- **1.** Een verzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, wordt overeenkomstig artikel 2d, tweede lid, door de verzoeker of diens gemachtigde ingediend en wordt ondertekend ingeval het verzoek op schrift is gesteld. Het verzoek bevat ten minste:
- - **a.** de naam en het adres van de verzoeker of van de vertrouwenspersoon of de advocaat die namens een melder wiens identiteitsgegevens niet bekend worden gemaakt het verzoek indient;
- - **b.** de dagtekening;
- - **c.** een omschrijving van de misstand die wordt vermoed, waaronder de naam van de werkgever tegen wie het vermoeden zich richt, en
- - **d.** de gronden waarop het vermoeden van een misstand is gebaseerd.
- **2.** Artikel 9:28, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het verzoek.
Hoofdstuk 2 › § 4
Artikel 5 Wet bescherming klokkenluiders
Onderdeel van Wet bescherming klokkenluiders· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 18 februari 2023
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 5 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon