**1.** Onze Minister wijst de richtlijn, bedoeld in artikel 5.5, onderdeel b, van de wet, aan.
**2.** De richtlijn komt voor aanwijzing in aanmerking indien deze in elk geval voorschriften over de volgende onderwerpen bevat, zodat een opgraving op professionele wijze wordt verricht:
de verschillende handelingen die worden verricht bij het opgraven door zelfstandig aan te duiden actoren, in samenhang met een daartoe geschikt kwaliteitszorgsysteem;
het documenteren van de opgraving op zorgvuldige en navolgbare wijze;
het rapporteren over vondsten met het oog op de vergaring en het behoud van kennis over het Nederlandse bodemarchief;
de wijze van conserveren zodat de vondst behouden blijft; en
de wijze waarop wordt omgegaan met tekortkomingen.
**3.** Certificerende instellingen verstrekken certificaten met inachtneming van de richtlijn.
**4.** Een certificaathouder of instelling als bedoeld in artikel 2.1 verricht een opgraving overeenkomstig de richtlijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Aanwijzen richtlijn
Onderdeel van Besluit Erfgoedwet archeologie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016