Naar hoofdinhoud
Dit besluit geeft een nadere invulling aan het toestemmingsvereiste bij commanditaire vennootschappen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Onderdeel 2 gaat in op dit toestemmingsvereiste. Op grond hiervan kan onderscheid worden gemaakt tussen de fiscaal transparante (besloten) commanditaire vennootschap en de fiscaal niet-transparante (open) commanditaire vennootschap. Onderdelen 3 en 4 behandelen vervolgens het besloten of open zijn van andere personenvennootschappen en buitenlandse rechtsvormen. Onderdeel 5 gaat in op het zogenoemde stapelen van personenvennootschappen. Hierin wordt de situatie behandeld waarin een besloten samenwerkingsverband deelneemt in een ander besloten samenwerkingsverband. Ten slotte regelen onderdelen 6 en 7 het intrekken van het voorgaande besluit respectievelijk de inwerkingtreding van het onderhavige besluit. Dit besluit is – behalve de onderdelen 5 en 7 – niet van toepassing op fondsen voor gemene rekening. AWR:Algemene wet inzake rijksbelastingen besloten: fiscaal transparant buitenlandse cv-achtige: een met de Nederlandse cv vergelijkbaar buitenlands samenwerkingsverband BW: Burgerlijk Wetboek cv: commanditaire vennootschap open: fiscaal niet-transparant toestemmingsvereiste: het toestemmingsvereiste zoals in onderdeel 2.1 beschreven vof: vennootschap onder firma

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel