De domeinlijsten zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bestaan uit vijf inhoudelijke domeinen en een ‘restdomein’. De domeinen Openbare ruimte, Milieu, welzijn en infrastructuur, Onderwijs, Openbaar vervoer, Werk, inkomen en zorg en Generieke opsporing bieden een breed optioneel pakket aan opsporingsbevoegdheden, politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen.
De domeinen bevatten maximale opsporingspakketten. De boa in bezoldigde dienst kan formeel beschikken over alle opsporingsbevoegdheden binnen het betreffende domein. Met het oog op nut en noodzaak wordt er echter van uitgegaan dat de boa-werkgever het pakket aan opsporingsbevoegdheden koppelt aan de taakomschrijving van zijn boa's. Het gebruik van opsporingsbevoegdheden dient immers altijd gekoppeld te zijn aan de vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. Daarom dient de boa-werkgever middels het aanvraagformulier de taakomschrijving te beschrijven en daarbij de gewenste opsporingsbevoegdheden binnen een domein aan te kruisen.
Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de boa bevoegdheden aanwendt die buiten zijn taakomschrijving vallen. De enige uitzondering hierbij vormen de toegevoegde strafrechtartikelen waarvoor de boa een proces-verbaal van bevindingen kan opmaken indien hij wordt geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitvoering van zijn taken (zie ook hiervoor onder 4.1). Indien een boa gaat handhaven op feiten welke buiten zijn taakomschrijving vallen, dient in eerste instantie de boa-werkgever de boa hier op aan te spreken. In overleg met de direct toezichthouder en eventueel de toezichthouder kan worden bepaald hoe een en ander verder wordt afgehandeld.
Met behulp van de domeinbenadering is het mogelijk landelijk op uniforme wijze te werken aan professionalisering van de boa. In alle domeinen moeten de boa’s voldoen aan de basisbekwaamheid. In de eerste vier domeinen (Domein I Openbare Ruimte, Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur, Domein III Onderwijs en domein IV Openbaar Vervoer) is er sprake van permanente her- en bijscholing. Op deze wijze kan per domein worden geïnvesteerd in opsporingsvaardigheden en -competenties gericht op de specifieke behoeften binnen een domein.
Overgangsbeleid uitsluitend voor boa’s die voor 1 juli 2015 feitelijk in 2 domeinen werkzaam waren
Een boa kan in beginsel maar binnen één domein werkzaam zijn, onder andere vanwege de vereiste specifieke bekwaamheid voor een domein en met het oog op de inkadering van de buitengewone opsporingsbevoegdheid (het betreft geen algemene opsporingsbevoegdheid). Daarbij maakt het niet uit of het een ingehuurde boa betreft.
Voor nieuwe aanvragen van aktes ingediend vanaf 1 juli 2015 en de verlengingen van die aktes geldt het uitgangspunt dat een boa maar in 1 domein werkzaam kan zijn. Uitzondering hierop zijn boa’s die in een tweede domein als vrijwilliger werkzaam zijn voor een private organisatie die een functie uitoefenen met specifieke en beperkte taken waarmee een zwaarwegend maatschappelijk belang is gemoeid. Het gaat hier om dezelfde groep die onder de uitzondering valt op de hoofdregel dat een boa in bezoldigde overheidsdienst dient te zijn.
Het was boa’s die bij de invoering van het domeinstelsel in 2010 feitelijk in twee domeinen werkzaam waren toegestaan deze werkzaamheden voort te zetten. Voor deze groep is het hebben van maximaal twee opsporingsakten toegestaan. Als voorwaarden worden hierbij gesteld dat:
er sprake is van twee verschillende werkgevers (dus niet werkzaam binnen twee domeinen bij 1 werkgever), en
de boa voldoet aan de bekwaamheidseisen van beide domeinen.
Zo bleef het bijvoorbeeld mogelijk dat een parkeercontroleur in dienst van een gemeente, tevens boa Milieu, welzijn en infrastructuur is voor een landgoedeigenaar. Deze boa heeft een akte van beëdiging voor het domein Openbare ruimte en een akte van beëdiging voor het domein Milieu, welzijn en infrastructuur. De uitzondering gold alleen voor het blijven uitoefenen indien men bepaalde werkzaamheden al voor 1 januari 2010 verrichtte en sindsdien is blijven verrichten. Hierover kan onduidelijkheid ontstaan zijn, daarom is het overgangsbeleid verduidelijkt. Aktes die voor 1 juli 2015 verleend zijn, blijven na deze datum geldig, ook als het een tweede akte betreft in een ander domein. Deze aktes kunnen ook verlengd worden, ook als het een tweede akte betreft in een ander domein, voor zover het een verlenging betreft van een akte die voor 1 juli 2015 is verleend.
Artikel 5
De domeinen
Onderdeel van Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juli 2017