Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Achtergrond

Onderdeel van Beleidsregel schietlawaai defensieterreinen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 30 augustus 2016

De Minister van Infrastructuur en Milieu is op grond van het Besluit omgevingsrecht bevoegd gezag voor een deel van de inrichtingen die tot de krijgsmacht behoren. Onder die inrichtingen bevinden zich onder meer de schietinrichtingen. Voor deze inrichtingen geldt een vergunningplicht3Zie Besluit omgevingsrecht, bijlage 1, categorie 29 onderdeel 1 onder g, categorie 29 onderdeel 3.. De Inspectie Leefomgeving en Transport is namens de minister verantwoordelijk voor de voorbereiding en het nemen van de primaire besluiten. In zijn hoedanigheid van bevoegd gezag heeft de minister in de afgelopen jaren per vergunning de toelaatbaarheid van het aangevraagde gebruik en de daarbij behorende schietgeluidbelasting getoetst. Daarbij is de beleidsnota ‘Beleid inzake Militair Schietgeluid’ gebruikt die uitgaat van de Rating Sound Level. Dit beleidstandpunt gaat in op de reken- en beoordelingsmethode alsmede de normstelling voor militair schietgeluid, maar blijkt in de praktijk te beperkt en onnauwkeurig. Met bovengenoemde recente wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht is het merendeel van de schietbanen, schietkampen en schietterreinen onder de algemene milieuregels gebracht en is de vergunningplicht voor een belangrijk deel van deze inrichtingen vervallen. Een aantal schietinrichtingen blijft wel als vergunningplichtige inrichting in het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangewezen. Dit betreft de schietinrichtingen waar jaarlijks meer dan 3 miljoen schoten worden afgevuurd, waar explosieven uit luchtvaartuigen worden geworpen, de springterreinen en de handgranaatbanen.4Zie het Besluit tot wijzing van categorie 29.3 van de Bijlage I onder u van het Besluit omgevingsrecht in het kader van de vierde tranche van Activiteitenbesluit. In de Activiteitenregeling milieubeheer (Stcrt. 2015, nr. 29035) is een nieuwe rekenmethode voor het schietgeluid voor inrichtingen opgenomen die vallen onder de algemene geluidregels. Tevens is in die regeling een nieuwe beoordelingsmaat voor schietlawaai geïntroduceerd, de Bs,dan, die beter met de ervaren hinder correleert dan de tot dan toe gebruikte dosismaat. Het is mijn bedoeling de beoordeling van het geluid afkomstig van alle militaire schietinrichtingen, verder te harmoniseren en ook voor de vergunningplichtige schietinrichtingen de dosismaat Bs,dan te hanteren. Een dosismaat die beter met de ervaren hinder correleert dan de tot nu toe in de beleidsnota gebruikte dosismaat. Voorts blijkt dat voor de vergunningverlening de bestaande reken- en meetmethoden uit de beleidsnota te beperkt en te onnauwkeurig zijn om voor schietgeluid te kunnen worden toegepast. Daarom heb ik besloten de bovengenoemde nieuwe rekenmethode voor schietlawaai in het vervolg ook toe te passen bij de vergunningplichtige schietinrichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel