Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 19

GGG

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2016· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 19 februari 2016

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGG per zorgverzekeraar op declaraties geriatrische revalidatiezorg met betrekking tot vereveningsjaar 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, afkomstig uit de Overall Toets 2016. 2. Het Zorginstituut herleidt het percentage in de klasse ‘GGG kosten in top 0,275 procent’ tot een drempelbedrag. 3. Het Zorginstituut bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het VPPKB 2013 per verzekerde in welke GGG klasse de verzekerde valt. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4. Voor verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag verdeelt het Zorginstituut op grond van artikel 11, vijfde lid van de Regeling de zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 5. Het Zorginstituut koppelt de verzekerden aan het PKB 2014. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2015, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie constant blijft. 6. Als een verzekerde niet in de klasse ‘GGG kosten in top 0,275 procent’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen GGG’. 7. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGG naar de macroverzekerdenraming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel