Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Materialiteit, fouten en onzekerheid

Onderdeel van Controleprotocol voor Wlz-uitvoerders die als zorgkantoor zijn aangewezen opgave van pgb-beschikkingen over 2015· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 4 augustus 2016

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de materialiteit en de betrouwbaarheid van de uit te voeren controles door de accountant. Deze paragraaf heeft betrekking op de controles beschreven in paragraaf 3 en 4. Verder wordt in deze paragraaf in gegaan hoe om moet worden gegaan met de gevonden fouten en onzekerheden. De in paragraaf 3.2 en 4.2 van dit protocol bedoelde redelijke mate van zekerheid houdt in dat het onderzoek met een betrouwbaarheid van 95% en een nauwkeurigheid van 99% door de accountant moet worden uitgevoerd. Dit betekent dat de controle zodanig moet worden ingericht dat met een betrouwbaarheid van 95% kan worden vastgesteld dat niet meer dan 1% van het totaalbedrag van de pgb-beschikkingen niet juist is. De NZa benadrukt dat de nauwkeurigheidstolerantie, die de accountant hanteert voor de controle c.q. onderzoek van de opgave van pgb-beschikkingen over 2015, alleen bedoeld is voor de opzet, uitvoering en evaluatie van de controlewerkzaamheden van de accountant. Het is niet toegestaan om de nauwkeurigheidstolerantie te gebruiken als acceptabele foutmarge voor het opstellen van de opgave van pgb-beschikkingen over 2015. Het bestuur van het zorgkantoor is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 en een adequate interne beheersing die hiertoe moeten leiden. Voor de bepaling van de materialiteit wordt uitgegaan van het totale bedrag van de pgb-beschikkingen over 2015 in de zorgkantoorregio. Voor de strekking van het oordeel in de controleverklaring gelden de toleranties zoals vermeld in tabel 2. Oordeel Goedkeurend Beperking Oordeelonthouding Afkeurend Fouten in de pgb-opgave ≤ 1% >1% en ≤ 3% n.v.t. > 3% Onzekerheden in de controle ≤3% >3% en ≤ 10% > 10% n.v.t. Bron: Normenkader Auditdienst Rijk De accountant rapporteert de uit zijn onderzoek geconstateerde onjuistheden en onzekerheden aan het zorgkantoor, omdat het zorgkantoor deze dient te corrigeren. Alle fouten moeten in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 door het zorgkantoor worden gecorrigeerd en onzekerheden in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 moeten nader worden onderzocht. Van een fout in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 is sprake wanneer gebleken is dat – een gedeelte van – een pgb-beschikking niet in overeenstemming is met de toetsingscriteria van de NZa zoals beschreven in paragraaf 3.4. Fouten worden in absolute zin opgevat, saldering van fouten is daarom niet toegestaan. Fouten zijn bijvoorbeeld: afgegeven pgb-beschikking zonder geldige indicatie; afgegeven pgb-beschikking buiten de geldigheidsduur van de indicatie; een onterecht afgegeven pgb-beschikking ten laste van de zorgkantoorregio of een afgegeven pgb-beschikking met een onjuist berekend bedrag. Bij fouten in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 kan onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele fouten. Van een incidentele (geïsoleerde) fout is sprake als het een toevallige fout betreft. Kenmerkend voor incidentele fouten is dat in principe geen herhaling optreedt van de geconstateerde fout. Hierbij neemt de accountant de bepaling van Standaard 530.13 in acht. Bij incidentele fouten wordt door de accountant onderzocht of deze fout eenmalig voorkomt of op meerdere momenten in het jaar (totale controleperiode). Van een structurele fout is sprake als de oorzaak van de fout is gelegen in (onderdelen van) het systeem van uitvoering, waardoor fouten met een (zeker) herhalingskarakter (kunnen) optreden. Structurele fouten moeten niet alleen verder worden uitgezocht en in totaliteit worden gecorrigeerd, maar ook het systeem van uitvoering waardoor de fouten zijn ontstaan dient te worden geëvalueerd en waar nodig aangepast (opname in risicoanalyse, aanpassing systeem). De accountant bewaakt de opvolging hiervan en rapporteert hierover in zijn controleverklaringen over opvolgende jaren. Een onzekerheid in de controle doet zich voor als gebleken is dat onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een – gedeelte van een – post als goed of fout aan te merken. Het zorgkantoor dient alle geconstateerde incidentele en structurele fouten te corrigeren in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015. Dit geldt dus ook voor fouten die onder de tolerantie blijven. Niet gecorrigeerde fouten dienen in de toelichting bij opgave van pgb-beschikkingen over 2015 door het zorgkantoor gekwantificeerd te zijn opgenomen. Het zorgkantoor motiveert het uitblijven van de correcties. Fouten en onzekerheden in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 die het zorgkantoor om een bepaalde reden objectief niet kan oplossen, vermeldt het zorgkantoor in de toelichting bij de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 met vermelding van de objectieve verhindering om te kunnen corrigeren. De accountant dient na te gaan of het zorgkantoor de geconstateerde incidentele en structurele fouten heeft gecorrigeerd en met de onzekerheden in de opgave van pgb-beschikkingen over 2015 is omgegaan zoals hierboven is vermeld. De accountant neemt de niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden mee in zijn oordeelsvorming in de controleverklaring.

Rechtspraak bij dit artikel