**1.** Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op een opgraving die door de Minister van Defensie wordt verricht met betrekking tot:
militaire vliegtuigwrakken;
slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog; of
niet-gesprongen explosieven.
**2.** Artikel 5.6, eerste en vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op een opgraving bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a.
**3.** De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is slechts van toepassing indien een archeologische waardering heeft plaatsgevonden.
**4.** Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen een protocol vast over de werkwijze met betrekking tot de archeologische waardering.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.7
Opgravingen door de Minister van Defensie
Onderdeel van Besluit Erfgoedwet archeologie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024