Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 17

FGG

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2016· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 februari 2016

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FGG per zorgverzekeraar op een bestand met declaraties fysiotherapie met betrekking tot vereveningsjaar 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, afkomstig uit de Overall Toets 2016. 2. Het Zorginstituut stelt in het bestand, bedoeld in het eerste lid, de kosten fysiotherapie voor verzekerden tot en met 18 jaar op nul euro. 3. Het Zorginstituut herleidt het percentage in de klasse ‘FGG 20 jaar en ouder en kosten in top 2,0 procent’ tot een drempelbedrag. 4. Het Zorginstituut bepaalt op basis van het drempelbedrag uit het vorige lid en een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het kostenbestand, bedoeld in het eerste en tweede lid of de verzekerde in de klasse ‘FGG 20 jaar en ouder en kosten in top 2,0 procent’ valt. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 5. Voor verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag verdeelt het Zorginstituut op grond van artikel 11, vijfde lid van de Regeling de zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 6. Het Zorginstituut koppelt de verzekerden aan het PKB 2014. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2015, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie constant blijft. 7. Als een verzekerde niet in de klasse ‘FGG 20 jaar en ouder en kosten in top 2,0 procent’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen FGG’. 8. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FGG naar de macroverzekerdenraming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel