Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 11

DKG’s

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2016· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 februari 2016

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG klassen 2016 uit bijlage 7 van de brief; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2015 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2013 geopend zijn. 2. Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, en het PKB 2014 per verzekerde in welke DKG klasse ‘1’ tot en met ‘15’ de verzekerde valt, waarbij uitsluitend de hoogste DKG klasse telt. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium DKG’s 2016 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, met de trendfactor. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het PKB 2014 voor het eerst voorkomen per DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB 2014 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2015, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie constant blijft. 4. Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘15’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij klasse ‘0’. 5. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s naar de macroverzekerdenraming.

Rechtspraak bij dit artikel