**1.** Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, derde lid van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
een oplegger voor ondeelbare lading waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG;
een oplegger voor vervoer ballastdelen voor een mobiele kraan waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG;
een aanhangwagen voor ondeelbare lading, niet zijnde een oplegger waarbij de totale lengte van de aanhangwagen meer bedraagt dan 12,00 m dient uitgevoerd te zijn als dieplader.
**2.** Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen of beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 of 5.18.13 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
een oplegger als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015;
een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015;
een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen dan wel zelfsturende besturing achterassen volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG, en wordt geacht bedoeld in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015.
**3.** Aanhangwagens waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.
§ 3
Artikel 13
Wijze van beoordeling getrokken voertuig niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig
Onderdeel van Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten 2016· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020