van verpleging en verzorging per criterium met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
**2.** Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2016.
**3.** Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2015 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.
**4.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden en voor het aantal verzekerden van 65 jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:
het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015;
het VPPKB 2015 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015.
**5.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de leeftijd, op het PKB 2015;
de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015;
de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015;
de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015;
de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2014, met als peildatum 30 juni 2014 voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV;
de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015.
**6.** Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen, is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid, van deze Beleidsregels.
**7.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z;
de viercijferige postcode, op het PKB 2015;
de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015.
**8.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van vijfenzestig jaar en ouder voor het criterium V&V-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de indeling, op de regioclusters verpleging en verzorging naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 12 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z;
de viercijferige postcode, op het PKB 2015;
de viercijferige postcode, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015.
**9.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:
op de indeling in FKG’s voor de somatische zorg 2015 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z;
de opgave per 1 juni 2015 van declaraties farmaceutische hulp 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut;
de opgave per 1 juni 2016 van declaratiegegevens add-ons geneesmiddelen 2014 van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut.
**10.** Bij de bepaling van FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:
middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 van het Besluit zorgverzekering;
middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen.
**11.** Het Zorginstituut hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen per klasse van het criterium FKG’s. Beneden deze drempel deelt het Zorginstituut een verzekerde niet in bij een klasse van het criterium FKG’s, anders dan ‘Geen FKG’.
**12.** In afwijking van het bepaalde in het tiende lid hanteert het Zorginstituut voor de klasse FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel deelt het Zorginstituut een verzekerde niet in bij de klasse FKG Kanker.
**13.** Het Zorginstituut koppelt de opgaven bedoeld in het negende lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2015 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het elfde en twaalfde lid in welke FKG klassen de verzekerde valt, met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG klassen, bedoeld in artikel 4, negentiende lid.
**14.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG’ in.
**15.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:
de indeling in DKG’s uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z;
de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2016 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2014 geopend zijn.
**16.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vijftiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG klasse de verzekerde wordt ingedeeld.
**17.** Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 15 is ingedeeld, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij DKG klasse ‘0’.
**18.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op:
de indeling in de HKG’s somatische zorg 2015 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z;
de opgave per 1 juni 2015 van declaraties hulpmiddelen 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut.
**19.** Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het achttiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke HKG klasse de verzekerde wordt ingedeeld.
**20.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen HKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen HKG’ in.
**21.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de leeftijd, op het PKB 2015;
de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015;
het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over 2014;
het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2014, op de opgave over 2013 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in de opgave over 2013, op de opgave over 2012;
de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2015;
de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst, op het gepseudonimiseerde adres in het PKB 2015 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB, op het VPPKB 2015.
**22.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:
declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
het VPPKB 2012, het VPPKB 2013 en het VPPKB 2014.
**23.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2012, 2013 en 2014 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2012, 2013 en 2014.
**24.** Het Zorginstituut bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2015 in welke MHK-klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**25.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK’ in.
**26.** Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GSM per zorgverzekeraar met betrekking tot:
de leeftijd, op het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015;
de leeftijd, op het VPPKB 2015, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015;
geen morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’, als in de HKG klasse ‘Geen HKG’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt, bedoeld in het veertiende, respectievelijk zeventiende, twintigste en vijfentwintigste lid van dit artikel;
wel morbiditeit, op het geraamde aantal verzekerden dat niet is ingedeeld in de klasse ‘Geen FKG’, DKG ‘0’, ‘Geen HKG’, en ‘Geen MHK’, bedoeld in het veertiende, respectievelijk zeventiende, twintigste en vijfentwintigste lid van dit artikel.
**27.** Het Zorginstituut deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, regio en V&V-regio.
**28.** Het Zorginstituut deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, HKG’s, aard van het inkomen, MHK en GSM. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling deelt het Zorginstituut alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG’s in in de klasse 'Geen FKG', voor het criterium DKG’s in de klasse ‘0' en voor het criterium HKG’s in de klasse ‘Geen HKG’.
Hoofdstuk III
Artikel 15
Bepaling van de verzekerdenaantallen 2015 voor het deelbedrag variabele zorgkosten en voor het deelbedrag verpleging en verzorging
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2015· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 2015