Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Frictiekostenregeling regionale publieke media-instellingen 2016–2019· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 9 maart 2017

Het budget voor de regionale publieke omroep dient met ingang van 1 januari 2017 een taakstelling ad 17 miljoen euro te absorberen. Deze taakstelling vloeit voort uit het regeerakkoord-Rutte II.1Hieraan is uitvoering gegeven met de Wet van 18 december 2013 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met onder meer aanpassing van de rijksmediabijdrage en overheveling van het budget voor de bekostiging van de regionale omroepen van het provinciefonds naar de mediabegroting (Stb. 2013, 570). Met het oog hierop is deze frictiekostenregeling opgesteld. Deze frictiekostenregeling bevat voorschriften op basis waarvan regionale publieke media-instellingen (hierna: rpmi’s) een aanvraag kunnen indienen bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) voor een financiële bijdrage voor de reorganisatiekosten die voortvloeien uit de realisatie van de taakstelling. Op grond van artikel 2.166, eerste lid, onderdeel b, Mediawet 2008 kan de Minister middelen uit de Algemene Mediareserve inzetten als bijdrage voor de reorganisatiekosten die het gevolg zijn van het overheidsbesluit om de bovengenoemde taakstelling uit te voeren. Deze frictiekostenregeling dient in dit verband te worden beschouwd als een beleidskader -een set van beleidsregels- waarmee artikel 2.166, eerste lid, onderdeel b, Mediawet 2008 nader wordt ingevuld. Deze frictiekostenregeling kent twee onderdelen: Regeling A; Regeling B. Regeling A bevat voorschriften inzake de toekenning van een financiële bijdrage aan een rpmi voor haar kosten, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van reorganisatieplannen als gevolg van opgelegde overheidsbezuinigingen. Het gaat hierbij om plannen die gericht zijn op de reorganisatie van de rpmi zelf. De kosten zien op een reorganisatie van activiteiten binnen de rpmi, waarbij de activiteiten door een andere organisatiewijze intern of via uitbesteding aan een commerciële organisatie structureel doelmatiger uitgevoerd kunnen worden en/of worden gestaakt. Regeling B bevat voorschriften inzake de toekenning van een financiële bijdrage aan een rpmi voor haar kosten, die: noodzakelijk zijn voor de uitvoering van reorganisatieplannen als gevolg van opgelegde overheidsbezuinigingen; en betrekking hebben op een reorganisatie van activiteiten van een rpmi waarbij de activiteiten worden ondergebracht in een samenwerkingsverband met andere rpmi’s, met landelijke of lokale publieke media-instellingen of met mediabedrijven, waardoor de activiteiten van de desbetreffende rpmi structureel doelmatiger kunnen worden uitgevoerd. Beide regelingen worden hierna toegelicht.2Bij beide regelingen (A en B) wordt een bijdrage verleend voor zover de Minister voldoende middelen hiervoor ter beschikking heeft gesteld. Voor regeling B is het maximum 17 miljoen euro.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel