Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Richtlijnen voor het aanvragen fase 2 − vroegefasetrajecten

Onderdeel van Call for proposals Take-off fase 2 Vroegefasetrajecten WO, HBO & TO2 Ronde 7 – Najaar 2017· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 5 juli 2017

Financiering voor fase 2 vroegefasetrajecten kan worden aangevraagd door een startende onderneming die kennis heeft overgenomen of bezit van een WO, HBO of TO2 instelling. Er wordt gevraagd voor een sterke verstandshouding tussen onderzoekers WO, HBO of TO2 instellingen samen met een startende onderneming (jonger dan 5 jaar) of onderneming in oprichting. Bij elke aanvraag zijn minimaal twee entiteiten betrokken, waarvan de hoofdaanvrager afkomstig is van de startup. De hoofdaanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project, zowel in inhoudelijke als in financiële zin. Een aanvraag kan worden ingediend door een innovatieve starter die voldoet aan de volgende voorwaarden. De innovatie starter: Is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn, die voldoet aan de vereisten voor een innovatieve onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 80, van de algemene groepsvrijstellingsverordening van de commissie nr. 651/2014, die tevens starter is, als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van die verordening2AGVV commissie nr. 651/2014 klik hier voor link.. Is (mede)oprichter van een startende onderneming die minder dat 5 jaar staat ingeschreven bij de KvK. Een B.V. heeft voorkeur i.v.m. aansprakelijkheid en persoonlijk risico. De onderneming kan alleen in oprichting zijn als reeds een KvK nummer bekend is. De innovatieve starter is een persoon die economische activiteiten verricht en aldus een ondernemer is, op voorwaarde dat voldaan is aan deze verordening. Het kan ook een kleine onderneming zijn die minder dan vijf jaar bestaat op het tijdstip dat de steun wordt toegekend en die innovatief is3De starter is innovatief in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening blijkend uit een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie of als de onderzoeks- en ontwikkelingsuitgaven minstens 10% van haar totale exploitatiekosten bedragen.. De noviteit van de starter zal expliciet beoordeeld worden in de Take-off-aanvraagprocedure. Als de starter een ‘verklaring speur- en ontwikkelingswerk’ (S&O-verklaring, WBSO subsidie) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft, kan deze als bewijs van noviteit aan de aanvraag toegevoegd worden. De economische activiteiten van de academische innovatieve starter komen rechtstreeks en onmiddellijk voort uit onderzoek van één van onderstaande kennisinstellingen: Nederlandse universiteiten (of met vergelijkbare posities aan de universitaire medische centra); Prinses Máxima Centrum; Nederlandse HBO instellingen; KNAW- en NWO-instituten; het Nederlands Kanker Instituut (NKI); het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen; de Dubble-bundellijn bij de ESRF te Grenoble; NCB Naturalis; Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL); ECN: Energieonderzoek Centrum Nederland; Deltares; DLO: Dienst Landbouwkunding Onderzoek; WUR: Wageningen University & Research centre; MARIN: Maritime Research Institute Netherlands; NLR: Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium; TNO: Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek; Deze relatie blijkt uit een overeenkomst tussen beide die bij de aanvraag dient te worden meegestuurd. De starter bouwt specifiek voort op deze kennis. LET OP: In het geval de innovatieve starter een natuurlijke persoon betreft (bv VOF.), is de vroegefasefinanciering een persoonlijk krediet, hetgeen de financiële bewegingsvrijheid van die persoon aanmerkelijk kan belemmeren. De overeenkomst van geldlening wordt toegelicht in 2.6. Verstrekt worden subsidies in de vorm van een geldlening van minimaal € 50.000 en maximaal € 250.000 ten behoeve van de financiering van het vroegefasetraject. De volgende kostensoorten die verband houden met het vroegefasetraject worden geaccepteerd: Eigen arbeidskosten van de aanvrager en loonkosten van personeel in dienst van de onderneming;4Loonkosten zie Overheidstarieven directe loonkosten BBRA 2017, max schaal 12: Link Kosten van derden, voor zover zij activiteiten uitvoeren in opdracht van de aanvrager, maximaal € 125 