**1.** Als niet, niet tijdig of niet behoorlijk wordt voldaan aan de bepalingen als genoemd in artikel 2.114 van de Wet, legt de inspecteur een boete op van ten hoogste USD 2800.
**2.** In geval van grove schuld legt de inspecteur een boete op van 25 procent van het wettelijk maximum van artikel 2.114 van de Wet. In geval van opzet legt de inspecteur een boete op van 50 procent van de Wet.
**3.** In geval van recidive wordt de vergrijpboete bij grove schuld verhoogd tot 50 procent en de vergrijpboete bij opzet tot 100 procent. Van recidive is sprake als aan de belastingplichtige, of de inhoudingsplichtige voor hetzelfde belastingmiddel in de periode van vijf jaren voorafgaand aan de door de inspecteur op te leggen vergrijpboete reeds eerder voor een vergelijkbaar feit een vergrijpboete is opgelegd, een transactie is voldaan, dan wel strafoplegging heeft plaatsgevonden.
**4.** De inspecteur legt in geval sprake is van opzet waarbij de ernst van de gedraging tot een hogere boete dan die in het eerste of tweede lid aanleiding geeft, een boete op van 100 procent. Hiertoe is in elk geval aanleiding als sprake is van listigheid, valsheid of van verhoudingsgewijs omvangrijke fraude.
Hoofdstuk III
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit bestuurlijke boeten Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 6 oktober 2016