1. 1. Een medewerker van het bureau meldt onverwijld aan de voorzitter van het Huis dat het advies of onderzoek, bedoeld in artikel 3a, tweede en derde lid,
    • - a. hemzelf of een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad aangaat;
    • - b. een instelling of rechtspersoon betreft waarbij hij werkt, heeft gewerkt of belang heeft;
    • - c. een vermoeden van een misstand betreft waarbij hij mogelijk betrokken is of is geweest;
    • - d. anderszins de schijn van belangenverstrengeling kan wekken.
  2. 2. De voorzitter beslist of de medewerker zich om deze reden van deelneming aan het advies of onderzoek onthoudt.