per uur. Hieronder vallen ook kosten te maken voor coaching en opleiding in ondernemersvaardigheden; Kosten van gebruiksgoederen, kleine instrumenten en hulpmiddelen; Investeringen in apparatuur en uitrusting; Reis- en verblijfskosten; Kosten voor octrooibescherming gedurende de looptijd van het vroegefasetraject; Overige direct aan het vroegefasetraject gerelateerde kosten. Onder deze post kunnen kosten van infrastructuur en de kosten van huisvesting worden opgevoerd; De genoemde kostensoorten dienen in de aanvraag nader gespecificeerd te worden. Niet vergoed worden: Algemene bedrijfskosten (o.a. oprichtings-, notaris-, accountant- en administratiekosten etc.); Kosten gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor een vroegefasetraject; De 7de ronde Take-off TO2 fase 2 wordt op 22 juni 2017 opengesteld. Voor dat u een aanvraag kunt indienen moet u eerst een intentieverklaring indienen, de deadline hiervoor is 5 september 2017, 14:00 uur CEST. Na ontvangst van de intentieverklaring door NWO domein TTW kan de aanvraag tot uiterlijk 3 oktober 2017, 14.00 uur CEST worden ingediend. Het doen van een aanvraag bestaat uit twee stappen: 1) het indienen van een intentieverklaring en 2) het indienen van de volledige aanvraag. De intentieverklaring betreft een “expression of interest” bedoeld om: Eerder inzicht te krijgen in het aantal en de aard van in behandeling te nemen aanvragen en de capaciteitsplanning daar op te kunnen afstemmen. Een contactmoment met de aanvragers te creëren waardoor het voor NWO-TTW mogelijk wordt om eerder de volledigheid/ontvankelijkheid van de voorgenomen aanvraag te kunnen toetsen De aanvrager in de gelegenheid te stellen de bij indiening benodigde informatie te completeren voor de definitieve deadline Een intentieverklaring bestaat uit: Het intentieverklaringsformulier ‘Take-off-intentieverklaring-fase 2- vroegefasetraject-ronde7’ met: Gegevens over de hoofdaanvrager en de start-up; Gegevens van de kennisinstelling en de connectie met de start-up; Een getekend document tussen de kennisinstelling en de startup: een overeenkomst of getekende brief waarmee de kennisinstelling verklaart de kennis aan de startup beschikbaar te willen stellen of over te dragen; De uiterste indien datum voor de intentieverklaring is 5 september 2017 14:00u CEST, een maand voor de indieningsdatum van het volledige voorstel. Zonder ingediende intentieverklaring kan geen volledige aanvraag worden ingediend. Het e-mail adres waarnaar de intentieverklaring opgestuurd dient te worden is Take-off@nwo.nl. Uw volledige aanvraag bestaat uit drie delen: Een volledig ingevuld en van alle benodigde handtekeningen voorzien aanvraagformulier, met inbegrip van alle verplichtte en eventuele optionele bijlagen. Het aanvraagformulier ‘Take-off-aanvraagformulier-fase2-vroegefasetrajectenronde 7’, kunt u downloaden van de website www.stw.nl/takeoff. Alleen aanvragen die met het aanvraagformulier zijn ingevuld worden in behandeling genomen. Het complete aanvraagformulier wordt als één PDF bestand via ISAAC ingediend. Het pdf-document mag op geen enkele wijze beveiligd zijn om een goede verwerking van uw aanvraag te garanderen; Een volledig ingevulde factscheet Deze kunt u bij het indienen van de aanvraag direct in het elektronisch aanvraagsysteem ISAAC in vullen. Er is geen seperaat formulier; Een haalbaarheidsrapportage. Deze kan zijn verkregen uit een fase 1: haalbaarheidsstudie traject; Indien een video onderdeel is van de aanvraag kan deze in overleg met TTW worden opgenomen in de aanvraag en desgewenst worden getoond aan de Adviescommissie als onderdeel van het interview. De video mag maximaal 2 minuten zijn. Let op: De video is optioneel en dient niet ter vervanging van de bestaande eisen voor indiening en ontvankelijkheid. Het wel of niet indienen van een video is geen criteria in de beoordeling. De intentieverklaring dient uiterlijk 5 september 2017 14:00u CEST, 1 maand voorafgaande van de deadline van de volledige aanvraag, via e-mail te worden opgestuurd. De intentieverklaring kan gestuurd worden naar Take-off@nwo.nl. Na ontvangst van de intentie verklaring krijgt de hoofdaanvrager een reply mail met hierin de link naar de ISAAC pagina voor het indienen van de volledige aanvraag. Het indienen van de volledige aanvraag kan alleen via het online aanvraagsysteem ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen. Een hoofdaanvrager is verplicht zijn/haar aanvraag via zijn/haar eigen ISAAC-account in te dienen. Indien de hoofdaanvrager nog geen ISAAC-account heeft, dient hij/zij dat minimaal een dag voor het indienen aan te maken. Dit om eventuele aanmeldproblemen op tijd te kunnen verhelpen. Indien de hoofdaanvrager al een account bij NWO heeft, hoeft deze geen nieuw account aan te maken om een nieuwe aanvraag in te dienen. Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ISAAC helpdesk, zie 4.1.2. De relevante regelgeving voor de vroegefasetrajecten is de Regeling nationale EZ- subsidies met betrekking tot Vroegefasefinanciering innovatieve starter en het Kaderbesluit EZ-subsidies. Deze documenten zijn te vinden op de Take-off-website (www.stw.nl/takeoff). De financiering voor vroegefasetrajecten wordt verstrekt als subsidie in de vorm van geldlening (hierna te noemen: geldlening), waarover rente verschuldigd is. Er wordt geen borg, onderpand of andere zekerheid gevraagd voor de geldlening. NWO-domein TTW (TTW) sluit een uitvoeringsovereenkomst, zoals voorgeschreven in de Nationale regeling EZ-subsidies, met de innovatieve starter die de economische, commerciële activiteiten ontplooit, waarin onder andere de omvang van de maximale hoofdsom, de verschuldigde rente, de aflossing en de vervroegde opeisbaarheid vastgelegd worden. Als deze overeenkomst niet tijdig tot stand komt, bijvoorbeeld omdat de subsidieontvanger en TTW geen overeenstemming bereiken, is er geen aanspraak op de subsidie mogelijk. De standaardbepalingen voor de overeenkomst van geldlening staan op de website (Regeling nationale EZ-subsidies met betrekking tot Vroegefasefinanciering innovatieve starter). Binnen 8 weken na honorering moet de overeenkomst van geldlening tussen TTW en de subsidieontvanger (innovatieve starter) getekend zijn. Uit de overeenkomst vloeit voort dat de lening moet worden terugbetaald volgens een vast schema. Dat schema houdt een jaarlijkse terugbetaling in, startend 3 jaar na inwerkingtreding van de overeenkomst. De eerste vijf jaarlijkse terugbetalingen zijn 20% van de geldlening. De zesde en laatste termijn bedraagt in principe de verschuldigde rente. De terugbetaalverplichting stopt als de financiering plus rente is terugbetaald. De rente wordt jaarlijks aan het openstaande krediet toegevoegd en bedraagt de Europese referentierente (Op datum van dit document, bedraagt deze – 0,10%) plus 5%. Versneld aflossen is mogelijk. De uitbetaling van de geldlening verloopt via twee tranches. De eerste tranche bedraagt in principe 1/3 van de totale geldlening, en wordt overgemaakt nadat TTW de overeenkomst met de innovatieve starter heeft gesloten en deze in werking is getreden. Voor de uitbetaling van de tweede tranche dient de TO2 innovatieve starter aan te tonen dat hij de begrote kosten voor de uitvoering van het vroegefasetraject grotendeels gemaakt heeft ten bedrage van de eerste tranche. Voorafgaand aan de start van een vroegefasetraject dient de innovatieve starter overlegd te hebben met de eigenaar (de kennisinstelling of een derde) van reeds bestaand Intellectueel Eigendom (IE) dat hij van plan is te valoriseren. Deze eigenaar dient a priori bereid te zijn de innovatieve starter zodanige rechten op de IE te verlenen zodat dit later in het proces geen belemmering vormt. De afspraken hierover tussen de kennisinstelling en de innovatieve starter eventueel vastgelegd in een overeenkomst, wordt in de rangschikking van de aanvraag meegenomen. De subsidie voor vroegefasetrajecten houdt staatssteun in. Deze staatssteun wordt met inachtneming van de relevante vereisten van de hiervoor genoemde algemene groepsvrijstellingsverordening van de commissie nr. 651/2014 (AGVV) toegekend. Voor innovatieve starters zijn artikel 2, onderdeel 80 (innovativiteit), en artikel 22, tweede lid (starterssteun) van die verordening relevant.5AGVV commissie nr. 651/2014 klik hier voor link. Zie art. 2 ond. 80 -art. 22 lid 1 t/m 5. LET OP: Voor de innovatieve starter geldt dat het maximum steunbedrag zoals benoemd in artikel 22 van de AGVV niet alleen betrekking heeft op een subsidie uit het Take-off programma, maar ook op andere mogelijke staatssteun die deze starter uit andere hoofde ontvangt als innovatieve starter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel