Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2

Artikel 3f

Artikel 3f

Onderdeel van Wet bescherming klokkenluiders· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016

1. De leden van het Huis hebben zitting zonder last. 2. Een lid onthoudt zich van deelneming aan de behandeling van een advies of onderzoek als bedoeld in artikel 3a, tweede en derde lid, indien: het hemzelf of een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad aangaat; het een instelling of rechtspersoon betreft waarbij hij werkt, heeft gewerkt of belang heeft; het een vermoeden van een misstand betreft waarbij hij mogelijk betrokken is of is geweest; anderszins de schijn van belangenverstrengeling kan ontstaan. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet Huis voor klokkenluiders in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel