Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Procedure 2016

Onderdeel van Frictiekostenregeling regionale publieke media-instellingen 2016–2019· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 9 maart 2017

Rpmi’s die in aanmerking willen komen voor een bijdrage in de frictiekosten waarvoor ultimo 2016 een reorganisatievoorziening op de balans is gevormd, kunnen van 1 maart tot en met 30 april 2017 een aanvraag daarvoor indienen bij het Commissariaat. Een aanvraag is conform het format frictiekostenregeling.18Zie bijlage 2 ‘Format Frictiekostenregeling regionale publieke media-instellingen 2016-2019, 1. Aanvraag frictiekosten’. Een aanvraag wordt vergezeld van een assurance-rapport zoals opgenomen in het controleprotocol van deze regeling.19Zie bijlage 1 ‘Controleprotocol Frictiekostenregeling regionale publieke media-instellingen 2016-2019’. Een aanvraag wordt verder vergezeld van: een reorganisatieplan dat is goedgekeurd door de raad van toezicht van de rpmi, met toetsbare aannames over de structurele besparing; de desbetreffende jaarrekening; een advies van de ondernemingsraad; Indien een aanvraag niet volledig is, wordt een termijn gesteld waarbinnen de aanvullende gegevens door de rpmi wordt verstrekt. Aanvragen die niet tijdig zijn ingediend of die niet, nadat daartoe een termijn is gesteld, tijdig zijn aangevuld, worden afgewezen. Het Commissariaat stuurt de volledige aanvragen dadelijk aan de RPO. De RPO adviseert de Minister over de aanvragen in onderlinge samenhang vanuit het oogpunt van het gemeenschappelijke belang van de regionale publieke mediadienst en de rpmi’s en de mate waarin de aanvraag de doelmatige inzet van gelden bevordert. Onderdeel van het advies kan zijn om bepaalde kostenposten niet voor een bijdrage in aanmerking te laten komen. De RPO adviseert de Minister binnen twaalf weken na ontvangst van de volledige aanvragen per rpmi over de kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen en de te verlenen bijdrage. Het Commissariaat toetst de aanvragen in onderlinge samenhang aan de voorwaarden van deze regeling, waaronder de aannames die ten grondslag liggen aan de structurele besparing, met in achtneming van wat in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk en aanvaardbaar is en adviseert de Minister hierover. Onderdeel van het advies kan zijn om bepaalde kostenposten niet voor een bijdrage in aanmerking te laten komen. Het Commissariaat adviseert de Minister binnen twaalf weken na indiening van de volledige aanvragen per rpmi over de kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen en de te verlenen bijdrage. De Minister besluit over verstrekking van de bijdrage binnen acht weken na ontvangst van de adviezen van het Commissariaat en de RPO, maar uiterlijk binnen tweeëntwintig weken na indiening van de volledige aanvragen. De Minister zendt een afschrift van zijn besluiten aan het Commissariaat en de RPO. De Minister doet betalingen aan de rpmi’s door tussenkomst van het Commissariaat.

Rechtspraak bij dit artikel