Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 13

Wijze van beoordeling getrokken voertuig niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig

Onderdeel van Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten 2016· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020

1. Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, derde lid van de Regeling voertuigen, geldt het volgende: een oplegger voor ondeelbare lading waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG; een oplegger voor vervoer ballastdelen voor een mobiele kraan waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG; een aanhangwagen voor ondeelbare lading, niet zijnde een oplegger waarbij de totale lengte van de aanhangwagen meer bedraagt dan 12,00 m dient uitgevoerd te zijn als dieplader. 2. Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen of beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 of 5.18.13 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende: een oplegger als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015; een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015; een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen dan wel zelfsturende besturing achterassen volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG, en wordt geacht bedoeld in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015. 3. Aanhangwagens waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel